Beweging zien is beweging voelen (terugblik mime 13-14)

 

Het lichaam is terug! Niet dat het ooit echt is weggeweest natuurlijk. Maar in de mime viel het afgelopen seizoen op hoe de meest spraakmakende voorstellingen het lichaam centraal zetten, vaak tot in het extreme. Het maakte heftige emoties los bij het publiek.

(eerder verschenen in Theatermaker, september 2014)

Een groep mensen komt op in het halfduister. Alleen de silhouetten zijn te zien. Grote mensen, kleine mensen, gebogen, dikke, lange mensen. Ze beginnen te lopen, vormen een cirkel en blijven lopen. Lopen. Lopen. Lopen. In voorgaande voorstellingen werkte het theatercollectief Schwalbe een fysiek gegeven – dansen, fietsen, spelen, vechten – tot uitputtens toe uit tot intrigerende performances. In hun opvolger Schwalbe zoekt massa onderwerpen de spelers niet alleen zichzelf aan een beproeving, maar hebben ze een grote groep vrijwilligers zo gek gekregen om ruim een uur rondjes met ze te lopen.

Een oude man blijft in de kern van de cirkel strijdvaardig doorstappen. Een forse Surinaamse dame heeft een grappige draf. Een jongen zet het keihard op een sprinten en vliegt zowat uit de bocht. Ondertussen dreunen de voetstappen van de massa door. Om soms tot een collectieve jog, draf en zelfs galop te komen. Mensen die het moeilijk hebben worden even gesteund door een hand in de rug. En als iedereen zich na een vermoeiende renspurt laat terugzakken tot een langzaam tempo, pakt de oude man nog even de buitenste ring met zijn ferme pas.

Bij het kijken naar Schwalbe zoekt massa verschuift de blik steeds van het collectief naar een individu. Soms zoom je in op één persoon en blijf je daar even bij. Soms zoom je uit naar de groep, een anonieme massa die zowel beschermend als bedreigend is. Je ziet de onverbiddelijke cadans van de groep maar ook de individuele eigenaardigheden en onderlinge saamhorigheid vallen op.

Eerder dit seizoen schreef ik in een beschouwing over het werk van Boukje Schweigman over de kinesthetische ervaring bij het kijken naar theater: een communicatieproces gebaseerd op het gegeven dat performer en toeschouwer beiden een lichaam hebben. Als ik kijk naar iemand die rondjes rent, wordt niet alleen het visuele centrum in mijn hersenen geactiveerd maar ook de motorische cortex, waardoor mijn lichaam zich zal inbeelden dat het zelf rondjes rent. Beweging zien is beweging voelen of ervaren, en dat maakt dat ik de betekenis van de beweging ook op een intuïtief niveau meekrijg. In fysieke voorstellingen als Schwalbe zoekt massa wordt het lichaam van zowel de performer als van de toeschouwer betekenisgever.

Ontroering als mokerslag

In Rhythm of the night, de afstudeersolo van Marijn Brussaard aan de Mimeopleiding, zit het publiek aan drie zijden van het speelvlak opgesteld. Brussaard, bij aanvang een onzekere jongeman die ons welkom heet door een galmende microfoon, geeft zich in drie delen over aan dans, seks en emotie. Elk deel begint vanuit zijn lijf. Vertwijfelde gebaren worden haperende bewegingen van het bovenlichaam om vervolgens uit te monden in uitbundig dansen op onvervalste nineties dance (‘Rhythm is a dancer). De fysieke resonanties van het dansen gaan in het tweede deel over in, laten we zeggen, expliciete heupbewegingen. In steeds wisselende poses schuurt Brussaard tegen de vloer, de muur, het gordijn, een bezem, het stopcontact, alsof hij wordt voortgedreven door een oncontroleerbare drift. In het derde deel van de solo komt het lichaam eindelijk tot rust. Brussaard kijkt en loopt vlak langs de toeschouwers. Ondertussen huilt hij. Hij zoekt je blik en ontwijkt die tegelijkertijd. Hij geeft zich over aan de kwetsbaarheid en laat die – even ongegeneerd als zijn overgave in de eerdere delen – zien aan het publiek.

Op dat moment ben je als toeschouwer al door alle mogelijke emoties heengegaan – fascinatie en nieuwsgierigheid waarmee je elke voorstelling in stapt, het vrolijke lachen om zijn onhandigheid, de onderdrukte zin om mee te dansen, het ongemakkelijke lachen om de nadrukkelijke en stumperige seksualiteit, de realisatie van de onderliggende wanhoop, de lichte verveling door de duur van de eerste twee delen. De ontroering die het laatste deel oproept treft je dan ook als een mokerslag. Alsof ook je eigen lichaam zich na al die sensaties overgeeft aan het eenzame verdriet. Emotie zien is emotie voelen?

