Playtime 2009: de kwetsbare mens in tweestrijd

Playtime! 2009
Waar: Hetveemtheater Amsterdam
Wanneer: 20 t/m 26 april 2009

De nieuwe lichting van de mimeopleiding in Amsterdam weet het niet. Of zij doet alsof zij het niet weet. Tijdens Playtime! presenteerden  acht studenten hun afstudeerprojecten. En daarin leken zij het steeds op te nemen voor de mens die twijfelt, die bang is, die het allemaal even niet meer weet. Maar die, om die onzekerheid te verhullen, zich precies het tegenovergestelde gedraagt.

Zo zegt de man uit de solo Phantom Fear van en door Niels Kuiters het zeker te weten: de wereld vergaat en hij is de enige die dat beseft. De rest van de domme mensheid snapt niet dat op een goede dag de zuurstof op zal zijn, waarna iedereen zal stikken. In een monoloog, geschreven door Rob de Graaf, vertelt de man in volle overtuiging hoe hij, door een voorraadje zuurstof in de kast, iets langer zal overleven. Het superioriteitsgevoel dat hij aanvankelijk toont, neemt echter steeds meer af, als hij beseft hoezeer zijn controle is begrensd. Voelt hij zich in eerste instantie de baas over de hele mensheid en het ganse universum, later beperkt zijn controle tot zijn huis, dan tot zijn lichaam, om uiteindelijk in het niets te verdwijnen. In Wacht even! van Jan Bárta speelt Daan Simons een man die alles weet van houtverbindingen. Met opgefokt enthousiasme demonstreert hij wat de beste manieren zijn om twee stukjes hout met elkaar te verbinden. Op de achtergrond staan Kimmy Ligtvoet en Michele Rizzo toe te kijken, tot Ligtvoet als een beschermengel Simons optilt, op haar rug neemt en door de ruimte meeneemt, waardoor hij – al wiegend – tot rust komt.

In de voorstellingen Donker van en met Marc Stoffels  en Sideland van Klara Alexova zien we personages die zich in een vacuüm lijken te bevinden. In Sideland roept een spannende soundscape een verlaten wereld op. De speler, Xavier Fontaine, bevindt zich in een lege vlakte met in zijn handen alleen een wit lapje stof aan een zilveren ring. Hij benoemt wat het verder ongedefinieerde object zou kunnen zijn en wat je ermee zou kunnen doen. Dat benoemen geeft houvast in een wereld die verder overdonderend leeg is. Donker begint met een choreografie in een donkere ruimte met af en toe oplichtende vlakken op de vloer. Daardoor zijn alleen fragmenten van de beweging te zien. Het lichaam bevindt steeds op de grens van licht en donker. De monoloog die volgt toont een man die zich bevindt op de grens van waan en werkelijkheid, op de grens van het licht van het verstand en de duisternis van de waanzin.

Minder theatraal, maar wel charmant is de solo Verrassing van Thijs Bloothoofd. Hij staat erbij alsof hij niet meer zo zeker weet of het wel zo’n goed idee was om met enkel een briefje in zijn handen en een plastic boodschappentas bij zijn voeten voor een publiek te gaan staan. Het lijkt alsof hij zich volkomen als zichzelf wil presenteren. Geen masker, geen personage. Met een grote glimlach uit verlegenheid leest hij een lijstje van lekkere dingen: ‘Luieren. Een kus op mijn rug. Een concert van The Frames. Een lekker broodje maken en daarvan een foto maken. Heel heet douchen. De koekjes van mijn opa.’ Vervolgens komen uit de plastic tas twee koektrommels met daarin koekjes van zijn opa en oma die Bloothoofd uitdeelt aan het publiek. ‘Er is genoeg voor iedereen’.

Het onthaal bij Toch wil ik van Menno Vroon is minder gastvrij. Vroon speelt een onbehouwen, licht agressieve man die alles wat hij ziet, denkt en voelt naar het publiek met langgerekte klanken schreeuwt. “Er staat een stoeoeoeoeoel in de ruiuiuiuiuimte.” Tegelijkertijd zien we een man die heel graag een andere kant zou willen laten zien, maar daartoe simpelweg niet in staat is. Alhoewel hij af en toe ingetogen en twijfelend zegt ‘Toch wil ik, liever dan wat ook…’, breekt hij zijn eigen kwetsbaarheid af door te bleren als een schaap op operamuziek of de ruimte een beurt te geven. Als hij aan het einde toch heel dicht bij het publiek durft te komen, zijn hand uitsteekt die ook wordt aangenomen door de toeschouwer, is dat dan ook een bijzonder spannend moment. Toch wil ik is een humoristisch en pakkend portret van een man die je niet in je buurt zou willen hebben en tegelijkertijd in je armen zou willen sluiten om te zeggen dat het allemaal wel goed komt.

Ook humoristisch en pakkend is Vroon’s regieproject Hoera! met Fleur van den Berg, Tjebbe Roelofs en Marc Stoffels. Op een aantal witte wanden worden de meest verschrikkelijke nieuwsfoto’s geprojecteerd. Een man met zijn armen wijd gespreid, op zijn gezicht een wanhopige schreeuw, vol definieerbaar puin om hem heen; een klein kind op een tot aan de horizon strekkende vuilnishoop, een man die over de grond kruipt en zó is uitgemergeld dat hij alleen nog bestaat uit skelet met een velletje erom; een meisje op een bank dat ziet hoe een man een geweer tegen het hoofd van haar moeder houdt. Tegen deze achtergrond proberen de drie spelers liefde de wereld in te sturen. Ze staan in een kring, houden elkaars handen vast en concentreren zich. Ze weten niet waar die liefde dan precies heen gaat of bij wie zij terecht komt. De twijfel over de zin van hun poging drijft hen tot wanhoop. Als ze ten slotte opnieuw een kring vormen en hun liefde verzamelen, floepen een voor een de projecties uit. Hebben ze de ellende in de wereld dan toch weggekregen?

Hoe ga je om met nieuwsbeelden, met een naderend einde van de wereld, het falen van de mensheid, de verlatenheid van een lege vlakte, het verlangen naar je eigen kwetsbaarheid? Met die vragen tonen de afstuderenden van de mimeopleiding steeds de mens met twee kanten: de arrogante, agressieve kant en de twijfelende, onzekere kant. En hoe oprechter zij zich in die zoektocht tonen, hoe groter de bereidheid van de toeschouwer om open te staan voor die kwetsbaarheid.