De bevrijding van Roy Peters

eerder verschenen in TM, maart 2012
Het drieluik Memento van Roy Peters (De Gemeenschap), in maart te zien in Amsterdam en ’s-Hertogenbosch, bestaat uit drie indringende performances over leven, sterven en de dood. Twee daarvan laten de bezoeker vrij om te komen en te gaan wanneer hij wil. ‘Iedere theatermaker hoopt langer in het hoofd van het publiek te blijven dan alleen de tijd dat de voorstelling plaatsheeft. In dit geval is die werking nog sterker aanwezig, omdat de performances ook echt blijven doorgaan.
Roy Peters (1966) wilde altijd al iets met toneel doen. Hij vond zijn plek in het theater pas tijdens een oriëntatiecursus op de Mimeopleiding. Geen psychologische relatiedrama’s meer waarbij hij steevast rollen opgedrongen kreeg die hem niet pasten. Het was een bevrijding. Peters: ‘Ik ben verliefd geworden op de mime en heb het genre nooit meer losgelaten. Ik vond het heerlijk om een bezem of een vis te mogen spelen. Op de mimeschool kon ik opnieuw beginnen. Zoals de mime dat zelf ook doet: altijd alles opnieuw bekijken en de wereld met verbazing tegemoet treden.’
Na de Mimeopleiding, waar hij afstudeerde in 1994, volgde samenwerking met verschillende makers, zoals Annelies Herfst en Sanne van Rijn. Omdat hij zich nog verder wilde ontwikkelen begon Peters in 2002 een opleiding aan DasArts. Daar ontwikkelde hij zich van maker-speler tot regisseur. Opnieuw een bevrijding. ‘De collectieve, democratische manier van werken was in mijn tijd aan de Mimeopleiding gemeengoed,’ vertelt Peters. ‘Maar dat altijd alles overleggen, uitleggen en verdedigen vond ik ook beklemmend. Als regisseur ben je vrijer in je denken. Je kunt meteen uitproberen wat je bedenkt. Dat geeft een grote verantwoordelijkheid, maar ook een zekere lichtheid.’
Communisme
Zijn eerste voorstelling Gemeenschap (2003) ging over het ultiem gelukkig samenzijn van twee mannen en twee vrouwen. Peters: “Gemeenschap was geïnspireerd door het communisme. Daarbij richtte ik me niet op de ellende en narigheid die het heeft veroorzaakt, maar juist op de mooie gedachte die daaraan vooraf gaat, de wens om samen te zijn. Dat zo’n gemeenschap uiteindelijk uit elkaar valt komt voort uit de behoefte van de leden zich individueel te manifesteren.’ Ook Germanisch depressief (2011), waarmee Peters werd genomineerd voor de VSCD Mimeprijs, raakt aan die thematiek. In Germanisch depressief werken vijf Duitse mimespelers aan een abstract bewegingsstuk. Tijdens het repeteren zijn ze vooral aan het discussiëren en ruziemaken. Peters: ‘Germanisch depressief gaat over een groep mensen die streeft naar
een leiderloze groep. Zeker Duitsers streven er sterk naar zonder leider te kunnen werken. Maar de wens om als collectief te werken loopt vaak stuk omdat unanimiteit onmogelijk blijkt en er een grote eenzaamheid tegenover staat.’
De oorsprong van Germanisch depressief is echter een stuk eenvoudiger. ‘Eerst leek het me leuk om verschillende Duitse accenten op het toneel te horen. Ik begin wel vaker met een simpel idee, waarvan ik later ga onderzoeken waarom ik dat idee zo grappig vind. Dan kom ik vanzelf bij een diepere laag uit.’ Het idee de tekstscènes, geschreven door Rob de Graaf, af te wisselen met klassieke mimestukken van Etienne Decroux ontstond pas later in het proces. ‘Ik zag in eerste instantie alleen dat praten voor me. De Duitsers in Nederland die ik ken zijn nu enmaal mimers. Dus toen ik hen eenmaal bij elkaar had, was het logisch hen een mimegroep te laten spelen.’ In zijn zoektocht naar materiaal stuitte Peters vervolgens op de mimestukken van Etienne Decroux. Tijdens het instuderen groeide zijn respect voor dat klassieke materiaal. ‘In de tijd dat ik op de Mimeopleiding zat deden we allemaal wat lacherig over de mime corporel van Etienne Decroux. Die was ouderwets en oubollig. Maar terwijl we ermee werkten heb ik gezien hoe ingenieus die stukken in elkaar zitten en hoeveel zeggingskracht ze nog hebben. En dat ook zeker jonge mensen er sterk van onder de indruk zijn. Mijn generatie heeft dat materiaal misschien weggezet als oubollig, maar de
generatie na mij kan het weer echt waarderen.’
