De goocheldoos van Jakop Ahlbom

(eerder verschenen in TM, februari 2010)

Na Vielfalt en De Architect blijft theatermaker Jakop Ahlbom ook in zijn nieuwe voorstelling Innenschau zoeken naar de mogelijkheden van special effects op het toneel. Nu de theatermaker is opgenomen in de vierjarige subsidieregeling van het Nederlands Fonds voor de Podiumkunsten kan hij eindelijk de tijd nemen om zijn handelsmerk verder uit te bouwen. Bovendien is deze mimer is met tekst gaan werken, om zijn fantasie beter te kunnen sturen.

Als jongetje wilde hij goochelaar worden. Zoals dat nu eenmaal gaat met kinderdromen werd Jakop Ahlbom (1971, Zweden) dat niet. Maar de goochelarij bleef hem fascineren. Toen hij in Nederland, tijdens zijn studie aan de Mimeopleiding, goochelaar Woody Woet leerde kennen, begon zijn droom weer op te spelen. Met wat boeken, video’s en een pak kaarten leerde hij zichzelf een paar trucjes. Langzaamaan integreerde hij het goochelen in zijn voorstellingen.

Ahlbom: ‘In Stella Maris zit een aantal aanzetten. In Nur zur Erinnerung ook. Maar ik ben er nooit aan toegekomen die echt goed uit te werken. In Lost wilde ik dat iemand zou vallen. Met onzichtbare draden probeerden we hem te laten zweven. Ook dat is uiteindelijk niet gelukt. De tijd was er gewoon niet.’ Bij Vielfalt wilde Ahlbom alles uit de kast halen. ‘Ik heb de spelers gevraagd vier maanden te repeteren. Daarvan zijn we een maand alleen maar bezig geweest met het maken en uitproberen van effecten. Toen lukte het.’

Dat is de ontwikkeling die het werk van Ahlbom de afgelopen tijd heeft doorgemaakt: van een aantal spaarzame trucs in Stella Maris en Nur zur Erinnerung via de overdaad aan goochelarij in Vielfalt naar de dienstbaarheid van special effects in De Architect.

‘Effecten geven me de mogelijkheid een stap verder te gaan in de suggestie van het theater,’ vertelt Ahlbom. ‘Ik hou van de mogelijkheid van theater om iets te suggereren en de bereidwilligheid van de toeschouwer daarin mee te gaan. Door effecten kan ik de fantasie van de toeschouwer versterken. Ik kan daarin doorschieten natuurlijk. Bij Vielfalt was dat ook de opzet. Bij De Architect stonden de effecten in dienst van de voorstelling. Zo hoort het ook.’

Surrealistisch

Voor De Architect werkte Ahlbom nauw samen met schrijfster Marijke Schermer. Alhbom kwam met ideeën en beelden die Schermer verwerkte in haar toneeltekst. Met de tekst als basis maakte Ahlbom een beeldende voorstelling, waarin special effects bijdroegen aan het ontstaan van een vervreemdende en grimmige wereld.

De Architect gaat over een gepensioneerd echtpaar en een jong stel dat naast hen komt wonen. Op het eerste oog toont De Architect een volkomen normale huiskamer die is ingericht volgens de laatste voorschriften van VTWonen. Tegelijkertijd maakt het decor allerlei trucs mogelijk; de televisiepresentator komt door de televisie de huiskamer binnen en de keukenkastjes zijn van het ene op het andere moment in plaats van leeg gevuld met pakken suiker. Ahlbom: ‘Ik ben visueel ingesteld. In mijn fantasie spelen zich bevreemdende situaties af. Het surrealistische in mijn beelden appelleert aan een ander bewustzijn bij de toeschouwer. Het legt niets uit, maar het raakt je gevoelsmatig.’

Een van de treffendste beelden in De Architect is het moment waarop de jonge buurvrouw haar hart bij de vrouw van de architect in bewaring geeft om zichzelf te beschermen tegen haar man. In de scène knoopt ze haar blouse open, zet een mes in haar borst en snijdt. Terwijl het bloed langzaam naar beneden sijpelt, grijpt ze in de snee en haalt haar hart naar buiten. De vrouw van de architect pakt een tupperware doosje en legt het met hart en al in de keukenkast. ‘Ik had iets gelezen over mensen die worden geslagen. Zij schakelen hun emotie uit, opdat ze de pijn beter kunnen verdragen. Alsof ze zichzelf loskoppelen van hun lichaam. Het leek mij mooi als de vrouw haar hart zou geven, zodat haar man het niet meer kon raken. Dan kun je dat natuurlijk symbolisch weergeven, maar ik vind het goed als je ziet dat ze echt haar borst opensnijdt. Niet om macaber te zijn, maar om echt te laten zien wat je je erbij voorstelt. Natuurlijk is het nooit echt. De toeschouwer weet dat ook. Maar met de trucs en de special effects probeer ik toch dat beeld te creëren. Soms is dat heel bewerkelijk, maar als het lukt is het voor de toeschouwer onvergetelijk.’

