De kwetsbaarheid van de blinddoek

 

(eerder verschenen in TM, februari 2008)

In 2006 maakte het collectief Le Nu Perdu de performance Ins Blaue Hinein, waarin toeschouwers geblinddoekt door de ruimte werden geleid en een fysieke ervaring ondergingen. Het directe contact tussen spelers en publiek dat in deze voorstelling centraal stond, willen de makers in hun nieuwe voorstelling Schemer verder onderzoeken. Le Nu Perdu gaat op zoek naar kwetsbaarheid, overgave en troost.

In het theater houden we ons allemaal bezig met het publiek. Vanuit de fascinatie wie er toch in die zalen zitten, kijken we het liefst naar getallen en percentages die iets zeggen over de bezoekersaantallen en bezettingsgraden, over leeftijden en opleidingsniveau. Tijdens het laatste VSCD-congres bogen de diverse schouwburgdirecteuren zich over de vraag ‘Wat is ons publiek?’ en onlangs wijdde Boekman een cahier aan het dit onderwerp.

Maar er is ook een andere vraag die het theaterveld steeds opnieuw bezighoudt: Wat beleeft het publiek? Wat ervaart het? Het zijn vragen die vooral een rol spelen in het zogenoemde ‘ervaringstheater’, waarbij we kunnen constateren dat elke nieuwe generatie theatermakers op zoek gaat naar een nieuwe relatie met het publiek.

Tijdens het VSCD-congres hield Kees Vuyk een toespraak waarin hij inging op de term ‘beleving’. Hij schetste kort de ontwikkeling van behoefte aan beleving bij een kleine elitegroep naar een massaal groepsverlangen, met daaruit voortvloeiend de beleving als consumptieartikel. Een slimme marketeer kan kunst verkopen als event, happening of xperienz, lijkt de consequentie van de ontwikkeling die Vuyk schetst. Hierdoor wordt de unieke ervaring massaal. In een zoektocht naar authenticiteit komen kunstenaars van een nieuwe generatie uit bij de zogenaamde ‘antibeleving’. Geen ervaring die spektakel of sensatie biedt, maar een ervaring die rust, verstilling en troost biedt.

In voorstellingen van Dries Verhoeven, Boukje Schweigman of Lotte van den Berg lijkt de tijd stil te staan. Of beter nog: de wereld lijkt stil te staan. Door ieder publiekslid af te zonderen in een hotelkamer, door de blik te richten op een plein met toevallige en niet-toevallige voorbijgangers en die blik tegelijkertijd ook vrij te laten, of door met licht en geluid een wereld te creëren die eerder affectief dan rationeel werkt, biedt elk van deze voorstellingen de toeschouwer de gelegenheid terug te komen bij zichzelf, bij het eigen lichaam en de eigen ervaring. Bij deze theatermakers die het publiek uit het rode pluche trekken en met lijf en leden aan een voorstelling onderwerpen, hoort ook het collectief Le Nu Perdu, bestaande uit Malu Peeters, Andrea Dragstra en Jonna Schipper.

Dansen op wolken

Malu Peeters studeerde in 2007 af aan de opleiding Compositie in Context aan de Hogeschool voor de Kunsten in Utrecht. Voor een studieproject benaderde ze Andrea Dragstra (Theaterwetenschap Amsterdam) en Jonna Schipper (Toneelacademie Maastricht) om samen een voorstelling te maken. Aangetrokken door vormen van theater waarin de toeschouwer een fysieke ervaring ondergaat, presenteerden zij tijdens het Fringe Festival TF-2 in 2006 Ins Blaue Hinein, een performance waarbij de bezoeker geblinddoekt door een ruimte wordt geleid. Aan de hand meegenomen, ondergaat de bezoeker allerlei sensaties. Een vrouw fluistert iets in je oor, ze zit dicht naast je onder een paraplu waarop ‘regen’ zachtjes neerdaalt, ze houdt je vast, ze danst met je. Een bijzondere ervaring die voelt als een droom en die je aanspreekt op je kinderlijke ontvankelijkheid en verbeeldingskracht. De voorstelling werd in 2007 in een herziene versie (Ins Blaue Hinein II (in Avión)) tijdens Festival aan de Werf en Festival Over het IJ hernomen, gespeeld in een Spaans kunstobject in de vorm van een heus vliegtuig. In 2007 maakte het collectief ook een nieuwe voorstelling, Le Nu Perdu, die werd gespeeld in Frascati.

Als geblinddoekte toeschouwer kun je niet anders dan je volledig overgeven aan de makers. Zonder het vermogen te zien waar je gaat en wie de persoon is die zijn handen op je schouders legt, raak je een deel van je controle kwijt. Dat vraagt een groot vertrouwen. Hoe krijg je dat vertrouwen? Schipper: ‘Aan het begin van de voorstelling wordt de toeschouwer aan de hand meegenomen. Dat moment is erg belangrijk om het vertrouwen te winnen. In de eerste versie van Ins Blaue Hinein deed een van de gastspelers, Arthur Kneepkens, dat heel goed. Hij voelde goed aan welk tempo mensen prettig vonden en trok ze vervolgens net over dat tempo heen. Daardoor haalde hij ze uit hun comfort zone, maar liet hij ze ook voelen dat ze veilig waren.’ Peeters: ‘Je hebt altijd mensen die bang zijn. Toch geeft het merendeel van hen zich uiteindelijk aan ons over, ook al is het pas na twintig minuten. Aan het eind van de voorstelling zie je ze, met blinddoek, dansen op de ‘wolken’.’

