Closing time in Café Lehmitz

In 1991 bracht Carver Café Lehmitz uit. Het was een nieuwe vorm van theater, baanbrekend en direct een hit. Café Lehmitz werd de hoeksteen voor de verdere ontwikkeling van de mime in Nederland. Nu, ruim twintig jaar later, brengt Carver de productie opnieuw uit, in vrijwel dezelfde samenstelling. Het is een jubileum met een zwarte rand: Carver houdt per 2013 op met het maken van voorstellingen nu de groep geen subsidies meer zijn toegekend.

Het gezamenlijke verleden van Beppie Melissen, Leny Breederveld en René van ’t Hof gaat al lange tijd terug. Ze leerden elkaar begin jaren tachtig kennen bij theatergroep Carrousel. In 1987 besloten de drie spelers dat het tijd was voor iets nieuws en verlieten ze de groep. Beppie Melissen schreef daar zelf over in Plakboek, 20 jaar Carver: ‘We hadden bij Carrousel zo’n tien jaar samengewerkt en de koek was op. Van buitenaf was er geen enkele druk om uit elkaar te gaan, integendeel. We kregen uitstekende recensies en de belangstelling voor ons nam alleen maar toe. Maar we hadden het wel gehad met elkaar.’

Twee jaar later kwam het trio echter alweer bij elkaar om, samen met acteur Bert Luppes, de voorstelling Carver, verplaatst u zich eens in mij te maken. Een beeldende, fragmentarische voorstelling in regie van Mirjam Koen die gebaseerd was op verhalen van de Amerikaanse schrijver Raymond Carver. Een nieuwe theatergroep was geboren en werd meteen opgenomen in het Kunstenplan. De eerstvolgende voorstelling, Café Lehmitz (1991), werd een regelrechte hit. De recensies kopten met ‘gouden miniatuurtje’ en ‘hartveroverend meesterwerkje’. Tot genoegen, maar ook tot verbazing van de makers, die tot op de dag van vandaag het succes van Café Lehmitz niet echt kunnen verklaren.

In het Amsterdamse theatercafé Stanislavski blikken Melissen, Breederveld en Van ’t Hof terug op 23 jaar Carver. Een gesprek waarin de drie elkaar naadloos aanvullen in hun herinneringen en gedachten aan het begin en de ontwikkeling van Carver. ‘Weet je nog, die eerste try-out,’ werpt Breederveld op. ‘Dat was helemaal geen kat in het bakkie.’ De andere twee beamen het hartgrondig. ‘Pas na twee weken spelen viel alles op zijn plek. De eerste recensie was ook helemaal niet zo positief. Pas bij de première kregen we een lovende kritiek van Martin Schouten in de Volkskrant. Toen is het gaan rollen.’ Van ’t Hof: ‘Zo hebben we dat ook nooit meer meegemaakt. We hebben vaak goede recensies gehad, maar dat er een rij stond van Theater Bellevue tot op het plein voor Hotel Americain was echt uitzonderlijk.’

Kruimeltjes verzamelen

Café Lehmitz is gebaseerd op een fotoboek van de Zweedse fotograaf Anders Petersen. Eind jaren zestig kwam hij per toeval terecht in café Lehmitz in Hamburg, waar vooral mensen ‘aan de zelfkant van de samenleving’ hun tijd doorbrachten. Peterson bezocht het café twee jaar lang regelmatig en maakte foto’s van de bezoekers. Geïnspireerd door deze foto’s maakte Carver, wederom met Mirjam Koen als regisseur en met Jim van der Woude als gastacteur, een voorstelling over vier mensen in een café aan de rand van de samenleving. Hun ploeterende pogingen om zich staande te houden zijn grappig en ontroerend tegelijk.

Hapje nemen, kruimeltjes verzamelen, amandel verwijderen en apart leggen, voorhoofd afvegen, hapje nemen, hoofd afvegen. In Café Lehmitz weet René van ’t Hof van het alledaagse eten van een gevulde koek een scène te maken die nog steeds in het collectieve geheugen van de mime gegrift staat. Maar ook in andere beeldende scènes wisten de makers treffend de stamgasten van het café te verbeelden. Zonder de personages psychologisch uit te werken lukte het de makers deze vier verschoppelingen in een troosteloos café treffend op te roepen in beeldende en humoristische scènes. Met een tirade over niet meer aantrekkelijk zijn, een zoekgeraakte knoop van een jas, grapjes met een lucifer of het kammen van een anders haar balanceerden ze op het randje van humor en tragiek.

Dat sloeg aan. Gerben Hellinga schreef in Vrij Nederland: ‘De voorstelling is bijna ouderwets in haar menselijke benadering van de personages die de intouchables van deze tijd zijn. Dat is nieuw. (…) Een beeldschone voorstelling boordevol ontroering en ongelofelijk komisch.’ In HP/De Tijd sprak Hein Janssen van een ‘klein wonder’ en ‘een breekbaarheid die zich niet in woorden laat vangen’ en Martin Schouten schreef in de Volkskrant: ‘Ach, alle vier zijn het clowns die geen rode dopneus nodig hebben om te laten zien dat ze leuk zijn.’

Volle zalen

Het was de tijd van het Shaffy Theater, de Vlaamse Golf, Luk Perceval met de Blauwe Maandag Compagnie, Gerardjan Rijnders, Josse De Pauw met Radijs en Frans Strijaards. ‘Er waren veel kleine clubjes,’ memoreert Van ’t Hof. ‘Veel meer dan nu.’ En Carver was daar één van. Melissen: ‘Wij maakten maar één voorstelling per jaar. De rest van het jaar ging ieder zijns weegs. Dat was toen al best uitzonderlijk. We hebben ook lang het label mime gehad, waardoor we ook al een iets andere positie hadden.’