Thrillerachtig

Net als in De Architect zoekt Ahlbom in zijn nieuwe productie Innenschau naar een beeldend surrealisme. Veel wil Ahlbom er nog niet over kwijt. Wel dat het weer over de liefde gaat, en over de destructieve kant daarvan. ‘Mij interesseren relaties tussen mensen en vaak kom ik dan uit bij iets wat met liefde te maken heeft. In Innenschau zoeken we naar de momenten waarop liefde overgaat in destructie.’

Als alles uitpakt zoals Ahlbom het voor zich ziet, krijgt de voorstelling iets ‘thrillerachtigs’. Samen met Jeroen van den Berg werkte hij aan een script, waardoor hij het repetitieproces ook nu kon beginnen met een uitgewerkte verhaallijn. ‘Zo’n tekst helpt situaties concreet te maken en waar nodig houvast te geven. Van tevoren bepaal je het verloop van de voorstelling en kun je ruis eruit halen. Mijn voorstellingen hebben soms een klassieke structuur waarin een hoofdpersoon wordt geconfronteerd met conflicten. De toeschouwer ziet het stuk door de ogen van deze persoon, waarmee ik hun een kader bied. Je volgt een plot met een begin, midden en eind. Maar niet noodzakelijkerwijs in die volgorde.’

Het ontwikkelen van een script ontneemt Ahlbom niet de vrijheid tijdens het repeteren. Beeldende en fysieke scenes blijven een belangrijke plaats innemen. ‘In het voorwerk met Marijke Schermer en met Jeroen van den Berg breng ik verhalen, situaties, beelden in. Daardoor wordt mijn fantasie in het script opgenomen; de tekst helpt er structuur in aan te brengen. En omdat het in nauwe samenwerking gaat, voel ik me zo verbonden met het script dat ik tijdens het werken met de spelers heel makkelijk mijn verbeelding kan oproepen.’

Ahlboms verbeelding voert hem naar surrealisme en suspense. Hij laat in zijn voorstellingen zowel humor als grimmigheid een rol spelen, geïnspireerd door filmmakers als David Lynch, Michael Haneke en Roy Andersson, in wier werk thema’s als angst en paranoia in een intuïtieve verteltrant worden uitgewerkt. ‘De films van Lynch zijn intrigerend door de intense wereld die hij creëert. Je snapt niet alles, maar je wordt erin meegezogen. Ze dagen je uit te puzzelen, zelf detective te zijn. De nachtmerrie-achtige kant wil ik ook wel laten zien, maar zonder mensen weg te duwen.’ Vielfalt appelleerde wat Ahlbom betreft te veel aan vermaak en toegankelijkheid. In Innenschau wil hij meer balans tussen het humoristische en het thrillerachtige. ‘Ik vind het fascinerend die twee kanten te laten zien. Dat is het enige houvast dat ik heb. Wat mij fascineert, kan ik maken.’

Ruimte

Ahlbom ziet zijn voorstellingen uiteindelijk in de grote zaal terechtkomen. ‘Mijn beeldende manier van vertellen maakt mijn werk zeer geschikt voor de grote zaal. Ik werk graag met een grote groep spelers en met special effects. Daarvoor heb ik ruimte nodig, moet ik snelle wisselingen kunnen maken of snel een decorstuk kunnen wegtrekken. Bij Innenschau heb ik acht spelers, vier muzikanten en een aantal effecten die veel ruimte innemen. In de kleine zaal zou dat een ramp worden.’

Sinds 2009 is Ahlbom opgenomen in de vierjarige subsidieregeling van het Nederlands Fonds voor de Podiumkunsten. Die financiële zekerheid stelt hem in staat te werken zoals hij dat wil: een lange repetitieperiode, een grote groep spelers en veel trucs. Ahlbom: ‘Ik kan nu per productie langer de tijd nemen, ik kan echt iets opbouwen. In mijn werk eisen technische aspecten en de fysieke kant van het spelen veel tijd. En geld. Tegelijkertijd kan ik nu een langere verbintenis aangaan met de spelers. We kunnen samen nieuwe dingen leren en hebben de tijd om samen iets te ontwikkelen. Als het goed is, ga je dat terugzien in mijn uiteindelijke werk.’

www.jakopahlbom.nl