<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?>
<rss version="2.0"
	xmlns:content="http://purl.org/rss/1.0/modules/content/"
	xmlns:wfw="http://wellformedweb.org/CommentAPI/"
	xmlns:dc="http://purl.org/dc/elements/1.1/"
	xmlns:atom="http://www.w3.org/2005/Atom"
	xmlns:sy="http://purl.org/rss/1.0/modules/syndication/"
	xmlns:slash="http://purl.org/rss/1.0/modules/slash/"
	>

<channel>
	<title>Erica Smits - tekst en dramaturgie</title>
	<atom:link href="http://www.ericasmits.nl/?feed=rss2" rel="self" type="application/rss+xml" />
	<link>http://www.ericasmits.nl</link>
	<description>Teksten over theater</description>
	<lastBuildDate>Fri, 03 Sep 2010 12:09:34 +0000</lastBuildDate>
	<language>en</language>
	<sy:updatePeriod>hourly</sy:updatePeriod>
	<sy:updateFrequency>1</sy:updateFrequency>
	<generator>http://wordpress.org/?v=3.0</generator>
		<item>
		<title>Recensie: Een seksuele revolutie?</title>
		<link>http://www.ericasmits.nl/?p=124</link>
		<comments>http://www.ericasmits.nl/?p=124#comments</comments>
		<pubDate>Fri, 03 Sep 2010 12:04:02 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Erica</dc:creator>
				<category><![CDATA[kritiek]]></category>
		<category><![CDATA[Bianca van der Schoot]]></category>
		<category><![CDATA[Suzan Boogaerdt]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.ericasmits.nl/?p=124</guid>
		<description><![CDATA[Bimbo van Boogaerdt en van der Schoot gezien: 28 mei 2010, Frascati WG Amsterdam Seks, seks, seks. In de indrukwekkende performance Bimbo van Boogaerdt en Van der Schoot overspoelt een onafgebroken keten van pornografische beelden het publiek. Vier vrouwen gooien hun eigen lichaam in de strijd om op indringende wijze voelbaar te maken hoe verontrustend [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><strong><em>Bimbo</em> van Boogaerdt en van der Schoot<br />
gezien: 28 mei 2010, Frascati WG Amsterdam</strong><br />
<strong><br />
Seks, seks, seks. In de indrukwekkende performance <em>Bimbo</em> van Boogaerdt en Van der Schoot overspoelt een onafgebroken keten van pornografische beelden het publiek. Vier vrouwen gooien hun eigen lichaam in de strijd om op indringende wijze voelbaar te maken hoe verontrustend afstompend de alomtegenwoordigheid van al die seksuele uitingen eigenlijk wel niet is.</strong></p>
<p><span id="more-124"></span>In Frascati WG zijn de toeschouwers opgesteld in een kring met de ruggen naar elkaar toe en met de blik gericht op een van de televisieschermen die om de kring heen staan. In het midden van de kring poseren Bianca van de Schoot, Suzan Boogaerdt, Floor van Leeuwen en Marie Groothof in allerlei kittige outfits met glittertjes en veertjes en lingerie in alle kleuren van de regenboog voor een camera die verbonden is met de televisies.</p>
<p>Met name de duur van de performance en de anonimiteit van de spelers beukt de toeschouwer murw. De beelden gaan maar door en door. Bovendien worden de vier spelers, doordat ze vaak plaksnorren en maskers dragen, anoniem. Je ziet niet meer wie daar eigenlijk met heupen, borsten en billen aan het draaien is. Daardoor ben je in staat je af te sluiten voor de beelden. Het is verbijsterend hoe snel je eigenlijk afgestompt raakt en niet meer ziet wat je eigenlijk voorgeschoteld krijgt op die televisieschermen. En wie…</p>
<p>Met <em>Bimbo</em> maken de spelers een invoelbaar statement over de toenemende pornoficatie van de samenleving. Dat seks verkoopt, is op zichzelf niet nieuws. Denk maar aan de platte buiken in de H&amp;M-posters die iedere zomer in de bushokjes hangen, de draaiende heupen van schaarsgeklede dames die zich in videoclips om een (mannelijke) zanger/rapper draperen of de strelende handen van de jonge vrouwen die tijdens de nachtelijke uren op televisie mannen op verleidelijke toon oproepen tot spannende telefoontjes. Problematischer is de alomtegenwoordigheid ervan. Was seks iets wat ofwel in de intimiteit van de slaapkamer ofwel in de anonimiteit van obscure sekswinkels of achteraf bordelen bleef, inmiddels lijkt het wel als seks een legitiem marketinginstrument is geworden. Preciezer, de seksualiteit van het vrouwelijk lichaam. Het roept vragen op over de positie van de vrouw. Heeft de zelfbewuste vrouw met haar lichaam macht over de man doordat zij hem kan verleiden? Of stelt de vrouw zich onderdanig op door zich te voegen naar de seksuele wensen van de man? Moet er een nieuwe seksuele revolutie komen die meer ingetogenheid brengt? En moeten we ons zorgen maken over de kwetsbaarheid van jonge meisjes die mogelijk gaan geloven dat zij moeten voldoen aan het ideaalbeeld van de vrouwen in MTV-clips? Of zien we problemen die er niet zijn en komen deze vragen voort uit een hun (ouderwetse) preutsheid?</p>
<p>Deze en meer vragen worden opgeroepen door <em>Bimbo</em> en besproken tijdens het daarop aansluitende nagesprek tussen publiek en spelers. Maar meer nog dan de intellectuele interessante materie die de performance oproept, maakt <em>Bimbo</em> vooral door de invoelbaarheid diepe indruk.</p>
<p><a href="http://www.bvds.nu">www.bvds.nu</a></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.ericasmits.nl/?feed=rss2&amp;p=124</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Recensie: Zonder zwaartekracht draagt men niets</title>
		<link>http://www.ericasmits.nl/?p=113</link>
		<comments>http://www.ericasmits.nl/?p=113#comments</comments>
		<pubDate>Sat, 31 Jul 2010 12:13:10 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Erica</dc:creator>
				<category><![CDATA[kritiek]]></category>
		<category><![CDATA[Bas van Rijnsoever]]></category>
		<category><![CDATA[Floor van Leeuwen]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.ericasmits.nl/?p=113</guid>
		<description><![CDATA[Je gaat even door zo&#8217;n moment heen. Zo&#8217;n moment van irritatie. Een moment van irritatie zodra je beseft &#8216;dat het niet meer wordt dan dit&#8217;. Maar zodra je door dat moment heen bent en accepteert dat de voorstelling Zonder zwaartekracht draagt men niets van MTG Blont enkel en alleen bestaat uit twee mensen (Bas van [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p>Je gaat even door zo&#8217;n moment heen. Zo&#8217;n moment van irritatie. Een moment van irritatie zodra je beseft &#8216;dat het niet meer wordt dan dit&#8217;. Maar zodra je door dat moment heen bent en accepteert dat de voorstelling <em>Zonder zwaartekracht draagt men niets</em> van MTG Blont enkel en alleen bestaat uit twee mensen (Bas van Rijnsoever en Floor van Leeuwen) die elkaar van de ene kant naar de andere kant dragen, gaat er een ontroerende wereld van intimiteit en saamhorigheid voor je open.</p>
<p><span id="more-113"></span>Over de diagonale lijn van de vloer ligt een strook van houten vlonders, die nog het meest doet denken aan een lage catwalk. Langs die catwalk staan aan beide zijden stoelen voor het publiek. Er kunnen maximaal zo&#8217;n vijfentwintig mensen plaats nemen. Aan de ene kant van de staat een jonge vrouw, lang blond haar. Skinny jeans, zwart shirt en zwarte laarsjes. Aan de andere kant staat een jonge man, zeker een kop langer dan de vrouw. De man loopt naar de vrouw, tilt haar op en draagt haar naar de andere kant van de catwalk. Ze gaan liggen. Lepeltje lepeltje. Dan staat de vrouw op, pakt de handen van de man en neemt hem op haar rug. Ze loopt met hem naar de andere kant van de catwalk, waar ze zich weer op de grond laten zakken. In een langzaam, maar zelfverzekerd tempo nemen ze elkaar dragen ze elkaar steeds van de ene naar de andere kant. De poses waarin ze terechtkomen op de vloer zijn soms grappig onhandig, maar ook vertederend intiem.</p>
<p>Het eerste half uur van de voorstelling in niet meer dan die vier handelingen; staan, optillen, lopen en liggen. Het besef van die soberheid doet je even vrezen voor een tergend saaie bedoening. Dit is het, en het wordt ook niet meer dan dat. Geen verhaal, geen emotie. Wel een toenemende vermoeidheid. En een schat aan verrijkende details. Een hand achter het hoofd om te zorgen dat de ander zich niet bezeerd met het neerkomen, een blik als de ander het zwaar heeft.</p>
<p>Als tegen het einde, de twee lichamen toch van elkaar los raken en de man en de vrouw ieder aan hun eigen kant naar elkaar staan te kijken, is dat ronduit ontroerend. De afstand (hoewel slechts enkele meters) lijkt onoverkomelijk en de plotselinge eenzaamheid is overweldigend.</p>
<p>In al die soberheid roept <em>Zonder zwaartekracht draagt met niet</em> van alles op. Over de bereidheid om elkaar te dragen ook als het zwaar is. Over de bereidheid om je over te geven aan een ander. Ook als je ziet, weet en voelt dat die het bijna niet meer volhoudt. Over de intimiteit van twee mensen die die bereidheid voor elkaar voelen. Dat je daar als toeschouwer getuige van mag zijn, raakt je diep van binnen. En dat allemaal met vier simpele handelingen.</p>
<p><a href="http://www.mtgblont.nl">www.mtgblont.nl</a></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.ericasmits.nl/?feed=rss2&amp;p=113</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Recensie: De paradoxen van de vreemdeling</title>
		<link>http://www.ericasmits.nl/?p=85</link>
		<comments>http://www.ericasmits.nl/?p=85#comments</comments>