Beppie Melissen: ‘Wij waren heel populair. Ik heb dat toen niet ten volle mee gekregen.’

Leny Breederveld: ‘Jawel, we hadden altijd volle zalen.’

René van ’t Hof: ‘Dat went heel snel. We vonden dat al snel heel gewoon.’

Beppie Melissen: ‘Ja, de zalen zijn nog steeds vol maar ik ben toch altijd zenuwachtig.’

Leny Breederveld: ‘Dat is wat anders. We waren altijd bang dat we het niet zouden halen bij de vorige voorstelling.’

René van ’t Hof: ‘Dat klopt. De verwachtingen werden steeds groter.’

In 23 jaar tijd is aan de speelstijl of de werkwijze niet veel veranderd. De improvisaties op de vloer werden opgenomen, uitgeschreven en vervolgens begon het schiften en schaven. Gaandeweg ontstond een eigen stijl, waarin de combinatie van fysiek, beeldend theater en teksttoneel een belangrijk kenmerk was. Een ander kenmerkend gegeven was het inzoomen op kleine, alledaagse handelingen. Breederveld: ‘Wij pakten meestal niet zo groot uit. We zoomden liever in op iets kleins. En dat dan op zo’n manier dat het een uitvergroting werd.’ Op die manier werd het eten van een gevulde koek in Café Lehmitz een typische en memorabele Carver-scène.

Al het materiaal ontstaat op de vloer. Van ’t Hof: ‘Ik zou ook niet weten hoe het anders moet. Ik kan niet achter een tafel zitten schrijven. Op de vloer komen de ideeën en ontstaan scènes die ik nooit had kunnen bedenken.’ ‘Dat is het ultieme experiment,’ vult Melissen aan. ‘Je moet alles ondersteboven keren om tot iets nieuws te komen. Op een gegeven moment werd dat wel lastig. Dan viel je in herhaling. Je probeert dat te vermijden door heel scherp en kritisch te blijven maar je bent wie je bent en je bent zelf het materiaal.’

Doorleefd

De gasten die ze uitnodigden voor hun producties boden steeds een belangrijke nieuwe impuls. Regisseurs als Mirjam Koen, Helmert Woudenberg en Gerardjan Rijnders en spelers als Joop Admiraal, Joke Tjalsma en Jim van der Woude zorgden voor nieuwe invloeden. Toch was in 2004 de rek eruit voor Breederveld en Van ’t Hof. Net als toentertijd bij Carrousel was het tijd voor iets nieuws. Na vijftien jaar intensief samenwerken verlieten zij de groep en richtten zich op andere projecten. Beppie Melissen bleef aan het roer van Carver staan. Onder haar artistieke leiding produceerde Carver jaarlijks tourneevoorstellingen en enkele Parade-voorstellingen met een jonge garde spelers, zoals Tucht (Gouden Mus, 2007) en Het Schoftendiner (2010).

Het plan om Café Lehmitz ‘ooit’ nog eens te hernemen was er al van begin af aan. De voorstelling heeft iets tijdloos en voor de personages geldt ‘hoe meer doorleefd, hoe beter’. Met het naderen van het einde van het huidige Kunstenplan leek het moment daar om het ook echt te gaan doen. Onder het motto ‘nu het nog kan’ werden de bewaarde dozen met kostuums weer tevoorschijn gehaald en de video opnieuw kritisch bekeken. Melissen: ‘We wilden eerst zelf kijken of we het de moeite waard vonden om de voorstelling opnieuw te spelen. En dat vonden we.’ Mirjam Koen neemt weer de regie op zich, Gerrit Timmers maakt het decor na en zo is het dream team uit 1991 weer bijna compleet. Alleen Jim van der Woude ontbreekt. Zijn rol wordt overgenomen door René Groothof.

Beppie Melissen: ‘Ik vraag me echt af hoe er nu op de voorstelling gereageerd zal worden. Het is toch een andere tijd na 23 jaar.’

Leny Breederveld: ‘En de verwachtingen zijn zo hooggespannen.’

Beppie Melissen: ‘Dat is sowieso waardeloos.’

René van ’t Hof: ‘Misschien wordt het wel een grote sof.’

Beppie Melissen: ‘Maar we doen het toch.’

René van ’t Hof: ‘We moeten er gewoon doorheen.’

Aderlating

Als Melissen terugblikt op 23 jaar Carver, is ze vooral dankbaar. ‘Het was geweldig dat we de kans hebben gekregen om theater te mogen maken. We mochten alles helemaal zelf bedenken in de veiligheid van het vangnet van een subsidie. Ik zou het iedereen gunnen.’ De realiteit is echter anders. Door het wegvallen van subsidies verdwijnen juist die kleine groepen en jonge makers uit het veld. ‘Het is echt een aderlating. Ik vraag me af of jonge makers nog de ruimte krijgen die wij toen hebben gekregen. Ik had daar graag de naam Carver voor gebruikt.’

Ook Carver stopt met het produceren van voorstellingen. De stichting houdt Melissen voorlopig nog wel aan voor eventuele ad-hocprojecten. ‘Carver is een merk geworden. Het zou jammer zijn om dat niet in te zetten voor groepen of makers die de herkenbaarheid van het merk Carver kunnen gebruiken.’

Maar met de reprise van Café Lehmitz wordt het Carver-tijdperk afgesloten. Melissen: ‘De laatste voorstelling van de tournee zal ook wel echt voelen als het einde van een tijdperk. En dan is het ontzettend mooi dat René en Leny naast me staan en Mirjam in de zaal zit.’