Recensie: Comeback verblindt publiek

(eerder verschenen in TM, maart 2011)

 
 
 

ghedo

Comeback
Daniel AlmgrenRecén
Gezien: 20 januari, Veemtheater Amsterdam

Een jonge man en een jonge vrouw komen de vloer op. Ze staan met hun rug naar het publiek, het rechterbeen naar achteren gestrekt. Op de achtergrond vijf microfoons en twee rijen van acht spots over de breedte van het toneel, die in eerste instantie een zwak, warmwit licht afgeven. Op ooghoogte.

 

De performance Comeback van de Zweedse danser-choreograaf Daniel AlmgrenRecén begint met het trillen van de rechterhielen van de man en de vrouw. Kleine bewegingen die overgaan in korte schokken van de benen, ruggen en armen. Tot hun lichamen volledig in beweging zijn gekomen en in die constante trilling langzaam maar zeker steeds verder naar achteren bewegen, tot ze bijna bij de microfoons zijn. Dan stoppen ze, lopen weg en nemen ze opnieuw positie in. Nu en dan branden de lichten plots op en verblinden het publiek.

Strijdlust

AlmgrenRecén studeerde af aan de School voor Nieuwe Dansontwikkeling in Amsterdam en werkt als danser en performer onder anderen met Ivana Müller, Keren Cytter en Ibrahim Quraishi. Samen met performer Noha Ramadan en vormgeefster Katinka Marac presenteerde hij in januari de performance Comeback in het Amsterdamse Veemtheater.

We geven niet op. We hebben geleden / getriomfeerd / zijn vooruit gegaan / hebben gereisd / zijn afgeweken / hebben een drugsgewenning opgelopen / een nieuwe muze ontmoet / zijn platzak geweest / werden overgenomen door Rechts. 

Maar we komen terug. Met een nieuwe onafhankelijkheidsverklaring. Terug naar de toekomst van onze dromen. We vragen ons af of we een manifest nodig hebben? Op zijn minst één blijk van onze overtuiging.

Met deze flyertekst roept AlmgrenRecén het beeld op van een jonge gedreven maker die stelling neemt, die droomt, vecht, hoopt, niet opgeeft, die met strijdlust zijn kunst zal verdedigen. Een kunstenaar die klaarstaat om de wereld te veroveren en te overdonderen met schoonheid.

Helaas lost Comeback deze verwachting niet in. Daarvoor is de voorstelling te ongrijpbaar. De beweging is minimalistisch, de ruimte nagenoeg leeg, de lampen verblindend en de muziek, met afwisselend pop-, rock- en dance-invloeden, te eclectisch. En hoewel de achterliggende gedachte veelbelovend is en elk element op zichzelf intrigerend, ontstaat er geen geheel dat meer biedt dan een optelsom van al die afzonderlijke delen. En dus blijven er veel vragen over. Wordt hier een kale en onpersoonlijke wereld getoond waarin de performers zich staande proberen te houden? Verbeelden de makers een generatie die vast zit in een beweging, of die juist strijdlustig doordanst? En waarom staan die microfoons daar?

Dansarena

Eerder maakte AlmgrenRecén bij het Veemtheater de voorstelling Dance(Fabián), waarin mimespeler Fabián Santarciel de la Quintana in enkele fragmenten een scala aan stijlen en bewegingsintenties liet zien. Van soepele, vloeiende bewegingen met handen die de lucht lijken te voelen tot een reeks bewegingen die in een videoclip of jazzchoreografie niet zouden misstaan. Net als Comeback begint Dance(Fabián) met een lege ruimte, waarin een persoon tot beweging probeert te komen. Santarciel de la Quintana komt binnen, knikt vriendelijk naar het publiek en kijkt de ruimte rond. Op de donkere vloer zijn witte lijnen aangebracht, op de witte muur zwarte. Ze lijken een dansarena af te bakenen en Santarciel de la Quintana zoekt, al lopend, naar een begin. Een eerste pose wordt ingenomen en weer losgeschud. Een tweede pose. Een derde pose tot de poses overgaan in bewegingen die weer overgaan in dans. En net zo makkelijk laat Santarciel de la Quintana de dans weer los en gaat hij op zoek naar een nieuwe positie in de ruimte, een nieuw begin voor een nieuwe bewegingstaal. 

In Dance(Fabián) gaat de abstractie samen met de menselijkheid van een danser die zoekt naar zijn beweging. Daardoor blijft de toeschouwer zich verbonden voelen met de zoektocht en de danser. In Comeback stuit de toeschouwer echter op verblindend licht en anonieme ruggen. Wie zich daar overheen kan zetten, geniet wellicht van een mooie performance die een beroep doet op kinetisch inlevingsvermogen en associaties. Wie dat niet lukt, voelt zich toch enigszins verloren.