		<pubDate>Wed, 28 Jul 2010 11:12:19 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Erica</dc:creator>
				<category><![CDATA[kritiek]]></category>
		<category><![CDATA[Sarah Vanhee]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.ericasmits.nl/?p=85</guid>
		<description><![CDATA[(eerder verschenen in TM, april 2010)  Me and my stranger door Sarah Vanhee Waar: Frascati Amsterdam Wanneer: 12 maart 2010 Van granaatwerpende baby’s tot donorhart, van de erotische vreemdeling van Pasolini tot de nobele wilde van Gauguin. Vreemdelingen zijn er in alle soorten. In de lecture-performance Me and my stranger die Sarah Vanhee presenteerde in [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><strong>(eerder verschenen in TM, april 2010)</strong></p>
<p><em> </em><strong><em>Me and my stranger</em> door Sarah Vanhee<br />
Waar: Frascati Amsterdam<br />
Wanneer: 12 maart 2010</strong></p>
<p><strong>Van granaatwerpende baby’s tot donorhart, van de erotische vreemdeling van Pasolini tot de nobele wilde van Gauguin. Vreemdelingen zijn er in alle soorten. In de lecture-performance <em>Me and my stranger</em> die Sarah Vanhee presenteerde in Frascati WG komen ze allemaal voorbij. </strong></p>
<p><span id="more-85"></span>De vreemdeling is een indringer, stelt de Franse filosoof Nancy in zijn essay <em>L’Intrus</em>. Hij schrijft: ‘Er moet iets van een indringer in de vreemdeling aanwezig blijven, anders zou de vreemdeling zijn vreemd-zijn verliezen.’<em> </em>De vreemdeling gastvrij verwelkomen maakt dat hij niet langer een vreemdeling is. De gast past zich aan aan zijn gastheer en de gastheer aan de gast. Daarmee verliezen beide partijen iets van hun eigen identiteit. <em></em></p>
<p>Het is een van de gedachtegangen in het onderzoek van Sarah Vanhee naar het fenomeen ‘vreemdeling’. Met niets dan twee projectieschermen, een stoel en een stapeltje boeken maakt ze het publiek deelgenoot van een reeks inspiratiebronnen en ideeën. Van de vreemdeling in Pasolini’s <em>Teorema</em>, het lichaamsvreemde donorhart van Nancy en angst voor Vietnamese baby’s tot straatinterviews met Amsterdammers, de superieure houding van het Westen en de Europese grensbewaking.</p>
<p><strong>Charlie Chaplin</strong></p>
<p><em>Me and my stranger</em> is de derde theaterproductie die Vanhee sinds haar afstuderen aan de Mimeopleiding in 2007 maakte bij Frascati. In <em>How they disappeared </em>(2008) benoemen twee jonge vrouwen in een lege ruimte de situatie. Wij, spelers en publiek, zijn het hier en nu. In een hypnotiserende cadans van een continue heupwiegende beweging en met simpele, heldere constateringen benoemen de spelers vervolgens alles wat er niet is. Er zijn geen leeuwen bijvoorbeeld. Er is geen beamer, geen Charlie Chaplin of Iggy Pop, geen Boeddha, geen slechte ideeën, geen conflicten en geen piña colada. Elk item dat ze noemen prikkelt de verbeelding van de toeschouwer. Even zie je Charlie Chaplin voor je en proef je de smaak van een piña colada.</p>
<p>In het meer politiek gekleurde <em>WeUsAll</em> (2009) speelde Vanhee eveneens met woorden in een lege ruimte. Op een groot scherm worden teksten in witte letters geprojecteerd tegen een zwarte achtergrond. Deze teksten zijn opgesteld in de wij-vorm en spreken het publiek als collectief aan. Als individuele toeschouwer word je aangesproken op kenmerken van de groep waarin je je geenszins herkent en de woorden die je leest vullen je identiteit in. Dat is confronterend en ongemakkelijk.</p>
<p><strong>Voice-over</strong></p>
<p>Het is een veelheid aan uiteenlopend materiaal die in een sobere setting wordt gepresenteerd. Oppervlakkigheid ligt op de loer. Vanhee toont, denkt, bespreekt. Ze refereert zo nu en dan aan de politieke connotaties die tegenwoordig aan het begrip ‘vreemdeling’ kleven, zonder daarbij echt stelling te nemen. Toch weet Vanhee in <em>Me &amp; My Stranger</em> de eenvormigheid van een <em>lecture-performance</em> te vermijden door een interessante theatrale ingreep toe te passen. Via een voice-over spreekt een mannelijke stem het publiek toe. ‘We zien een blanke West-Europese vrouw,’ meldt hij al vroeg in de voorstelling. ‘Stilte. We zien Sarah op de rug. We vragen ons af wat ze denkt.’ De voice-overstem levert commentaar op wat er op de vloer te zien is en stuurt daarmee het kijken en het denken van de toeschouwer. Net als in <em>WeUsAll</em> wordt het publiek door de voice-over tot een collectief gemaakt. In dit geval is de performer het individu dat zich onderscheidt van de groep. Het publiek kijkt vanaf een afstand naar die ‘ander’.</p>
<p>De ‘ander’ confronteert je met wie je zelf bent, zo stelt Nancy. Een vreemdeling verandert je waardoor je jezelf niet meer bent. Zo ver gaat de avond niet. De gemoedelijke sfeer van de avond en de genuanceerde inhoud van het verhaal van Vanhee maken van <em>Me and My Stranger</em> juist een aangename uitnodiging mee te gaan in haar bespiegelingen over de vreemdeling.</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.ericasmits.nl/?feed=rss2&amp;p=85</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Playtime 2010: van rockconcert tot relatiedrama</title>
		<link>http://www.ericasmits.nl/?p=83</link>
		<comments>http://www.ericasmits.nl/?p=83#comments</comments>
		<pubDate>Wed, 28 Jul 2010 11:07:46 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Erica</dc:creator>
				<category><![CDATA[kritiek]]></category>
		<category><![CDATA[mimeopleiding]]></category>
		<category><![CDATA[Playtime]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.ericasmits.nl/?p=83</guid>
		<description><![CDATA[(eerder verschenen in TM, juni 2010) Van rockconcert tot relatiedrama. De afstuderende lichting van de Mimeopleiding aan de Amsterdamse Hogeschool voor de Kunsten presenteerde tijdens Playtime! van 19 tot en met 24 april haar afstudeerwerk in het Veemtheater. Een week vol beeldende voorstellingen en persoonlijke presentaties van René van Bakel, Anna van Diepen, Xavier Fontaine, [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><strong>(eerder verschenen in TM, juni 2010)</strong></p>
<p><strong>Van rockconcert tot relatiedrama. De afstuderende lichting van de Mimeopleiding aan de Amsterdamse Hogeschool voor de Kunsten presenteerde tijdens <em>Playtime!</em> van 19 tot en met 24 april haar afstudeerwerk in het Veemtheater. Een week vol beeldende voorstellingen en persoonlijke presentaties van René van Bakel, Anna van Diepen, Xavier Fontaine, Judith Hazeleger, Øystein Johansen, Koen Kreulen, Shani Leiderman en Jolika Sudermann.</strong></p>
<p><strong><span id="more-83"></span>Winegums</strong></p>
<p>Aan het begin van <em>Ze heeft JA gezegd</em> komen Koen Kreulen en Judith Hazeleger ruziënd vanuit de foyer de zaal binnen lopen terwijl de technici nog bezig zijn met het klaarzetten van het decor en het opvegen van een massa vrolijk gekleurde winegums. Op de voorgrond wordt een gordijn dichtgeschoven en Kreulen en Hazeleger verdwijnen om even later in een glamoureuze outfit een zoetsappig liefdesliedje te playbacken. De toon is gezet.</p>
<p>De rest van de scènes blijft zich rond dit thema bewegen. Een man en een vrouw die niet met en niet zonder elkaar kunnen. Wat begint als een scheldpartij verandert in een vrijpartij met liefkozende woordjes. Ze zijn een bruidspaar dat niet eens elkaars hand kan vasthouden zonder te kibbelen over hoe dat moet. En de rijst bestaat uit diezelfde vrolijk gekleurde winegums die door een van de technici over de spelers wordt gestrooid vanuit een verfomfaaide AH-tas en die als kleine kogeltjes op hun hoofden neerkomen. </p>
<p><strong>Vrijheid-blijheid</strong></p>
<p><em>Zuurdesem</em> van René van Bakel is een tekstpresentatie over de verjaardag van een zekere Jeroen, ingesproken op een geluidsband. In een aantal humoristische scènes wordt een tijdsbeeld van de jaren zeventig opgeroepen. Het leven in een woongroep in een tijd van open relaties, het zoeken naar vrijheid en emancipatie en het vinden van individuele vrijheid in de collectieve vrijheid, blijkt niet zo eenvoudig te zijn. Er moeten kruisjes worden gezet in een schrift als je wilt mee-eten, kosten worden nauwkeurig verdeeld en alle beslissingen worden democratisch genomen in huisvergaderingen. En dat de vader van Jeroen onder het motto vrijheid-blijheid zijn verantwoordelijkheid ontloopt, wordt door de moeder hartstochtelijk verdedigd, terwijl ze niets liever wil dan een man die oud en nieuw gewoon thuis viert. Filmprojecties vormen een mooi contrast met de tekst. Op een groot wit scherm in de Veemvloer komen verschillende homevideo’s uit de jaren zeventig voorbij. In elk filmpje is een klein jongetje te zien, omringd door volwassenen. De beelden tonen niets dan gezelligheid, in de vorm van uitstapjes naar de dierentuin, spelen in de sneeuw, ontbijten in de tent.     </p>
<p><strong>Gruwelijkheid</strong></p>