Opgebaard
Na het ‘klassieke’ Germanisch depressief zoekt Peters met Memento de grenzen van het theater op. Memento bestaat uit drie performances/installaties. Een daarvan is Nature Morte, een duration performance waarin Peters zelf in de beslotenheid van een rouwkamer kan worden bezocht als opgebaarde dode. ‘Ik heb Nature Morte gemaakt aan DasArts in 2002. Het was mooi om te merken hoe zoiets schijnbaar eenvoudigs toch een sterk effect op de bezoeker kan hebben. Stemmen worden zachter en bewegingen voorzichtiger. Dat ben ik nooit vergeten. Ik wilde dat graag nog een keer doen.’
Nu het bijna zover is, ziet hij er ook wel tegenop. Zó lang zó stil liggen is enorm zwaar. ‘Niet bewegen is heel onnatuurlijk. Omdat je je van buiten zo stijf moet houden, moet je van binnen zo warm en soepel mogelijk blijven. Je gedachten moeten blijven stromen. De momenten waarop er niemand is zijn zwaarder dan de momenten dat er wel mensen aanwezig zijn. Dan is het meer spelen en gaat de tijd sneller voorbij. Toch heb ik ervoor gekozen om ook stil te blijven liggen op de momenten dat ik alleen ben. De werking voor het publiek zit mede in de wetenschap dat het naar iets kijkt dat allang aan de gang is en zal doorgaan na zijn vertrek. Het gaat juist om de duur, niet om het trucje.’
Peters blijft gefascineerd door het opzoeken van theatergrenzen. ‘Op het moment dat je over grenzen heen gaat, weet je niet waar je uitkomt. Alles is dan weer mogelijk. Dat vind ik bevrijdend. Het betekent ook dat je nieuwe wetten moet creëren. Of op zijn minst moet nadenken over de voorwaarden die je schept. Maar dan zijn het eigengemaakte wetten in plaats van door de geschiedenis opgelegde wetten. En dat doe ik graag.’
Lijden

Nature Morte wordt aangevuld met twee andere performances: Bark en Jeanne. In Bark speelt Hendrik Willekens in een metalen kooi een aantal uren een hond in gevangenschap. Jeanne, is geïnspireerd op de doodstraf van Jeanne d’Arc en de autodafe, de rituele bestraffingen van
ketters door de Spaanse Inquisitie. Jeanne en Bark gaan beide over het aanschouwen van het lijden van een ander. Bark is, net als Nature Morte, een doorlopende performance, waarbij het publiek zelf beslist hoe lang het blijft en of het nog terugkomt. Peters: ‘Ik vind het interessant dat de performance blijft doorgaan als de toeschouwer weg is. Als je op straat loopt, weet je dat die hond nog steeds blaft en dat dat lijk daar nog steeds ligt.’
In essentie gaat Memento, net als zijn andere werk, over samenzijn. Peters: ‘De dood is ook het moment waarop we allemaal weer gelijk zijn, nadat we een leven lang bezig zijn geweest ons individueel te manifesteren en om meer en beter te zijn dan anderen. De confrontatie met het zwakke lichaam, daar is bijna niet mee te leven. Maar dat zouden we wel moeten leren. De dood verzacht ons en brengt ons bij elkaar.’ Eigenlijk zouden we het ‘drama van het leven’ meer met elkaar moeten delen, vindt Peters. ‘Ik word triest van voorstellingen die te vrolijk zijn, want dan blijf ik in mijn eentje met mijn ellende achter. We kunnen onze ellende beter met elkaar delen in plaats van er alleen mee te blijven zitten. Ik zie dat als iets heel moois. Dat wil ik graag oproepen met mijn werk.’
Memento
De Gemeenschap / Roy Peters
www.degemeenschap.nu