Met dansen op de wolken refereert Peeters aan een moment in de tweede versie van Ins Blaue Hinein. De illusie werd gewekt dat de toeschouwer op wolken liep. In werkelijkheid lag er meel op de grond, waarin de bezoekers blootsvoets liepen. ‘Het wegnemen van een zintuig in combinatie met het aanspreken van de verbeelding doet wonderen,’ vertelt Schipper. ‘Zicht zorgt voor ratio. Op het moment dat je het publiek het zicht ontneemt, neem je ook veel rationaliteit weg. Bovendien zorgt de blinddoek ervoor dat de toeschouwer in zijn eigen fantasie mag en kan blijven. Die blinddoek maakt dat de ruimte van jou is. Het is jouw hoofd, jouw fantasie.’

Saamhorigheid

In TM van september 2007 schreef Liesbeth Groot Nibbelink een artikel over de consequenties van ervaringsgericht theater, of intiem theater, aan de hand van begrippen als collectiviteit, waarneming en individualiteit, naar aanleiding van Gerucht van Lotte van den Berg en U bevindt zich hier van Dries Verhoeven. Volgens Groot Nibbelink komen deze voorstellingen voort uit een zoektocht van theatermakers naar een manier om hun behoefte aan collectiviteit in balans te brengen met de geïndividualiseerde samenleving. Bij een reguliere voorstelling is die collectiviteit een vanzelfsprekend gegeven: het publiek bevindt zich in één ruimte waar iedere toeschouwer in principe hetzelfde hoort en ziet. De ervaring van de ene toeschouwer zal niet veel afwijken van de ervaring van de ander.

In U bevindt zich hier wordt iedere bezoeker echter in een eigen hotelkamer geplaatst. Toch ontstaat er een gevoel van saamhorigheid doordat iedereen hetzelfde meemaakt en ondergaat. Bovendien kan iedere hotelgast dankzij een omhooggetrokken spiegelplafond zijn buren in de andere kamers op bed zien liggen. Deze bijzondere ervaring verbindt het publiek.

Ins Blaue Hinein is nog individualistischer dan U bevindt zich hier. Het blinddoeken en het aanspreken van de verbeelding, maken van Ins Blaue Hinein een voorstelling die je in je eigen hoofd beleeft. Het sprongetje dat je hart maakt als je onder een paraplu dicht tegen iemand aan naar regen luistert en de onuitwisbare grijns op je gezicht als je voelt dat je met een stoel door een immense ruimte wordt gereden, komen voort uit een ervaring die niet hetzelfde was geweest zonder blinddoek. Dragstra: ‘Wat ik waardevol vind aan deze voorstelling is dat het publiek werkelijk centraal staat. We doen een beroep op de fantasie van de toeschouwer en trekken hem tegelijkertijd over zijn eigen grenzen.’ Schipper: ‘Het gaat om jezelf verliezen en jezelf vinden. Je voelt dat je heel dicht bij jezelf komt. Tegelijkertijd verlies je jezelf, omdat je de controle bent kwijtgeraakt.’

Kwetsbaarheid

Toch is de blinddoek niet heilig. In de tweede versie van Ins Blaue Hinein ging de blinddoek aan het eind van de voorstelling af. Door de glazen vloer van het vliegtuig werden langzaam de spelers zichtbaar en kon de toeschouwer zien wie hem of haar al die tijd aan de hand had geleid. Dragstra: ‘In de eerste versie blijft de blinddoek op tot het moment dat je weer buiten staat. Daardoor bestaat wat tijdens de voorstelling is gebeurd, alleen in je eigen hoofd. Bij de tweede versie twijfelden we of het afdoen van de blinddoek geen afbreuk zou doen aan dat effect. Toch hebben we uiteindelijk ervoor gekozen omdat we het ruimtelijke aspect van het vliegtuig wilden benutten en het directe contact met de bezoeker verder wilden onderzoeken. In Le Nu Perdu werden bezoekers geblinddoekt binnengeleid, maar ging de blinddoek al snel af. Bij deze voorstelling ging het er juist om elkaar in de ogen te kijken en contact te maken. Als je mensen hun zicht teruggeeft, geef je ze ook de verantwoordelijkheid terug het contact met de ander aan te gaan.’ Peeters: ‘Eerst waren we bang dat mensen zouden schrikken, omdat ze zich plotseling tot een vreemde persoon moesten verhouden. Maar het contact dat ontstond tussen ons en het publiek was zeer waardevol.’ Bovendien leverde het, behalve kwetsbaarheid en overgave van de toeschouwers, ook kwetsbaarheid van de spelers op. Schipper: ‘In Le Nu Perdu deden wij zelf de blinddoek op en mochten de toeschouwers naar ons kijken. Dan ben je zeer kwetsbaar als speler. Op een gegeven moment leer je daarmee om te gaan, maar de eerste keer is het eng om gewoon tegenover iemand te zitten.’ Dragstra vult aan: ‘Dat kun je ook niet repeteren. Een groot deel van onze voorstelling kunnen we van tevoren heel precies vastleggen. Maar we hebben proefpersonen nodig om de reacties te peilen en te onderzoeken wat er op bepaalde momenten ontstaat. Sommige momenten kun je van tevoren bedenken, maar uiteindelijk kan het toch altijd weer anders gaan dan je denkt.’