<p>In de koude kelder van het Veemtheater toont Xavier Fontaine <em>Celebration</em>, een persoonlijke presentatie over fysicaliteit, waarbij hij zijn eigen lichaam inzet als voornaamste instrument. In een aaneenschakeling van ongrijpbare beelden en geluiden die het publiek meeneemt in een duistere droom. Hij neemt bloed bij zichzelf af, produceert de vreemdste geluiden met een microfoon in zijn mond en spreekt in mompelend en onverstaanbaar Frans tot zijn vader. In volledige duisternis beschrijft hij een droom waarin een ‘jij en ik’ samen de eigen ingewanden uit het lichaam halen en aan een muur ophangen, om vervolgens te kijken naar het schilderij dat dat heeft opgeleverd. Daarmee creëert Fontaine een aangrijpend beeld, een combinatie van gruwelijkheid (de beschreven handeling) en gemoedelijkheid (daar samen in alle rust naar kijken).</p>
<p><strong>Koekiemonster</strong></p>
<p><em>Hello Detroit!</em> van Shani Leiderman begint als een rockconcert, maar dan achterstevoren. De felle witte lampen en drie balken voetlicht aan de achterkant van het podium zijn op het publiek gericht. Leiderman rockt op snoeiharde muziek met haar rug naar het publiek, alsof de achterwand een enorm stadion is waar duizenden fans haar toejuichen. Tijdens deze dynamische en humoristische opening komt de rest van de band op: Bert, Ernie en Koekiemonster. Ze staan en kijken, terwijl Leiderman zich uitslooft als puberaal ongeleid projectiel en zich profileert als bandleider die natuurlijk ‘wel ergens voor staat’, maar ook weer niet ‘te politiek wil zijn’. De voorstelling eindigt met een mooi slotbeeld, waarin Bert, Ernie en Koekiemonster dansen en rocken zoals Leiderman dat deed in het begin. Deze keer is het Leiderman die toekijkt. </p>
<p>Naar aanleiding van deze vier (van zes) voorstellingen in Playtime 2010 wordt duidelijk dat deze lichting nog wel het een en ander heeft uit te zoeken. Het afstudeerwerk intrigeert, maar roept tegelijkertijd de nodige vragen op. Wat vertelt <em>Zuurdesem</em> meer dan een schets van de jaren zeventig met een humoristische knipoog? Gaat <em>Ze heeft JA gezegd</em> verder dan een knap uitgevoerd, maar enigszins voor de hand liggend relatiedrama? Is de ervaring die het fysieke <em>Celebration</em> oproept sterk genoeg om te beklijven? Gaat <em>Hello Detroit!</em> over het loslaten van je kindertijd of over je kindertijd meenemen naar je volwassen leven?</p>
<p>Desondanks is het mooi om te zien dat ook deze makers en spelers genoeg eigenzinnigheid en originaliteit te bieden hebben om toekomstige toeschouwers te laten delen in hun verbeelding.</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.ericasmits.nl/?feed=rss2&amp;p=83</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Recensie: Van de ene muur naar de andere</title>
		<link>http://www.ericasmits.nl/?p=81</link>
		<comments>http://www.ericasmits.nl/?p=81#comments</comments>
		<pubDate>Wed, 28 Jul 2010 11:06:13 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Erica</dc:creator>
				<category><![CDATA[kritiek]]></category>
		<category><![CDATA[Sarah Ringoet]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.ericasmits.nl/?p=81</guid>
		<description><![CDATA[(eerder verschenen in TM, juni 2010) De Bannelingen door Sarah Ringoet Waar: De Melkweg Amsterdam Wanneer: 11 april 2010 Geen hulp, geen vangnet. Geen troostend woord, geen arm om je schouder. Uitgekotst door de gemeenschap en genegeerd alsof je niet bestaat. Het sociale isolement maakt verbanning tot een hel op aarde. In De Bannelingen van [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><strong><a href="http://www.ericasmits.nl/wp-content/uploads/2010/07/100407-bannelingen.jpg"><img class="alignnone size-full wp-image-109" title="De Bannelingen affiche" src="http://www.ericasmits.nl/wp-content/uploads/2010/07/100407-bannelingen.jpg" alt="" width="213" height="298" /></a></strong></p>
<p><strong>(eerder verschenen in <em>TM</em>, juni 2010)</strong></p>
<p><strong><em>De Bannelingen</em></strong><strong> door Sarah Ringoet<br />
</strong><strong>Waar: De Melkweg Amsterdam<br />
</strong><strong>Wanneer: 11 april 2010</strong></p>
<p><strong>Geen hulp, geen vangnet. Geen troostend woord, geen arm om je schouder. Uitgekotst door de gemeenschap en genegeerd alsof je niet bestaat. Het sociale isolement maakt verbanning tot een hel op aarde. In <em>De Bannelingen</em> van Sarah Ringoet bevinden vijf individuen zich in een lege ruimte. Door iedereen verstoten proberen ze uit hun isolement te breken. </strong></p>
<p><span id="more-81"></span>Elk van de vijf personages, gespeeld door Elsa May Averill, Giulio D’Anna, Melih Gençboyaci, Hedwig Koers en Sarah Ringoet, doet verwoede pogingen tot contact met anderen. Door zich op elkaars schoot te werpen, elkaar op te zoeken in een omhelzing of tegen elkaar aan te leunen, dwingen ze aanraking en geborgenheid af. Tegelijkertijd maken ze dat contact onmogelijk door zich af te zonderen, een ander van de schoot af te schudden of iemand herhaaldelijk hardhandig tegen een muur aan te duwen. Het zijn krachtige en aandoenlijke personages die, ondanks hun pogingen, niet in staat zijn nader tot elkaar te komen en echt contact aan te gaan. Zo ziet Giulio D’Anna niet hoe Hedwig Koers met steeds een truitje minder steeds meer in zijn gezichtsveld gaat zitten. Hij is te druk bezig met het vertellen over het Italiaanse liefdesliedje waarop hij vroeger zo dol was. Zijn Italiaans is voor veel Nederlandse oren onverstaanbaar, maar de boodschap is duidelijk. Het gevoel en enthousiasme waarmee hij vertelt, meezingt en danst is aanstekelijk.</p>
<p>Van een doodgewone spijkerbroek via een extreme <em>gothic look</em> naar een tuttig lila jurkje. In steeds een nieuwe outfit probeert Elsa May Averill zich te presenteren als een ander om zo te voldoen aan de verwachting van de geliefde die haar heeft verlaten. Meestentijds zwijgend kijkt ze naar de andere spelers en naar het publiek, alsof ze iets wil zeggen maar niet weet waar te beginnen. Uiteindelijk komt de aap uit de mouw. ‘Halloooo!’ roept ze hard door de ruimte in de richting van het publiek. ‘Waarom heb je niet gezegd dat je wegging! Dan had ik me daar wat beter op kunnen voorbereiden!’ Om uiteindelijk grote vellen papier te laten zien met daarop teksten als: ‘Je bent me niets verschuldigd. Niets. Niets. <em>Rien</em>. Niets.&#8217; Haar blik van verlatenheid met het ruwe rafelige randje van een schreeuwende <em>gothic girl</em> maakt haar kwetsbaarheid mooi en krachtig.</p>
<p>Melih Gençboyaci is steeds druk bezig met het verleiden van het publiek. Gekleed in een bijzonder kort afgeknipte spijkerbroek, een net niet doorschijnende tanktop en zwarte kistjes zet hij keer op keer een seksueel geladen draaiende heupbeweging in. Het publiek weet zich bijna geen raad met het geoliede lichaam dat steeds dichterbij komt. Als hij dan ten slotte de toeschouwers toespreekt met ‘hallo, hoe is het,’ komt daarop geen enkele respons. Een keiharde afwijzing voor iemand die liefde zocht.</p>
<p>Uiteindelijk trekken de personages zich terug in hun eigen wereld. Gençboyaci doet dat in kleine bewegingen alsof hij iets van zijn lichaam probeert weg te wrijven en Koers door als zwerver apathisch in een hoekje te gaan liggen. Aan het eind van de voorstelling komen de vijf bannelingen dan toch samen. Ieder in een eigen ritme lopen ze van de ene muur naar de andere om daar in een handstand tegenaan te gaan staan. Eindelijk een harmonieus slotakkoord van vijf individuen die dan toch een gezamenlijkheid vinden in deze lege ruimte.</p>
<p><strong>Geen fratsen</strong></p>
<p>De lege ruimte is een terugkerend verschijnsel in de voorstellingen van Ringoet. In haar werk is de theaterzaal ontdaan van alle illusies. Geen decor, hooguit een barkruk of een stoel en zo nu en dan een verandering in licht. Muziek wordt door de spelers zelf gestart, vaak met een iPod die is aangesloten op het geluidssysteem. Deze vorm van geen-fratsentheater legt de nadruk op de personages en daarmee op de mens en de menselijkheid. In haar meeste voorstellingen is het individu onderworpen aan iets groters, zoals een vrouw die zich door haar liefdesverdriet heen worstelt (<em>Reprise</em>), de drie personages die zich in een spel van manipulatie staande moeten zien te houden (<em>Simon Says</em>) of een vrouw die worstelt met haar eigen dwingende gedachtegang (<em>Er schuilt een Hooligan in mij</em>). Deze spanningen tussen het individu en zijn omgeving worden in het werk van Ringoet vormgegeven op een poëtisch-abstracte manier, zonder de humor en relativering uit het oog te verliezen.</p>
<p>Zo ook in <em>Bannelingen</em>. Dankzij de kracht van haar spelers presenteert Ringoet met <em>Bannelingen </em>een voorstelling die bij vlagen ongrijpbaar is, maar die eveneens ontroering en humor teweegbrengt.</p>
<p><a href="http://sarahringoet.wordpress.com/">http://sarahringoet.wordpress.com/</a></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.ericasmits.nl/?feed=rss2&amp;p=81</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Playtime 2009: de kwetsbare mens in tweestrijd</title>
		<link>http://www.ericasmits.nl/?p=78</link>
		<comments>http://www.ericasmits.nl/?p=78#comments</comments>
		<pubDate>Wed, 28 Jul 2010 10:57:57 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Erica</dc:creator>
				<category><![CDATA[kritiek]]></category>
		<category><![CDATA[mimeopleiding]]></category>
		<category><![CDATA[Playtime]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.ericasmits.nl/?p=78</guid>
