Lotte van den Berg: ‘Ik geloof niet in de kunstenaar die het volk komt verheffen’

(eerder verschenen in TM, november 2010)

Ze vertrok op de dag van de verkiezingen en kwam terug in de week waarin het regeerakkoord werd besloten. In de tussentijd sijpelden de politieke beslommeringen in Nederland wel door tot de ploeg van theater- en kunsthuis Omsk die in Kinsjasa aan het werk was. Ze maakte een plek tussen benzinestation, zandvlakte en verkeersknooppunt. Theatermaker Lotte van den Berg blikt terug op een intensieve periode van vier maanden werken en spelen op straat.

Lotte van den Berg vestigde zich in januari 2009 met een groep kunstenaars en theatermakers in Dordrecht. Het eerste jaar stond in het teken van projecten over, in en met de stad, waaronder de voorstelling Het verdwalen in kaart. Iets meer dan een jaar later pakte de hele ploeg de koffers weer in om de Congolese hoofdstad Kinsjasa te verkennen, net zoals ze dat met Dordrecht hadden gedaan. Vier maanden van exposities, filmvertoningen, theaterscènes en veel gesprekken met het publiek leidden niet alleen tot een ontmoeting met een totaal andere manier van leven, maar ook tot een verdieping (en herwaardering) van de eigen manier van leven.

Kola

Net zoals in het Energiehuis in Dordrecht begon Omsk met het verwerven van ‘een plek in de stad’. Een plek buiten de theaters. Van den Berg: ‘De vorige keer dat ik in Kinsjasa was, was ik vooral geraakt door de dynamiek op straat. Ik ontmoette toen Kola, een stille en eigenzinnige man, die aan de rand van de stad een soort arena van containers heeft gemaakt waar kinderen kunnen fietsen en mensen hun auto’s of koelkasten kunnen repareren. Ik wilde liever op die plek werken dan op een plek die al van de kunsten was. Juist de culturele instellingen zijn vaak al gesubsidieerd door Europa; het zijn veilige plekken waar de culturele elite komt. Net zoals in Amsterdam in de Blincker.’ Van den Berg was juist op zoek naar openheid en dynamiek. ‘Alles gebeurt op straat. Daar wilde ik bij aansluiten. Net zoals ik in Dordrecht heb geprobeerd, koos ik ervoor er middenin te gaan zitten en de deuren wagenwijd open te zetten.’

Dat viel allesbehalve mee. Als blanke in een Congolese miljoenenstad valt alles wat je doet nogal op. Het neerzetten van een aantal stoelen of het ophangen van een tekening is al voldoende om een hoop publiek te doen toestromen. Hoe waarborg je dan dat het toch over kwaliteit gaat? Hoe zorg je dat midden in de hectiek de aandacht komt te liggen op het detail? Hoe ga je om met de hongerige nieuwsgierigheid van mensen? En hoe leg je uit dat je de betekenis van een gedicht niet wilt uitleggen maar aan de beschouwer wilt laten?

Vooral dat laatste bleek een hot item. Van den Berg: ‘Het benoemen en verklaren van het werk is ontzettend belangrijk. Eigenlijk moet je naast je werk gaan staan om meteen tekst en uitleg te geven. Als je iets ophangt, werpen mensen daar een snelle blik op en vragen je vervolgens het uit te leggen. Voor je het weet staat iedereen met zijn rug naar het schilderij te praten over het schilderij. Er gonst een noodzaak om de wereld vast te pakken met woorden. Maar veel van het werk dat wij toonden legt juist niets uit. We hebben gezocht naar een balans tussen die noodzaak tot spreken en onze behoefte niet alles te duiden.’

Hekserij

De ploeg van Lotte van den Berg bestond uit een groep kunstenaars, onder wie theater- en filmmaker Guido Kleene, dramaturg Anouk Nuyens en beeldend kunstenaars Ank Daamen en Rachid Laachir. De Congolese theatermaker Toto Kisaku en schilder Botalatala maakten de groep compleet. Ze werkten gezamenlijk aan presentaties, maar ieder toetste ook afzonderlijk hoe hij zijn eigen discipline kon aanwenden in deze ‘nieuwe wereld’. Zo verkende Anouk Nuyens met foto’s en teksten onderwerpen als geloof, tijd en de manier waarop mensen samenkomen. Ze bezocht in Congo een aantal missieposten en schreef over haar ervaringen en haar gedachten. ‘Sinds mijn verblijf in Congo raak ik steeds sterker gehecht aan de dingen die niet veranderen. De dingen die blijven zoals ze zijn. Die veranderen doordat ze ouder worden, uit elkaar vallen, op straat belanden en dan als onherkenbare objecten verbrand worden. In het Lingala betekent lobi zowel gisteren als morgen. Die ene seconde die nu voorbij tikt, is omringd door een tijdloze massa. Bestaan er dan wel begrippen als vooruitgang en achteruitgang? Impliceert lobi een oneindige herhaling van de dingen om ons heen?’

