PS|theater: De dorpse stad

Blog: De dorpse stad

Na tien jaar werken in de stad Leiden, richten we vanaf 2020 de blik ook voorbij de stadsgrenzen. In het themajaar De dorpse stad gaan we zoek naar hoe we met de ander verbonden zijn.  In een wereld die zo groot en vluchtig is als die van ons nu, zou je bijna kunnen vergeten waar je bent en met wie je daar bent. De stad vindt weliswaar een aantrekkingskracht door economische belangen en bruisend leven, maar schaalvergroting betekent ook anonimiteit en eenzaamheid. De behoefte aan verbinding blijft. Zijn we eigenlijk niet gewoon op zoek naar een dorp in de stad? 

Dit jaar gaan we aan het werk bij onze buren: de gemeenten Zoeterwoude, Voorschoten, Oegstgeest en Leiderdorp. Verschillende gemeenten met hun eigen identiteit, hun eigen tradities, hun eigen dorpsgevoel. Bloeien zij op door de nabijheid van de stedelijke dynamiek? Of worden ze juist klein gehouden door de grote boze stad? Is de lokale democratie en sociale cohesie niet sterker op plekken waar de lijnen tussen burger en bestuur korter zijn?

In zijn boek De ontmanteling van de democratie schrijft de Leidse journalist Marcel ten Hooven over de kunst van het samenleven. Voor Ten Hooven is democratie een manier om fatsoenlijk met elkaar om te gaan. “Behalve op een stelsel van formele regels, procedures en instituties rust zij op een sociaal bewustzijn, een besef dat je met anderen leeft en lang niet altijd het laatste woord zult hebben of volledig je zin zult krijgen”. In een democratie moet er dus ruimte zijn voor andersdenkenden, voor diversiteit, voor pluralisme. Het streven is niet een eenstemmigheid of een totale consensus, maar juist het kunnen omgaan met de onderlinge verschillen. “De volkssoevereiniteit neemt pas een democratische vorm aan als zij is gekoppeld aan burgerlijke rechten en vrijheden die minderheden beschermen, niet als zij is gekoppeld aan de wil van de meerderheid. In de betekenis van de georganiseerde kunst van het samenleven gaat democratie veeleer om de bescherming van minderheden dan om de vorming van een meerderheid.”

Wie geeft de microfoon aan de gematigde stem? Die vraag stelt Denker des Vaderlands Daan Roovers in een essay in de Volkskrant van 20 april 2019. Zij schetst hierin de ontwikkeling waarin vooral de extreme standpunten ruimte krijgen in de politiek en de media. Maar die extreme standpunten vertegenwoordigen niet de meerderheid van de samenleving. Een groot deel van de Nederlanders, het milde midden, heeft een minder uitgesproken mening. Roovers vindt dat een zorgelijke ontwikkeling omdat “media (en politiek) zich verder van hun lezers en kiezers vervreemden. Dat ik, en velen met mij, mijn stem niet meer gepresenteerd zien in een krant, in een publiek debat, op tv, of in de politiek. En dat, in een poging de kloof tussen elite en burger te verkleinen, door de uitzonderlijke mening een podium te geven, die op deze manier alleen maar wordt vergroot.” In haar essay verwijst Roovers naar Cass Sunstein die zich als hoogleraar aan Harvard heeft bezig gehouden met onderzoek naar depolarisatie en het belang van het midden daarin: “Het in contact brengen van twee extreme tegenpolen leidt alléén tot toenadering als je ook het midden erbij betrekt. (…) Zonder begeleiding van de gematigde stem is de kans dat beide polen zich verder harnassen in hun eigen gelijk groot.”  Daarbij is het van belang om te zorgen voor een gezamenlijke context die dus juist niet online plaats vindt. “Als er sprake is van onderlinge verbondenheid is de kans veel groter dat verschillende polen bij elkaar komen. Lokale en provinciale politiek zijn hiervoor bij uitstek geschikt.”

Dus, op naar de dorpse stad!