Blog PS|theater: Zoeterwoude

Daar reed ik dan. Op de fiets. Tussen de koeien. Met de A4 nog maar net achter me en met in mijn blikveld zowel een ouderwetse Hollandsche molen en een torenhoge windmolen. Ik ben nu al in een andere wereld. Ik ben op weg naar Zoeterwoude voor een afspraak met burgemeester Liesbeth Bloemen en cultuurwethouder Ruud Bouter. Ze overladen me met tips. Ik moet zeker nog eens hier langs fietsen en daar eens gaan praten. Maar het mooiste deel van het gesprek is toch wel het betoog van de cultuurwethouder over zijn dorp. Hij schetst een hechte gemeenschap, waar de sociale cohesie groot is, mede dankzij de inzet van de vele vrijwilligers en de korte lijnen tussen burger en bestuur. Van binnen juich ik. Precies het verhaal dat we zoeken voor volgend jaar. Vervolgens belandt de burgemeester in een iets te lange uiteenzetting over een of andere kwestie omtrent afvalcontainers. Mijn juichen sterft langzaam maar zeker weg. Ben ik nou serieus met een burgemeester ruim een kwartier over de vraag of je je vuilniszakken wel of niet even in de auto kan zetten om weg te brengen?

Nee. De burgemeester wijdt weliswaar echt wel te lang uit over deze kwestie, maar eronder ligt een ander verhaal. Tussen de regels door beschrijft zij ook haar aanpak. Hoe zij van deur tot deur het gesprek aan ging met de bewoners van de straat. Hoe zij luisterde naar hun bezwaren, maar daar ook praktisch en nuchter tegenwicht aan bood. Daarmee ging de anekdote dus niet alleen over afvalcontainers, maar ook de keuzes die een gemeente maakt en hoe de gemeenschap wordt meegenomen in veranderingen die nou eenmaal nodig zijn, wil Zoeterwoude verduurzamen.

Het gesprek zet me wel aan het denken. Het gaat over vuilniszakken, maar het gaat niet over vuilniszakken. Het gaat over hoe je als gemeentebestuur steeds moet schipperen tussen mee bewegen met de tijd en gas terugnemen om de club bij elkaar te houden. Enerzijds moeten er beslissingen genomen worden voor de toekomst, moeten sommige zaken nou eenmaal aangepakt en veranderd worden en mag een gemeente daar best daadkrachtig in optreden. Anderzijds zitten de inwoners totaal niet op verandering te wachten en moet je tussen de mensen daarin mee krijgen. Ook als dat betekent dat je oeverloos zit te emmeren over huisvuil.

Terug op de fiets. Door de weilanden, langs de koeien en de molens terug naar de stad. Ik weet nog niet of ik nu net een schoolvoorbeeld van democratie in werking heb gehoord. Als dat namelijk wel het geval is, waarom word ik er dan toch zo mismoedig van?