Naakt en leeg

In eerste instantie weet je niet zo goed waar je moet kijken. Ja, vooral niet te veel naar beneden. Bij binnenkomst van het publiek staan Tamar Blom en Kajetan Uranitsch ons full monty op te wachten. In Body on/Body off, de afstudeervoorstelling van Tamar Blom aan de Mimeopleiding, dansen Blom en Uranitsch op ABBA’s Dancing Queen volledig naakt, uitbundig, wiegend met de heupen, schurend tegen alles wat los en vast zit. Alsof ze de hele wereld willen platneuken. In eerste instantie werkt het op de lachspieren, zowel door het ongemak van de situatie als door de uitdagende blik en de aanstekelijke energie van de jongens. Hun fysieke inspanningen gaan maar door en door. En in die duur en de steeds extremere vormen die ze aannemen komen ook wanhoop en agressie bovendrijven. Ze hangen in de reling van het techniekbalkon, staan letterlijk op hun kop, raken volledig uitgeput. Toch komt er geen verlichting, ook niet in de worsteling en de omhelzing die volgen. Body on/Body off is een intense fysieke ervaring voor de performers en levert daardoor ook een intense kinesthetische sensatie op bij de toeschouwer.

In de spraakmakende performance Hideous (wo)men maakten Suzan Boogaerdt en Bianca van der Schoot, met regisseur Susanne Kennedy en medespelers Nettie Blanken, Willemijn Zevenhuijzen en Erika Cederqvist, een carrousel van scènes geïnspireerd op soapverhalen rondom een zekere Brooke, Angel en Rocco. De spelers, allen gemaskerd, komen voorbij op een draaitoneel; hun geplaybackte stemmen komen van band. Ook in Hideous (wo)men werd je als toeschouwer onderworpen aan een breed scala van emoties. De aanvankelijke fascinatie maakte plaats voor ongemak, irritatie, verveling en zelfs afschuw tijdens het slotbeeld.

In deze wereld die in een constante traagheid voorbij komt glijden, lijkt zich een ander kinesthetisch proces te voltrekken dan bij eerdergenoemde voorstellingen. De spelers zijn volkomen geanonimiseerd door hun maskers en hun onderlinge uitwisselbaarheid. Ik zie hier geen mensen en hun lijven, maar lege hulzen, waarin je je haast onmogelijk kunt herkennen of verplaatsen. Toch is het juist de leegte die deze spelers hebben durven opzoeken die een sterke fysieke reactie oproept. Je ziet de leegte niet alleen, je voelt hem ook. Maar de carrousel draait onverbiddelijk door.

Spanningsboog

In al deze performances wordt de tijd genomen. Handelingen worden herhaald, bewegingen uitgerekt, stiltes verlengd, lichamen bewegen tergend langzaam, scènes duren voort zonder dat er ogenschijnlijk iets gebeurt. Die duur is een belangrijk element in de fysieke ervaring die het publiek ondergaat. Theater is immers een kunstvorm die plaatsvindt in een bepaalde ruimte en een bepaalde tijd. Anders dan bij andere kunstvormen committeer je je als toeschouwer bij aanvang van de voorstelling om daar te blijven tot het zaallicht weer aangaat. Meestal is er in voorstellingen sprake van een spanningsboog waarbinnen een verhaal wordt verteld, zonder inzakkers. Maar in deze voorstellingen is de tijd net zo goed een betekenisgevend element als andere tekens. De makers laten niet alleen de performers door een bepaald proces gaan, maar de toeschouwers net zo goed.

Beweging zien is beweging voelen. Een lichaam zien is een lichaam voelen. Met dit spiegeleffect roepen deze vier voorstellingen sterke fysieke en daardoor ook emotionele sensaties op. Je voelt je eenzaam en verdrietig bij het kijken naar Marijn Brussaard in Rhythm of the night, je voelt je leeg en wanhopig na Hideous (wo)men. Uitgeput en opgetogen na Schwalbe zoekt massa. En opgewekt en onmachtig na Body on/Body off. Fascinatie, ontroering, humor, verveling, irritatie: al die emoties komen voorbij en grijpen je bij je lurven. Juist doordat ook de toeschouwer de tijd wordt gegund om voorbij de ratio te komen en in een eigen fysicaliteit neer te strijken. Met als resultaat dat deze ervaringen me nog lang zullen bijblijven.