		<description><![CDATA[Playtime! 2009 Waar: Hetveemtheater Amsterdam Wanneer: 20 t/m 26 april 2009 De nieuwe lichting van de mimeopleiding in Amsterdam weet het niet. Of zij doet alsof zij het niet weet. Tijdens Playtime! presenteerden  acht studenten hun afstudeerprojecten. En daarin leken zij het steeds op te nemen voor de mens die twijfelt, die bang is, die [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><strong>Playtime! 2009<br />
</strong><strong>Waar: Hetveemtheater Amsterdam<br />
</strong><strong>Wanneer: 20 t/m 26 april 2009</strong></p>
<p><strong>De nieuwe lichting van de mimeopleiding in Amsterdam weet het niet. Of zij doet alsof zij het niet weet. Tijdens <em>Playtime!</em> presenteerden  acht studenten hun afstudeerprojecten. En daarin leken zij het steeds op te nemen voor de mens die twijfelt, die bang is, die het allemaal even niet meer weet. Maar die, om die onzekerheid te verhullen, zich precies het tegenovergestelde gedraagt. </strong></p>
<p><span id="more-78"></span>Zo zegt de man uit de solo <em>Phantom Fear</em> van en door Niels Kuiters het zeker te weten: de wereld vergaat en hij is de enige die dat beseft. De rest van de domme mensheid snapt niet dat op een goede dag de zuurstof op zal zijn, waarna iedereen zal stikken. In een monoloog, geschreven door Rob de Graaf, vertelt de man in volle overtuiging hoe hij, door een voorraadje zuurstof in de kast, iets langer zal overleven. Het superioriteitsgevoel dat hij aanvankelijk toont, neemt echter steeds meer af, als hij beseft hoezeer zijn controle is begrensd. Voelt hij zich in eerste instantie de baas over de hele mensheid en het ganse universum, later beperkt zijn controle tot zijn huis, dan tot zijn lichaam, om uiteindelijk in het niets te verdwijnen. In <em>Wacht even!</em> van Jan Bárta speelt Daan Simons een man die alles weet van houtverbindingen. Met opgefokt enthousiasme demonstreert hij wat de beste manieren zijn om twee stukjes hout met elkaar te verbinden. Op de achtergrond staan Kimmy Ligtvoet en Michele Rizzo toe te kijken, tot Ligtvoet als een beschermengel Simons optilt, op haar rug neemt en door de ruimte meeneemt, waardoor hij – al wiegend – tot rust komt.</p>
<p>In de voorstellingen <em>Donker</em> van en met Marc Stoffels  en <em>Sideland</em> van Klara Alexova zien we personages die zich in een vacuüm lijken te bevinden. In <em>Sideland</em> roept een spannende soundscape een verlaten wereld op. De speler, Xavier Fontaine, bevindt zich in een lege vlakte met in zijn handen alleen een wit lapje stof aan een zilveren ring. Hij benoemt wat het verder ongedefinieerde object zou kunnen zijn en wat je ermee zou kunnen doen. Dat benoemen geeft houvast in een wereld die verder overdonderend leeg is. <em>Donker</em> begint met een choreografie in een donkere ruimte met af en toe oplichtende vlakken op de vloer. Daardoor zijn alleen fragmenten van de beweging te zien. Het lichaam bevindt steeds op de grens van licht en donker. De monoloog die volgt toont een man die zich bevindt op de grens van waan en werkelijkheid, op de grens van het licht van het verstand en de duisternis van de waanzin.</p>
<p>Minder theatraal, maar wel charmant is de solo <em>Verrassing</em> van Thijs Bloothoofd. Hij staat erbij alsof hij niet meer zo zeker weet of het wel zo’n goed idee was om met enkel een briefje in zijn handen en een plastic boodschappentas bij zijn voeten voor een publiek te gaan staan. Het lijkt alsof hij zich volkomen als zichzelf wil presenteren. Geen masker, geen personage. Met een grote glimlach uit verlegenheid leest hij een lijstje van lekkere dingen: ‘Luieren. Een kus op mijn rug. Een concert van The Frames. Een lekker broodje maken en daarvan een foto maken. Heel heet douchen. De koekjes van mijn opa.’ Vervolgens komen uit de plastic tas twee koektrommels met daarin koekjes van zijn opa en oma die Bloothoofd uitdeelt aan het publiek. ‘Er is genoeg voor iedereen’.</p>
<p>Het onthaal bij <em>Toch wil ik</em> van Menno Vroon is minder gastvrij. Vroon speelt een onbehouwen, licht agressieve man die alles wat hij ziet, denkt en voelt naar het publiek met langgerekte klanken schreeuwt. “Er staat een stoeoeoeoeoel in de ruiuiuiuiuimte.” Tegelijkertijd zien we een man die heel graag een andere kant zou willen laten zien, maar daartoe simpelweg niet in staat is. Alhoewel hij af en toe ingetogen en twijfelend zegt ‘Toch wil ik, liever dan wat ook…’, breekt hij zijn eigen kwetsbaarheid af door te bleren als een schaap op operamuziek of de ruimte een beurt te geven. Als hij aan het einde toch heel dicht bij het publiek durft te komen, zijn hand uitsteekt die ook wordt aangenomen door de toeschouwer, is dat dan ook een bijzonder spannend moment. <em>Toch wil ik</em> is een humoristisch en pakkend portret van een man die je niet in je buurt zou willen hebben en tegelijkertijd in je armen zou willen sluiten om te zeggen dat het allemaal wel goed komt.</p>
<p>Ook humoristisch en pakkend is Vroon’s regieproject <em>Hoera!</em> met Fleur van den Berg, Tjebbe Roelofs en Marc Stoffels. Op een aantal witte wanden worden de meest verschrikkelijke nieuwsfoto’s geprojecteerd. Een man met zijn armen wijd gespreid, op zijn gezicht een wanhopige schreeuw, vol definieerbaar puin om hem heen; een klein kind op een tot aan de horizon strekkende vuilnishoop, een man die over de grond kruipt en zó is uitgemergeld dat hij alleen nog bestaat uit skelet met een velletje erom; een meisje op een bank dat ziet hoe een man een geweer tegen het hoofd van haar moeder houdt. Tegen deze achtergrond proberen de drie spelers liefde de wereld in te sturen. Ze staan in een kring, houden elkaars handen vast en concentreren zich. Ze weten niet waar die liefde dan precies heen gaat of bij wie zij terecht komt. De twijfel over de zin van hun poging drijft hen tot wanhoop. Als ze ten slotte opnieuw een kring vormen en hun liefde verzamelen, floepen een voor een de projecties uit. Hebben ze de ellende in de wereld dan toch weggekregen?</p>
<p>Hoe ga je om met nieuwsbeelden, met een naderend einde van de wereld, het falen van de mensheid, de verlatenheid van een lege vlakte, het verlangen naar je eigen kwetsbaarheid? Met die vragen tonen de afstuderenden van de mimeopleiding steeds de mens met twee kanten: de arrogante, agressieve kant en de twijfelende, onzekere kant. En hoe oprechter zij zich in die zoektocht tonen, hoe groter de bereidheid van de toeschouwer om open te staan voor die kwetsbaarheid.</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.ericasmits.nl/?feed=rss2&amp;p=78</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Een frisse blik op tekst (terugblik 2008-2009)</title>
		<link>http://www.ericasmits.nl/?p=73</link>
		<comments>http://www.ericasmits.nl/?p=73#comments</comments>
		<pubDate>Wed, 28 Jul 2010 10:20:21 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Erica</dc:creator>
				<category><![CDATA[achtergrond]]></category>
		<category><![CDATA[Jakop Ahlbom]]></category>
		<category><![CDATA[Playtime]]></category>
		<category><![CDATA[Rob de Graaf]]></category>
		<category><![CDATA[Sarah Ringoet]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.ericasmits.nl/?p=73</guid>
		<description><![CDATA[Mime, de taal van beweging, ritme, kleur, omhelsde het afgelopen seizoen steeds vaker de taal. Maar rechttoe, rechtaan-vertellingen werden het nooit. Toneelteksten die door mimemakers onder handen worden genomen, krijgen niet de kans de voorstelling te overheersen. Mimers gaan er beeldend mee aan de haal.]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><strong>(eerder verschenen in <em>TM</em>, september 2009)</strong></p>
<p><strong>Mime, de taal van beweging, ritme, kleur, omhelsde het afgelopen seizoen steeds vaker de taal. Maar rechttoe, rechtaan-vertellingen werden het nooit. Toneelteksten die door mimemakers onder handen worden genomen, krijgen niet de kans de voorstelling te overheersen. Mimers gaan er beeldend mee aan de haal.</strong></p>
<p><span id="more-73"></span>Het beeld is bekend: ‘Natuurlijk hou ik van je,’ zegt de vrouw tegen de man, terwijl ze haar blik afwendt. Een enkel gebaar dat de betekenis van de woorden tenietdoet. Dat een gebaar de betekenis van een zin kan onderstrepen of weerleggen, weten we wel. Dat lichaamstaal als expressiemiddel net zo sterk is als gesproken taal, weten we ook. Acteurs kennen de kracht van een blik, een gebaar, een simpele handeling. En mimers kennen ook de kracht van de taal, zo bleek wel weer uit de tekstuele voorstellingen die mimemakers het afgelopen seizoen presenteerden. Rob de Graaf schreef met <em>Amateurs</em> een nieuwe tekst voor Nieuw West, Jakop Ahlbom liet voor <em>De architect</em> een tekst schrijven door Marijke Schermer, het afstudeerfestival Playtime! stond dit jaar bol van de monologen en Sarah Ringoet schreef en regisseerde de monoloog <em>Reprise</em>.</p>
<p><strong>Alledaagsheid en poëzie</strong></p>
<p>Het gebruiken van tekst in de mime gaat al terug tot de voorstellingen van Nieuw West in de jaren tachtig. Marien Jongewaard en Dik Boutkan van de mimeopleiding maakten samen met schrijver Rob de Graaf energieke en poëtische voorstellingen, zoals <em>Rinus</em> en <em>A hard day’s night</em>. Ook nadat De Graaf wegging uit de groep bleef hij voor Nieuw West schrijven, zoals <em>Neanderdal</em> en <em>AHAB</em>.  Ook andere mimers werken met zijn teksten en De Graaf is dan ook  regelmatig terug te vinden op de creditlijst van afstudeervoorstellingen aan de mimeopleiding, waaronder Toon Kuipers’ <em>Het harde rood van mijn gelijk</em> en dit jaar nog <em>Phantom fear</em> van Niels Kuiters.</p>