Guido Kleene, die inmiddels in Kinsjasa woont, richt zich al sinds 2006 op ‘de tweede wereld’, de wereld van de geesten en hekserij. In zijn werk laveert hij tussen het werkelijke en het imaginaire en toont hij hoe die twee hand in hand gaan in de verbeelding van veel Kinois, zoals de bewoners van de stad officieel worden genoemd. Kleene schrijft daarover:

 Het zichtbare Kinsjasa en het onzichtbare Kinsjasa zijn met elkaar verweven. Als je een tijdje in Kinsjasa woont, ontdek je hoe het leven een onzichtbare wereld met zich meebrengt, die je in eerste instantie niet ziet maar waarvan je gaandeweg steeds meer merkt. Het begint met kleine gesprekjes, flarden die je opvangt, uitgesproken met een grote vanzelfsprekendheid, zonder spoor van twijfel. Als je ernaar vraagt, is het antwoord in eerste instantie ontwijkend. “O, dat weet ik niet, dat wordt gezegd,” of: “De dominees in bepaalde kerken zeggen dat soort dingen.”  “Waar heb je dat gehoord?” “Och, in de taxi, onderweg naar de stad.” Later blijkt er een hele verborgen wereld te bestaan, van aannames, van geruchten, van gefluister over verborgen machten, hekserij en geloof. Achter deze geruchtenstroom doemt een wereldbeeld op waarin geloof en reële macht met elkaar zijn verweven. Waar onder andere feticheurs vlees van lichamen doen verdwijnen, waarin satansnesten bestaan die hun kinderen offeren om wetenschappelijke kennis te verkrijgen, waarin Chinezen vliegtuigen duwen en vrouwen bezeten zijn door (onzichtbare) nachtelijke echtgenoten waardoor ze geen seksuele lust meer hebben.

Naar aanleiding van dit gegeven maakte Kleene samen met Toto Kisaku van K-Mu-theater de voorstelling Basal Ya Bazoba, over mechanismen van hekserijbeschuldigingen. Verder is hij bezig met een onderzoek naar de alledaagsheid van het geloof en de rituelen.

Perspectief

Midden in de hectiek van de stad liet Van den Berg acteur Abdos midden op straat huilen. Niet met grote gebaren, maar ingetogen. Binnen de kortste keren stond een groep mensen in een cirkel om hem heen. Voor Van den Berg, die verderop vanaf een terras toekeek, zag het eruit alsof deze mensen een schild vormden om de man met zijn verdriet te beschermen. Van den Berg: ‘Ik kon niet dichtbij komen, want dan zou het over mij gaan. Dus ik heb de hele tijd geregisseerd vanuit de verte. Mijn perspectief was er een van afstand.’

Na die eerste periode, waarin ze zich probeerde te verplaatsen in het perspectief van de passanten en bewoners van Kinsjasa, kreeg Van den Berg de behoefte haar eigen standpunt terug te brengen in het werk. Tijdens het spelen van een scène plaatste ze een rij van vijf stoelen op een kleine afstand en nodigde ze mensen uit naast haar te komen zitten en vanaf die afstand naar de scène te kijken. ‘Ik wilde me niet langer verstoppen in een café of achter een muurtje. Dus ging ik midden op straat zitten. Ik hou van die afstand en van die helderheid van kijken, maar de mensen om mij heen wilden toch het liefste opgaan in het publiek dat dicht op de scène stond. En daar zit je dan met je onbeholpen perspectief en je verlangen om de wereld te kaderen.’

Van den Berg had dan ook niet de illusie dat ze door haar werkwijze iets zou kunnen veranderen aan de kijkwijze van de Congolezen. ‘Ik geloof niet in de kunstenaar die het volk komt verheffen. Ik wil me verhouden tot en laten inspireren door een plek en door de mensen. Tegelijkertijd realiseer ik me dat ik de wereld op mijn eigen manier ervaar. Mijn blik bepaalt hoe ik de wereld duid of een kunstwerk interpreteer. Ik zeg niet snel: “Dit is de enig mogelijke uitleg,” maar dat was wel waarop het publiek hoopte. De mensen die we tegenkwamen, waren vooral op zoek naar dé waarheid. Het idee dat iedereen zijn eigen waarheid kan hebben en dat al die waarheden naast elkaar kunnen bestaan, is in Kinsjasa bijna niet uit te leggen.’

Op de dag waarop ze waren teruggekomen uit Kinsjasa stonden Van den Berg en haar reisgenoten al op het festival de Internationale Keuze in Rotterdam met Cold Turkey. Ze pakten in aanwezigheid van het publiek hun koffers uit en vertelden over hun ervaringen. Ook tijdens Cold Turkey in Dordrecht, Amsterdam, Brussel en Antwerpen gaan de makers met publiek in gesprek over de relatie tot anderen. Uiteindelijk zullen hun ervaringen uitmonden in een voorstelling in april 2011. Die gaat niet over Kinsjasa maar over komen en gaan in het algemeen.

Van den Berg: ‘Na de open ateliers in Kinsjasa en Dordrecht heb ik de behoefte naar een eindresultaat toe te werken en al onze ervaringen te bundelen. Het wordt geen voorstelling over Kinsjasa, maar over de beweging van de ene plaats naar de andere en weer terug, over de poging je in het lichaam van een ander te verplaatsen of je het perspectief van een ander voor te stellen.’

www.omsk.nl