De kracht van community arts

Eerder verschenen in TM, mei 2011

ICAF 2011
30 maart t/m 3 april
Theater Zuidplein, Rotterdam
www.icafrotterdam.nl

‘Ik ben een kunstenaar. Ik geloof dat ik de wereld kan veranderen,’ zegt de Ethiopische danser Addisu Demissie in de documentaire over het dansproject Destino van het Britse Dance United. Het Australische gezelschap Big hArt stelt in de showcase over de voorstelling Namatjira dat projecten iets moeten veranderen in het leven van het individu, de gemeenschap en de politiek én dat ze van hoge artistieke kwaliteit moeten zijn. Wordt aan één van die vier voorwaarden niet voldaan, ‘dan hebben we gefaald’. Hun geloof in de kracht van kunst lijkt naïef. Maar dat is het niet. Want ze maken het potverdorie wel waar.

Van 30 maart tot en met 3 april vond in het Rotterdamse Zuidplein Theater de vijfde editie van het International Community Arts Festival (ICAF) plaats. Een weekend bomvol voorstellingen, workshops, presentaties en seminars. De ochtend stond in het teken van een seminar waarin een kleine groep deelnemers onder leiding van de Amerikaanse wetenschapster Jan Cohen-Cruz op zoek ging naar de ‘kracht van community arts’. In de foyer was in de tussentijd een informatiemarkt ingericht waar verschillende organisaties zich presenteerden.

In de middag waren verschillende workshops te volgen. In kleine groepen gingen makers met elkaar aan de slag of vertelden elkaar over hun manier van werken. Een van de workshops werd geleid door Ron Bunzl, initiator van het community-project Circ/Us in Amsterdam-Noord. Daar werd een circusvoorstelling gemaakt met bijzondere bewoners met onvermoede talenten, van de Turkse Ali die zijn energie van een stuiterbal kon omzetten in een act als clown tot een blinde Iraanse die Telkens Weer zong van Willeke Alberti. Bunzl hield een geïnspireerd betoog over zijn werk in Amsterdam-Noord, zijn ontmoeting met Ali en het circus als plek waar het afwijkende wordt gewaardeerd. 

Identiteit
Het magische woord tijdens het festival leek ‘verhalen’ te zijn. Voor Het Rotterdams Wijktheater zijn het verhalen van wijkbewoners die aanleiding vormen tot nieuwe voorstellingen, gespeeld door bewoners zelf. Ook het filmproject ULU uit Brugge begon bij het luisteren naar verhalen van vrouwelijke nieuwkomers, die vertaald werden in een reeks associatieve filmbeelden. Volgens Ron Bunzl dient het vertellen van verhalen om je identiteit vorm te geven. Het verhaal dat je vertelt en doorvertelt bepaalt wie je bent. Het delen van die verhalen creëert een gemeenschap.

Een bijzonder project dat tijdens ICAF werd uitgelicht was Namatjira van het Australische Big hArt. Makers vertelden over het project, aangevuld met fragmenten uit een documentaire en scènes uit de voorstelling, live uitgevoerd door Derek Lynch. Namatjira gaat over de eerste Aboriginal Albert Namatjira (1902-1959) die grote bekendheid verwierf met zijn schilderijen maar uiteindelijk toch stierf in armoede en gevangenschap. Zijn kinderen en kleinkinderen schilderen nog steeds in zijn stijl. Big hArt maakte een voorstelling over het leven van Namatjira en legt daarmee een zwarte pagina uit de Australische geschiedenis pijnlijk bloot.

In het geval van Destino was vooral het verhaal van de dansers van belang. Junaid Jemal Sendi en Addisu Demissie waren als Ethiopische straatkinderen in aanraking gekomen met dans om uiteindelijk als professionele dansers samen te werken in Destino van Dance United. Destino is een dansdrieluik waarvan de eerste delen werden gemaakt door toonaangevende moderne choreografen en het laatste deel als communityproject werd gemaakt met deelnemers uit allerlei groepen uit de samenleving. Het werd in zijn geheel uitgevoerd op een van de belangrijkste danspodia in Engeland. De documentaire toont niet alleen het maakproces van Destino, met alle bijbehorende interviews en lofzangen, maar ook de reis van Demissie en Sendi terug naar hun roots: de dansopleiding in Addis Abeba, waar ze een dansvoorstelling maakten met straatkinderen en kinderen met lichamelijke beperkingen. En zo was de cirkel rond.

De bravoure van organisaties als Dance United en Big hArt is inspirerend. Deze kunstenaars nemen de community-aspecten in hun werk zo serieus dat ze de lat hoog leggen en geen genoegen nemen met minder. Daar kunnen we in Nederland nog wat van leren.