<p><em>‘Het komt door jou, al kan ik moeilijk zeggen hoe precies.<br />
</em><em>Jij gaf een teken en toen kwam ik in beweging.<br />
</em><em>Jij hebt mij losgelaten en ik ben gegaan.’<br />
</em>(<em>Amateurs</em>, Rob de Graaf, 2008)</p>
<p>De teksten van De Graaf combineren op een prettige manier alledaagsheid en poëzie en sluiten daarmee goed aan bij de mime. Zijn dialogen kunnen al voortkabbelend een situatie schetsen &#8211; zoals van een kibbelend echtpaar &#8211; waarin de tekst de banale alledaagsheid doet overstijgen door het gebruik van kleine zinnetjes als minigedichtjes of herhalingen als stijlfiguur.</p>
<p><em>‘De dogma’s van onze vrijheid<br />
</em><em>Theater moet een ritueel zijn<br />
</em><em>Theater moet zwaar als een steen zijn en scherp als een mes<br />
</em><em>Theater is de voorbode van een wereld die gaat komen<br />
</em><em>Theater is de dionysische bevrijding<br />
</em><em>Theater helpt ons om uit de gevangenis te breken<br />
</em><em>Theater is de oudste expressie en theater is het begin van de toekomst<br />
</em><em>Theater houdt van het lichaam.’<br />
</em>(<em>Amateurs</em>, Rob de Graaf, 2008)</p>
<p><strong>Losgekoppeld</strong></p>
<p>‘Er komt een dag dat ik me niets herinner,’ zegt actrice Suzanne van der Horst in <em>Reprise</em>, geschreven en geregisseerd door Sarah Ringoet. Ze staat met haar rug half van het publiek afgedraaid in een volkomen lege ruimte. Ze kijkt om zich heen en wijst naar een plek op de grond. Ze kijkt achter zich en wijst naar een andere plek. ‘Er komt een dag dat ik me jou niet meer herinner.’</p>
<p>In deze monoloog herstelt de hoofdpersoon van een gebroken relatie. Ze reconstrueert, overdenkt en geeft haar herinneringen een plaats. In deze eerste scène wijst ze plekken aan in de ruimte alsof die zijn verbonden aan bepaalde herinneringen. De betekenis van de woorden is volkomen losgekoppeld van de bewegingen die de actrice maakt. Hoe anders zou de scène eruit hebben gezien als elke beweging de tekst had ondersteund. De actrice had dan misschien op een stoel gezeten, midden voor op het podium, met een glas whisky in haar hand. En met een trillende onderlip had ze de woorden zachtjes uitgesproken: ‘Er komt een dag dat ik me niet herinner.’</p>
<p>In <em>Reprise</em> wordt dergelijke dramatiek kundig vermeden. De nuchtere invulling van het personage door Suzanne van der Horst draagt daaraan bij, maar het is zeker ook de stilering van taal en beweging die voorkomt dat de monoloog blijft hangen in het verder wat eenzijdige narratief van een gebroken hart. Van der Horst houdt consequent haar handen in haar zakken, schudt haar haren, loopt langs de muur, springt en danst. Steeds staan de handelingen volkomen los van de tekst, waardoor het aan de toeschouwer wordt overgelaten de elementen aan elkaar te verbinden.</p>
<p><em>Ik ben dan hier<br />
</em><em>En jij bent dan daar<br />
</em><em>En daar zit iets tussen<br />
</em><em>Daar zit een stuk land tussen<br />
</em><em>Er zitten bossen tussen<br />
</em><em>Er staat een gebergte tussen<br />
</em><em>De Grand Canyon zit ertussen<br />
</em><em>Rivieren zitten ertussen<br />
</em><em>Er zit een natuurramp tussen<br />
</em><em>Er zit een tsunami tussen<br />
</em><em>Er zit een uitgestorven diersoort tussen<br />
</em><em>Een eclips zit ertussen<br />
</em><em>Een landing op de maan zit ertussen<br />
</em><em>Een ufo zit ertussen<br />
</em><em>Er zit vuurwerk tussen<br />
</em><em>…<br />
</em><em>(Reprise</em>, Sarah Ringoet, 2008)</p>
<p>Door tekstuele stileringen, zoals opsommingen en herhalingen, wordt taal onderdeel van de vorm. In <em>Reprise</em> verraadt de vorm een woede, een frustratie die niet in de woorden zelf zit. Vorm wordt inhoud. Tekst en associatief daaraan verbonden beeld vormen samen een intuïtieve voorstelling. Zelfs met een dergelijke tekstuele basis, die toch eerder zou kunnen resulteren in een verstandelijke voorstelling die wordt<span style="text-decoration: underline;"> </span><em>begrepen</em>, is <em>Reprise</em> een voorstelling die de toeschouwer <em>‘bevoelt’</em>.</p>
<p><strong>Vervreemdend  </strong></p>
<p>Ook <em>De architect</em> van Jakop Ahlbom heeft een tekst als basis. In nauw overleg met Ahlbom schreef Marijke Schermer een toneeltekst over een man die kan terugkijken op een loopbaan als succesvol architect en zijn vrouw die hem altijd terzijde heeft gestaan, ten koste van haar eigen carrière. Inmiddels zijn ze gepensioneerd en wonen ze in een prachtig appartement. Op een dag krijgen ze nieuwe buren, een jonger echtpaar, waarvan de man aan het begin staat van een veelbelovende carrière als televisiepresentator.</p>
<p>In de voorstelling is de taal de belangrijkste betekenisdrager. De tekst stuwt, behoorlijk traditioneel, de handeling voort. Toch weet Ahlbom met een aantal treffende beelden de vertelling een vervreemdende en grimmige wending te geven. Op het eerste oog toont <em>De architect</em> een volkomen normale huiskamer die is ingericht volgens de laatste voorschriften van <em>VT Wonen</em>. Een ruime huiskamer met een strak vormgegeven bank en een grote flatscreen televisie en een keuken in hetzelfde strakke design als de huiskamer, met een wand vol kastjes. Maar onverwacht maakt het decor allerlei trucs mogelijk; de televisiepresentator komt door de televisie de huiskamer in geklommen en de kastjes zijn van het ene op het andere moment gevuld met pakken suiker, terwijl ze vlak daarvoor nog helemaal leeg waren.</p>
<p>Dergelijke beelden zorgen voor een extra betekenislaag, die de belevingswereld van de vrouw laat zien. Als toeschouwer weet je niet of er werkelijk magische dingen gebeuren of dat de vrouw de grip kwijtraakt op haar verstandelijke vermogens. Een aangename draai aan wat evengoed een heel brave (tekst)voorstelling had kunnen worden.</p>
<p><strong>Playtime!</strong></p>
<p>Tijdens het festival Playtime!, waarin studenten van de mimeopleiding hun afstudeerprojecten presenteren, was het tekstgehalte, meestal in de vorm van monologen, opvallend hoog. Zo voert Niels Kuiters in <em>Phantom fear</em> een man op het toneel die ervan is overtuigd dat de wereld zal vergaan. Hij is de enige die dat beseft; de rest van de domme mensheid snapt niet dat op een goede dag de zuurstof zal zijn opgebruikt en iedereen zal stikken. Gaandeweg deze monoloog, geschreven door Rob de Graaf, neemt het superioriteitsgevoel van de hoofdpersoon beetje bij beetje af. Voelt hij zich in eerste instantie de baas over de hele mensheid en het ganse universum, later beperkt zijn controle zich tot zijn huis, dan tot zijn lichaam, om uiteindelijk in het niets te verdwijnen.</p>
<p>Een andere afstudeerproductie, <em>Donker</em> van Marc Stoffels, begint met een choreografie in een donkere ruimte met af en toe oplichtende vlakken op de vloer. Daardoor zijn alleen fragmenten van de beweging te zien, nooit de beweging in haar geheel. Het lichaam is steeds op de grens van licht en donker. De monoloog die volgt, toont een man die zich op de grens van waan en werkelijkheid bevindt, op de grens van het licht van het verstand en de duisternis van de waanzin.</p>
<p>Zowel in <em>Phantom fear</em> als in <em>Donker</em> dient de tekst niet om psychologisch opgebouwde personages te laten zien of een anekdotische ontwikkeling over te brengen. Stoffels en Kuiters tonen in hun monologen menselijke figuren met angsten en twijfels.</p>
<p>Zo ook Menno Vroon in <em>Toch wil ik</em>, eveneens tijdens Playtime! te zien. Tekstueel stelt deze monoloog niet eens zo veel voor. Een man zegt wat hij in de ruimte ziet, benoemt zijn eigen handelingen en spreekt tot het publiek. Het is de manier waarop Vroon deze teksten uitspreekt die het ’m doet. Met ingehouden agressie slingert hij de zinnen het publiek in. Zijn tekstbehandeling en zijn lichaam verraden een grote onzekerheid, van een man die zich geen houding weet te geven en daarom als een onbehouwen boer zichzelf overschreeuwt. Deze brute kracht wordt afgewisseld met kleine momenten waarop de man een poging doet zijn andere, kwetsbare kant te laten zien.</p>
<p>De personages in deze solo’s worden haast schetsmatig neergezet. Er is geen narratieve laag die de toeschouwers vertelt wat deze mensen bang of twijfelachtig heeft gemaakt. Ze geven slechts een mens in een bepaalde situatie weer, of liever, een mens in een bepaalde gemoedstoestand. Er ontrolt zich geen verhaal, de ontwikkeling zit in het opbouwen, het verhevigen van de gemoedstoestand in ritme en beeld. De taal stuwt de narratieve ontwikkeling niet voort, maar ondersteunt de ontwikkeling van ritme en beeld.</p>
<p><strong>Waarom</strong></p>