De zoektocht naar direct contact gebeurt bij Le Nu Perdu door het uitbuiten van het feit dat elke voorstelling uniek is. Spelers en toeschouwers zijn in dezelfde ruimte aanwezig. Die fysieke aanwezigheid is uniek. Bij Le Nu Perdu staat het publiek en de ervaring van dat publiek centraal. Dragstra: ‘Bij de klassieke vorm van theater, bekruipt me soms het gevoel dat het niet uitmaakt of er publiek aanwezig is of niet. Bij een voorstelling als Ins Blaue Hinein maakt het publiek mede de voorstelling.’ Schipper verwijst naar Platform van Johan Simons: ‘In die voorstelling zit een fragment waarin de spelers de slappe lach krijgen. Het publiek heeft het gevoel dat het op die avond gezamenlijk iets unieks meemaakt. Later blijkt dat ze dat elke avond doen. Geniaal.’

Dramaturgie

Schipper: ‘Die vorm van kwetsbaarheid en direct contact tussen spelers en publiek, zoals we in Ins Blaue Hinein en in Le Nu Perdu hebben onderzocht, is iets wat we verder willen uitwerken.’ De eerste stap in deze richting wordt op dit moment gezet bij het maken van Schemer, de voorstelling die in februari in het Veemtheater te zien zal zijn. Zoals de zaken er nu voor staan, gaat de blinddoek wel op, maar ook zeker weer af. Op het moment van het interview zit de groep nog in de brainstormfase. De uiteindelijke voorstelling zal moeten ontstaan op de vloer, maar ideeën over de sfeer zijn er wel. ‘In de grote stilte explodeert de wereld. Iedereen zweeft door het heelal op een korrel aarde. Af en toe zwaaien we naar elkaar, in het voorbijgaan. Het gevoel van vliegen is groots.’ Deze tekst vormt het uitgangspunt. Peeters omschrijft het als een kapstok waaraan alles kan worden opgehangen.

De makers van Le Nu Perdu houden er een intuïtieve werkwijze op na. Een waarbij ze elkaar blinddoeken, zelf dingen maken en aan elkaar laten zien of horen. Die intuïtie wordt vervolgens dramaturgisch onder de loep genomen. Schipper: ‘Bij Ins Blaue Hinein is ook lang gesproken over de dramaturgie. Er is heel overtuigd gekozen wat we wanneer en waar doen. Dat heeft te maken met de inhoud en de opbouw van de voorstelling. Ik denk dat het samenstellen het meeste werk heeft gekost. We zijn constant blijven praten over het materiaal en hoe het werkt. Niet voor niets hoor je aan het begin een speeldoosje met kinderstemmen en aan het eind een pianoconcert. Daar liggen heldere keuzes aan ten grondslag.’

Uiteindelijk is het Le Nu Perdu te doen om relativering en troost. In hun werk willen de leden van de groep de schoonheid benadrukken van wat in eerste instantie niet ‘schoon’ is. Niet voor niets zijn ze alle drie fan van Toon Tellegen, volgens Dragstra ‘de meester van de relativering’. ‘De manier waarop hij naar de wereld kijkt biedt troost. Het maakt de eenzaamheid minder eenzaam en de stilte minder stil. Hij benadert grote en zware onderwerpen op een lichtvoetige, licht-absurdistische manier. Dat is in feite wat wij ook proberen te doen in onze voorstellingen: ervoor zorgen dat je de wereld op een andere manier ziet.’

De eenvoud, de herkenbaarheid en de kinderlijkheid van de taal van Tellegen hebben een poëtische en ontroerende werking die universeel is. Het verlangen naar kinderlijkheid is van alle tijden. Het is een melancholisch verlangen dat voortkomt uit het besef dat je bij het volwassen worden ook het vermogen om grenzeloos te fantaseren bent kwijtgeraakt en dat je dat nooit meer zult terugvinden. Alleen in het lezen van de ontluisterend eenvoudige wijsheden van de personages van Tellegen of in het zien voorbijfietsen van een zwarte Piet, waardoor je hart overslaat en je adem stokt, komt die tijd even terug. Of in het rijden in een bureaustoel met een blinddoek voor je ogen.