<p>De mime blijft zich ook verbaal ontwikkelen. Mimers bezitten het vermogen tekst aan te vullen met beelden en beweging op zo’n manier dat psychologische causaliteit uitblijft. De toeschouwer krijgt niet uitgelegd waarom personages zus of zo handelen, maar voelt dat ‘waarom’ wel aan. Als de mime haar kenmerkende intuïtieve theatertaal inzet in voorstellingen waarin vanuit een tekst wordt gewerkt, geven beelden, klank en beweging een nieuwe, intuïtieve laag aan het verstandelijke aspect van de taal. Wat maakt dat de betekenis van de tekst niet via het hoofd binnenkomt, zoals taal in eerste instantie zou doen, maar via de buik, het hart. En daar zit toch de kracht van de mime.</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.ericasmits.nl/?feed=rss2&amp;p=73</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Playtime 2008: ruwe diamanten</title>
		<link>http://www.ericasmits.nl/?p=70</link>
		<comments>http://www.ericasmits.nl/?p=70#comments</comments>
		<pubDate>Wed, 28 Jul 2010 10:11:46 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Erica</dc:creator>
				<category><![CDATA[kritiek]]></category>
		<category><![CDATA[mimeopleiding]]></category>
		<category><![CDATA[Playtime]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.ericasmits.nl/?p=70</guid>
		<description><![CDATA[Ongepolijst. Misschien is dat wel de beste term om de afstudeervoorstellingen van de mimeopleiding dit jaar te typeren. Van 21 tot en met 27 april kon het publiek tijdens Playtime! in het Veemtheater kennismaken met de ruwe diamanten van de nieuwe lichting afstuderende makers.]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><strong>(eerder verschenen in TM, juni 2008)</strong></p>
<p><strong>Playtime!<br />
Waar: Het Veemtheater<br />
Wanneer: 21 t/m 27 april 2008</strong></p>
<p><strong>Ongepolijst. Misschien is dat wel de beste term om de afstudeervoorstellingen van de mimeopleiding dit jaar te typeren. Van 21 tot en met 27 april kon het publiek tijdens <em>Playtime! </em>in het Veemtheater kennismaken met de ruwe diamanten van de nieuwe lichting afstuderende makers.</strong></p>
<p><span id="more-70"></span>Het ongepolijste was terug te zien in een beeldende en rauwe theatertaal, bijvoorbeeld in <em>ZO komt de naakte waarheid aan haar licht</em> van MTG Blont (Floor van Leeuwen en Bas van Rijnsoever). Hun fascinatie voor de performance, ontstaan tijdens een workshop met Ko van den Bosch, vormde het uitgangspunt voor deze voorstelling. Van den Bosch’ rauwe, compromisloze en geëngageerde theatertaal en de fragmentarische, beeldende stijl van de performance waren in <em>ZO komt&#8230; </em>duidelijk te herkennen. Aan het begin van de voorstelling knippen Van Leeuwen en Van Rijnsoever uit grote vellen papier poppetjes die, eenmaal uitgevouwen, een slinger vormen die zij over de breedte van het spelvlak spannen. Vervolgens leggen zij mensen uit het publiek allerlei keuzes voor: ‘jeuk of pijn?’, ‘je moeder of je vader?’ Met zwarte verf wordt het gekozen antwoord op een van de witte papieren minimensjes geschreven. Zo ontstaat een slinger van individuele keuzes die samen één keten, één gemeenschap vormen. Later worden deze poppetjes afgescheurd, aan houten kruisen geniet en in brand gestoken. Een mooi en krachtig beeld dat zou kunnen duiden op een provocatie jegens het christelijk geloof. Of zou het een oproep zijn tot vernietiging van al die individuele meninkjes? Of een waarschuwing over een naderende Apocalyps? Of zegt het iets over de kwetsbaarheid en nietigheid van de mens? Het verlangen een statement te maken is in de voorstelling duidelijk aanwezig. Maar welk statement dat precies is, wordt niet helder.</p>
<p>Voor de andere voorstellingen, zoals <em>Walking Queen</em> van Ariadna Rubio Lleó, <em>Steinboden</em> van Christina Flick en Kimmy Ligtvoet en <em>Faust Forward</em> van Bas van Rijnsoever, geldt hetzelfde. Ook deze makers kunnen sterke beelden en mooie momenten creëren, maar hun voorstellingen blijven hangen in een aaneenschakeling van handelingen waarvan de intentie niet duidelijk is en fragmenten waartussen de samenhang ontbreekt. Nu is de mime nooit snel geneigd het doen en laten van personages psychologisch te verklaren, maar meestal volgen zij een logica in hun handelen, of voel je als publiek een urgentie die doet inzien dat dat handelen belangrijk is, al begrijp je niet waarom.</p>
<p>Een voorbeeld daarvan is <em>Compromis</em> van Melih Gençboyaci. Drie nagenoeg identiek geklede vrouwen (plooirok, leren jack en stropdas) voeren bewegingssequenties uit, waarbij wordt gesuggereerd dat ergens een soort leidinggevende, hogere macht is waarvoor ze bang zijn en waaraan ze zich willen onttrekken. Een precieze verklaring voor het eindeloos rondjes draaien met de heupen, het stiekem achterom gluren of het als een bezetene in de houding gaan staan alsof er iemand aan komt, wordt nooit gegeven. Maar dat voor deze drie vrouwen wel degelijk een logica en een noodzaak achter hun handelingen schuilgaan, blijkt genoeg om de spanning vast te houden.</p>
<p>Het mooiste mimepareltje van dit jaar was, opvallend genoeg, niet te zien tijdens <em>Playtime!.</em> Eerder dit jaar brachten Hilde Labadie en Melih Gençboyaci <em>Zorg</em> in de dependance van de Amsterdamse Toneelschool &amp; Kleinkunstacademie aan de Lindengracht. In een eindregie van Anouke de Groot (regieopleiding) speelden ze afwisselend een bejaarde en een verzorger. Labadie en Gençboyaci schoten moeiteloos van de ene in de andere leeftijd en wisten een ontroerend en helder verhaal te brengen over een jong stel dat fantaseert over hoe het is als ze oud zijn en elkaar moeten helpen met aankleden, en een oud paar dat terugdenkt aan de verliefde jaren toen de een nog in de armen van de ander kon springen.</p>
<p>De rauwe en ongepolijste theatertaal van de afstudeervoorstellingen in <em>Playtime!</em>, zoals het krachtige beeld van nasmeulende papierresten van verbrande individuele keuzes in <em>ZO komt de naakte waarheid aan haar licht, </em>de duistere, rokerige vormgeving van <em>Faust Forward</em> en de melancholische sfeer in <em>Steinboden</em>, maakt de nieuwe lichting mime-makers, ondanks sommige onhelderheden in hun werk, toch interessant. Je moet immers niet alle ruwe diamanten meteen willen slijpen.</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.ericasmits.nl/?feed=rss2&amp;p=70</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Kassys: Is everybody happy?</title>
		<link>http://www.ericasmits.nl/?p=68</link>
		<comments>http://www.ericasmits.nl/?p=68#comments</comments>
		<pubDate>Wed, 28 Jul 2010 10:06:51 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Erica</dc:creator>
				<category><![CDATA[interview]]></category>
		<category><![CDATA[Kassys]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.ericasmits.nl/?p=68</guid>
		<description><![CDATA[Wanneer heb je voor het laatst een snoepje in je mond gehad en alleen maar genoten van de smaak? Wanneer heb je voor het laatst een muzieknummer afgeluisterd zonder te denken aan de afwas? Wanneer heb je voor het laatst een warm theeglas in je koude handen gehad en alleen maar naar buiten gekeken? Dit soort kleine momenten van intense tevredenheid zijn het geluk waar het om draait in de nieuwe voorstelling Everybody happy van Kassys. Artistiek leider Liesbeth Gritter en dramaturg Mette van der Sijs zijn een enorme uitdaging aangegaan: een uur lang boeiend theater maken over mensen die intens tevreden zijn, zonder ironisch of clichématig te worden.]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><strong> </strong></p>
<p><strong>(eerder verschenen in TM, april 2009)</strong></p>
<p><strong>Wanneer heb je voor het laatst een snoepje in je mond gehad en alleen maar genoten van de smaak? Wanneer heb je voor het laatst een muzieknummer afgeluisterd zonder te denken aan de afwas? Wanneer heb je voor het laatst een warm theeglas in je koude handen gehad en alleen maar naar buiten gekeken? Dit soort kleine momenten van intense tevredenheid zijn het geluk waar het om draait (moet dat niet zijn ‘waar het om draait’?) in de nieuwe voorstelling <em>Everybody happy</em> van Kassys. Artistiek leider Liesbeth Gritter en dramaturg Mette van der Sijs zijn een enorme uitdaging aangegaan: een uur lang boeiend theater maken over mensen die intens tevreden zijn, zonder ironisch of clichématig te worden.</strong></p>
<p><em><span id="more-68"></span>Everybody happy</em> is een vervolg op <em>Kommer</em>. Of beter gezegd: een gevolg van deze voorstelling uit 2004. In <em>Kommer</em> krijgen de zes spelers vlak voor het begin van de voorstelling heel slecht nieuws te horen. De voorstelling bestaat uit hun reactie op dit nieuws en het verwerken van het verdriet. Liesbeth Gritter: ‘De gesprekken met het publiek na afloop van die voorstelling gingen continu over verdriet. Dat deed me beseffen dat de producties die we tot dan toe hadden gemaakt, gedrag toonden wat nooit echt positief was. Ik wilde nu eens het tegenovergestelde doen.’</p>
<p>Dat valt nog lang niet mee. Geluk is theatraal gezien nu eenmaal niet zo interessant. Gritter: ‘Geluk is snel verteld. Verdriet heeft verschillende lagen. Als iemand zegt dat het goed gaat, ben je snel uitgepraat. Maar zegt iemand “mwah”, dan begint een verhaal. Het is lastig geluk boeiend te houden. En we willen niet in de valkuil stappen geluk ironisch te benaderen. Het is te makkelijk gelukkige of optimistische mensen weg te zetten als oppervlakkig, zweverig of naïef. Wij proberen het verschijnsel geluk oprecht te benaderen. Wat is het precies? Hoe ziet het eruit? Hoe lang kan een geluksmoment duren?’</p>
<p>Meer dan eerdere voorstellingen zal <em>Everybody happy</em> gaan over de ervaring van tijd, vermoedt Gritter. Van der Sijs vult aan: ‘We proberen de handelingen zo puur mogelijk te houden. We nodigen het publiek uit om te kijken naar “wat het is”. Dan heb je geen anekdote of voorgeschiedenis nodig.’</p>
<p>Met dit uitgangspunt past deze voorstelling naadloos in de lijn van het overige werk van Kassys, het gezelschap dat ontstond op DasArts. Liesbeth Gritter kwam van de Academie voor Beeldende Kunst en Mette van der Sijs van de Dansacademie. Van der Sijs twijfelde of ze wilde doorgaan met dans en zocht op DasArts de ruimte om onderzoek te doen. Gritter had (en heeft) eigenlijk een hekel aan theater, maar ontdekte op DasArts dat theater het beste medium was om haar ideeën vorm te geven. Ze vonden elkaar in een gedeeld afgrijzen van ongeloofwaardigheid en ontwikkelden een vorm van theater waarin de anekdote wordt losgelaten en het publiek het menselijk gedrag kan ‘begluren’.</p>
<p>Inmiddels zijn ze tien jaar verder, maar terugblikken doen ze niet. Van der Sijs: ‘Dat suggereert dat je stilstaat. We kijken wel terug op eerdere voorstellingen, maar altijd in relatie tot de voorstelling waarmee we bezig zijn of die we voorbereiden.’ Natuurlijk zijn sinds de beginjaren enkele zaken veranderd. Gritter en Van der Sijs doen tegenwoordig minder concessies aan de opvatting dat de toeschouwer het ‘leuk moet vinden’. Bovendien zijn de voorstellingen gelaagder geworden. Gritter: ‘De eerste voorstelling liet vooral gedrag zien van mensen die zich ongemakkelijk voelden en zichzelf een houding probeerden te geven. De latere voorstellingen gingen over onderwerpen als verdriet of opvoeden. We zijn van gedrag in puur fysieke zin naar gedrag in emotionele zin gegaan. Dat maakte de voorstellingen complexer.’</p>
<p><strong>Manipulatie</strong></p>
<p>Ondanks de veranderde onderwerpen valt in alle voorstellingen nog steeds een duidelijke Kassys-stijl te herkennen. Het gebruik van film is daarbij een belangrijk element. Gritter: ‘Op de kunstacademie was ik al veel met film en fotografie bezig. Film is een<strong> </strong>prettig medium om iets in te vertellen. Je kunt je verhaal een kader geven en sprongen maken in tijd en plaats, terwijl het theater altijd in het hier-en-nu plaatsvindt en die zwarte doos niet uit kan. Ik zet die verschillen graag naast elkaar. Ze versterken elkaar.’</p>
<p>Zoals in <em>Baas slaat man</em> (2001), die begon met het vertonen van een nepdocumentaire over het maakproces van de voorstelling. Nadat het publiek twintig minuten had gekeken naar audities, repetities en ruzies, begon de ‘echte’ voorstelling. Het live-moment werd versterkt doordat het publiek de spelers al had gezien op film. Gritter: ‘We zoeken altijd naar een manier om de film en de live aanwezigheid inhoudelijk met elkaar te laten overeenkomen.’</p>
<p>In <em>Good cop bad cop</em> (2007) waren op een groot scherm drie spelers te zien die vertelden over hun emoties, terwijl ze recht in de camera keken. Daarbij kwamen de nodige platitudes voorbij, zoals ‘Alle neuzen in dezelfde richting en we gaan ervoor.’ Of: ‘We hebben zoveel meegemaakt en het was emotioneel zwaar.’ En: ‘Maar de kracht van de liefde sleepte iedereen er doorheen. Samen kun je alles aan. Wat er ook gebeurt.’</p>
<p>Terwijl de film de sentimentele clichés van realityshows op televisie becommentarieerde, speelden de drie spelers op de vloer huisdieren: twee katten en een hond. Ze sliepen, wandelden wat rond, sprongen op de tafel om de kamer in te kijken of stonden voor de deur te wachten op hun baasje. Door de teksten uit de film, projecteerde de toeschouwer van alles op die aandoenlijke huisdieren. Film en theater gingen een wisselwerking met elkaar aan. Gritter: ‘Met film kun je extra informatie geven over hoe het publiek moet kijken. Je kunt het publiek een bril opzetten. Dat is een fijn manipulatiemiddel omdat je dan subtieler te werk kunt gaan. Je hoeft bepaalde zaken niet meer te illustreren. Net als bij muziek, die gaat ook recht het hart in. Je hoeft niet meer verdrietig te spelen als de muziek die emotie al voor je inkleurt. Dankzij de film ga je toch anders naar die dieren kijken.’</p>
<p><strong>Grensgebied</strong></p>
<p>De puurheid en oprechtheid waarnaar Van der Sijs en Gritter in <em>Everybody happy</em> met de spelers op zoek zijn, vormt een rode draad in de voorstellingen van Kassys. Gritter: ‘Mensen die doen alsof vind ik in het echte leven niet fijn om naar te kijken, en in het theater ook niet.’ Van der Sijs: ‘Dat heeft ook te maken met het soort anekdotisch theater waarin net iets te groot wordt geacteerd, zodat de mensen op de achterste rij het ook nog kunnen zien.’</p>
<p>Een van de ingrepen die Kassys pleegt om oprechtheid te waarborgen is het loslaten van de anekdote. De groep werkt niet met verhalen over gezinnen, conflictueuze drama’s die uitlopen op een <em>happy end</em> of psychologisch opgebouwde personages. Vertrekkend vanuit een concrete situatie nodigen de makers het publiek uit te kijken naar het gedrag van mensen die iets vervelends te horen krijgen, zich kapot vervelen of zich ongemakkelijk voelen. Van der Sijs: ‘Het publiek krijgt de tijd die mensen te observeren en zichzelf in zijn gedrag te herkennen. Daarbij is geen verhaal nodig.’</p>
<p>Sterker nog, het werken vanuit een situatie in plaats van een anekdote werkt zelfs beter en directer. Gritter: ‘Als je een verhaaltje krijgt voorgeschoteld, kun je daar lekker in meedromen of afstand van de handeling nemen. Je kunt jezelf geruststellen met de gedachte dat het over “die mensen daar” gaat en niet over jezelf. Je blijft naar personages kijken, naar een vader, of een zus. Zodra dat wegvalt, vindt de toeschouwer redenen om zich te identifieren met de mensen op de speelvloer.’ Van der Sijs: ‘Bij <em>Kommer</em> was er geen verhaal waarin werd verteld wie er precies dood was. Juist daardoor ging je meer naar het gedrag zelf kijken. Details vallen op en je denkt aan je eigen gedrag, maar niet via een fictief personage.’</p>
<p>In de voorstellingen wordt altijd gestreefd naar de grootst mogelijke authenticiteit. Gritter: ‘Ik kan me zo verwonderen over het gedrag van mensen. Zodra andere mensen in de buurt komen, gaan we ons anders gedragen om leuker te worden gevonden. Daarom vind ik het interessant tegenover dat gedrag het gedrag van kinderen of dieren te zetten, zoals in <em>Good cop bad cop</em> of <em>LIGA </em>(2006). Die “zijn” gewoon en houden zich totaal niet bezig met wat anderen daarvan denken of vinden.’</p>
<p>Van der Sijs: ‘Ook mensen die verdriet hebben houden geen façade op. Zij denken niet meer aan hun oogschaduw en of hun haar nog goed zit. Omdat ze zo puur zijn in hun gedrag, zijn ze fascinerend om naar te kijken. En heel mooi.’</p>
<p>Tegelijkertijd is ‘doen alsof’, wat theater nu eenmaal toch is, ook een heel spannend gegeven om mee te werken. Kassys werkt daarom vaak op het grensgebied van authenticiteit en theatraliteit – de suggestie dat wat je op het toneel ziet echt is en tegelijkertijd de wetenschap dat theater natuurlijk nooit echt is. Gritter: ‘Bij ons illustreren de acteurs het gedrag niet, zij laten het zien. Als toeschouwer heb je het idee dat je iets in het gedrag van de speler hebt ontdekt, zonder dat die speler dat zichtbaar<strong> </strong>heeft getoond.’ Van der Sijs: ‘Daaraan werken wij heel hard, om dat zo te spelen.’ Gritter: ‘Het is natuurlijk net zo nep als “doen alsof”, maar het oogt geloofwaardig.’ Van der Sijs: ‘Eigenlijk is het superbedrog’. </p>
<p> <a href="http://www.kassys.nl">www.kassys.nl</a></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.ericasmits.nl/?feed=rss2&amp;p=68</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Omsk verovert Dordrecht</title>
		<link>http://www.ericasmits.nl/?p=65</link>
		<comments>http://www.ericasmits.nl/?p=65#comments</comments>
		<pubDate>Wed, 28 Jul 2010 10:00:36 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Erica</dc:creator>
				<category><![CDATA[interview]]></category>
		<category><![CDATA[Lotte van den Berg]]></category>
		<category><![CDATA[Omsk]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.ericasmits.nl/?p=65</guid>
		<description><![CDATA[Na enkele jaren te hebben gewerkt onder de hoede van het Antwerpse Toneelhuis, besloot Lotte van den Berg in te gaan op de uitnodiging van de gemeente Dordrecht om tussen oer-Hollandse waterwegen een eigen huis op te zetten. Inmiddels bereidt Van den Berg zich voor op een lange reis naar Kinshasa met de kunstenaars van haar gezelschap Omsk en een groep geestverwanten. ‘Niet alleen wil ik zelf graag reizen, ik denk dat het voor een stad belangrijk is om invloeden van buitenaf te krijgen.’]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><strong>(eerder verschenen in TM, juni 2009)</strong></p>
<p><strong>Na enkele jaren te hebben gewerkt onder de hoede van het Antwerpse Toneelhuis, besloot Lotte van den Berg in te gaan op de uitnodiging van de gemeente Dordrecht om tussen oer-Hollandse waterwegen een eigen huis op te zetten. Inmiddels bereidt Van den Berg zich voor op een lange reis naar Kinshasa met de kunstenaars van haar gezelschap Omsk en een groep geestverwanten. ‘Niet alleen wil ik zelf graag reizen, ik denk dat het voor een stad belangrijk is om invloeden van buitenaf te krijgen.’</strong></p>
<p><span id="more-65"></span>Je bent er zo. Met de intercity naar Dordrecht CS en vanaf daar, zes keer per uur, met bus 10 naar het Energiehuis. Nog voordat je de krant<em> </em>goed en wel hebt uitgelezen sta je bij de voormalige energiecentrale in Dordrecht, die nu onderdak biedt aan Omsk, het nieuwe gezelschap van Lotte van den Berg. Daar, met uitzicht over de Merwe, hebben zij en de groep kunstenaars die zij heeft uitgenodigd, beschikking over een machinekamer met bakken vol Dogtroep-spullen en een enorme hal met aangrenzende kantoren en ateliers. Dat wil zeggen, als alles straks klaar is.</p>
<p>Al vanaf de eerste dag bouwen kunstenaars en bouwvakkers gezamenlijk aan deze thuisbasis. De keuken wordt betegeld, de kantoren en ateliers worden ingericht. ‘Beginnen is het allerleukst,’ vertelt Lotte van den Berg terwijl ze terugkijkt op de eerste paar maanden. ‘Daarvan wil ik zo lang mogelijk genieten.’</p>
<p>Het allereerste begin bestond uit het ophangen van de brievenbus. Van den Berg: ‘Ik geniet ervan dat dat ook deel van het werk is. Alleen al zo’n brievenbus roept allerlei vragen op. Waar moet ie hangen, wat is onze voordeur, is dat de gezamenlijke ingang aan de voorkant of deze deur aan de achterkant? Wat betekent het eigenlijk dat men je kan bereiken, dat mensen brieven naar je kunnen sturen? Dat zijn mooie en belangrijke verhalen.’ Zo komen praktische vragen als ‘waar zit de bakker’ en ‘waar kan ik mijn fiets repareren’ samen met filosofische vragen over bereikbaarheid en aanwezigheid in de stad en het bouwen van een thuishaven. Zakelijk leider Bart Kusters: ‘Alles vermengt zich. Mensen werken aan tekeningen, presentaties en objecten. Tegelijkertijd wordt een website gebouwd en klust men in de theaterzaal.’</p>
<p>Het eerste jaar staat geheel in het teken van het verkennen en veroveren van de stad Dordrecht door de aan Omsk verbonden kunstenaars. Ze bellen aan bij buren om hen uit te nodigen voor een kennismakingsdiner of vatten post op de markt met vijf tafeltjes en tien stoelen om ‘verhalen te ruilen’.</p>
<p><strong>Stadse choreografie</strong></p>
<p>De vier Marokkaanse hangjongeren op het bankje bij de kerk schrikken als een oude man plotseling op de grond valt. Ze kijken naar de man en vervolgens om zich heen. Een van hen loopt besluiteloos van en naar zijn scooter. Zal hij wegrijden? Of hulp halen?</p>
<p>Vanaf de toren van de Grote Kerk gezien is het een mooi en spannend moment. <em>Toren </em>van Marjolein Frijling neemt twaalf bezoekers mee naar het hoogste punt van de Grote Kerk van Dordrecht. Na het beklimmen van de 273 treden biedt de toren een prachtig uitzicht over de stad, het water, de bootjes in de haven en de straat die om de voet van de toren slingert. Fietsers, auto’s, brommers en voetgangers komen voorbij. De koptelefoons laten een <span style="text-decoration: underline;">soundscape</span> horen van stadsgeluiden, met ambulances, klotsend water en een piepende fiets. De toeschouwer zoomt uit en ziet de stad, de rivier en de horizon. De toeschouwer zoomt in en ziet de kleine bewegingen in de stad: iemand parkeert een auto, een oude man loopt moeizaam over een brug, een vrouw staat opvallend lang stil bij de brievenbus. Met oren en ogen gespitst bespiedt de toeschouwer het stadse leven onder zich. Langzaam maar zeker herkent hij de vier passanten die onderdeel zijn van de voorstelling. De vrouw bij de brievenbus begint te dansen, de straatveger rent ineens weg en maakt een sprong over een muurtje. Ook de oude man beweegt ineens soepel over de reling van de brug. De meeste argeloze voorbijgangers merken het niet eens op. Slechts af en toe werpt iemand een blik achterom. Het theater gaat op in de stad en maakt onopgemerkt deel uit van de stadse choreografie. Behalve dus bij die vier jongens op dat bankje.</p>
<p> <strong>Stiekeme audities</strong></p>
<p>Alle projecten van de kunstenaars die zich hebben verbonden aan Omsk gaan een directe verbinding aan met de stad en zijn bewoners. Valentine Kempynck bouwt op daken bankjes van twee bakstenen waarop overleden vrienden of familieleden van het huis kunnen terugkeren, altijd op verzoek van de bewoner van het huis. Bas van Rijnsoever maakt <span style="text-decoration: underline;">samples</span> van stadsgeluiden en vormt ze om tot een dansbare beat om deze vervolgens aan de stad terug te geven. Floor van Leeuwen en Marie Groothof werken aan een beeldentocht in de winkelstraat. Anne Habermann legde de kaart van het voormalige verzorgingsgebied van de energiecentrale over de huidige kaart van Dordrecht. De plaatsen waarop vroeger stroom werd geleverd zijn nu uitgangspunten voor toevallige ontmoetingen. In een uithoek van het gebouw zit Ank Daamen een portret te tekenen vanaf een foto van een oude vrouw die ze op haar tafel heeft geplakt, als onderdeel van een serie kleine portretten naar aanleiding van ontmoetingen.</p>
<p>In alles wat Van den Berg en de Omsk-kunstenaars doen staat de ontmoeting centraal. Van het aanbellen bij de buren tot het uitnodigen van culturele organisaties uit Dordrecht voor een diner. Van het zoeken naar 72 spelers voor de nieuwe voorstelling <em>Het verdwalen in kaart</em> tot het voorbereiden van de reis naar Afrika waarvoor Van den Berg en theatermaker Guido Kleene nu al een prachtige briefwisseling onderhouden, die je op de website kunt meelezen. Omsk gaat over kennismaken, over je laten verrassen door schoonheid op lelijke plekken, over openstaan voor het onverwachte, over het ter discussie stellen van elke insluipende routine in het werk. Dit jaar nog in Dordrecht, volgend jaar in Kinshasa.</p>
<p>Het Omsk-avontuur begon vanuit een verlangen om te reizen, vertelt Van den Berg. ‘Guido en ik maakten een reis naar Brazilië. Na afloop daarvan bleven we spreken over onze fascinatie met reizen. Een reis biedt zoveel inspiratie en inzicht, zowel in jezelf als in andere culturen. Dat wilden we graag verder ontwikkelen en we fantaseerden over de mogelijkheden. We vonden het belangrijk een langere periode op reis te kunnen. Je kunt een ontmoeting dan echt aangaan en inspelen op onverwachte ontwikkelingen. Verder wilden we graag met een grotere groep gaan, niet alleen van theatermakers die aan een bepaalde voorstelling verbonden zijn, maar ook met kunstenaars, tekenaars en schrijvers die zelfstandig kunnen werken én dienstbaar kunnen zijn in projecten van een ander. Dat is op een mooie zomeravond bedacht.’</p>
<p>Toen de uitnodiging uit Dordrecht kwam om in deze stad een gezelschap te vestigen, nam Van den Berg die vrijwel direct en volmondig aan. Ze stelde echter één voorwaarde: dat er ruimte zou zijn om te reizen. ‘Niet alleen wil ik dat zelf graag, ik denk dat het voor een stad belangrijk is om invloeden van buitenaf te krijgen. Het is goed om dicht bij de lokale gemeenschap te zitten, maar ook om ver weg te zijn en nieuwe indrukken mee terug te nemen.’</p>
<p>Het belang van een thuishaven dringt eigenlijk nu pas tot Van den Berg door. ‘Je kunt als losgeslagen reiziger de wereld intrekken, maar het reizen heeft dan weinig consequentie. Op het moment dat je een stevig anker in de grond hebt geslagen, zoals wij nu bij Omsk doen, moet je steeds vragen stellen over je verhouding tot die geboortegrond. Waarom vind ik het zo belangrijk te zien hoe mensen ergens anders op de wereld leven? Waarom krijg ik bij aankomst op Schiphol een grotere cultuurshock dan als ik arriveer in Kinshasa? Wat betekent opnieuw thuiskomen?’</p>
<p>De grote kracht van een thuisplek verraste Van den Berg. ‘Het “thuis” ontroert mij enorm. Ik leefde de afgelopen acht jaar zo nomadisch, dat ik nooit een plek had waar ik mensen kon uitnodigen. Hier is dat wel zo. Ik ben al maanden aan het genieten van het ontvangen van mensen en van wat het betekent een plek te hebben waar mensen naartoe kunnen komen. Het heeft nog steeds met reizen en bewegen te maken, maar ook met ontvangen.’</p>
<p>Over thuis gaat ook de voorstelling <em>Het verdwalen in kaart</em> die eind juni uitkomt. Voor deze voorstelling zocht Van den Berg 72 inwoners van Dordrecht bij elkaar, zo divers mogelijk. ‘Ik wilde geen groepjes in de groep. Het uitgangspunt van de voorstelling is de vraag wie je bent als je alleen bent, in je huiskamer. Dat onderzoek wil ik eerst met iedereen apart doen, door kleine portretten te maken.’ Vanuit die individualiteit ontstaat in de voorstelling vervolgens een collectief, een nieuwe gezamenlijkheid.</p>
<p>In de zoektocht naar de 72 spelers bood de zaterdagmarkt in het centrum van de stad uitkomst. Op een doodgewone marktdag plaatste Van den Berg drie rijen van drie stoelen midden op het drukste gangpad van de markt. Het waren stiekeme audities. Mensen die vroegen waarom die stoelen daar stonden, kregen de uitnodiging erop te gaan zitten. Ze stelden zich voor hoe het zou zijn als ‘dat meisje met dat roze bloesje’ een actrice zou zijn of ‘die jongen met dat petje’. Is dat eigenlijk niet gewoon theater?</p>
<p><a href="http://www.omsk.nl">www.omsk.nl</a></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.ericasmits.nl/?feed=rss2&amp;p=65</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
	</channel>
</rss>
