Recensie: Playtime 2013 – Veel verlangen, weinig revolutie

eerder verschenen in Theatermaker, juni 2013

gezien: 9 t/m 14 april, Veem Theater Amsterdam

Smeltend ijs, een depressieve machinist, een afgebrokkelde witte badkamer, een iglo van bamboe, een vagina, een man hoog in een stoel. Zoals elk jaar toonden de vierdejaarsstudenten van de Mimeopleiding hun afstudeerpresentaties in het Veem Theater, onder de noemer Playtime. En zoals elk jaar zijn de voorstellingen zo uiteenlopend in vorm en stijl dat ze nauwelijks met elkaar vergelijkbaar zijn. Toch dient zich bij deze lichting een rode draad aan: die van verhalen over dreigende destructiviteit met een vleugje activisme en een verlangen naar een tuinman.

Sus Verbruggen laat in Train een klein, mooi portret zien van een bokser annex treinmachinist. Hij weet nauwelijks hoe hij iemand in de ogen moet kijken, maar wel precies hoe je een boksbal moet slaan en ook wat veiligheid in het treinverkeer zou moeten inhouden. Het  wordt niet met zoveel woorden gezegd, maar je vermoedt een hele wereld achter deze teruggetrokken blik. Wat is er gebeurd toen hij dat wisselalarm vergat? En waar komt die onberekenbare explosiviteit vandaan?

Ook in Keep yourself nice van Eva Kijlstra krijg je geen grip op het achterliggende verhaal van het personage. In tijgerlegging, glitterblouse en cowboylaarzen zingt ze vol overgave met liedjes mee. Die vrolijke momenten worden afgewisseld met eigen teksten en tekstfragmenten uit 4.48 psychosis van Sarah Kane, met zelfdoding als rode draad.

In Forget them lijken Nina Fokker en Sanne de Wit met hun tiptop verzorgde uiterlijk en hun verveelde roken net niet helemaal van deze wereld. In een afgebrokkelde witte badkamer glijden ze in en uit het bad en bespreken hoe ze kunnen afkomen van de domme, slome en lelijke mensen op de wereld. Eigenlijk hebben ze een tuinman nodig, die dat menselijk onkruid voor ze weghaalt.

Sieger Baljon spreekt in De wilde jacht de wens uit een tuinman te zijn. Hij onderzocht voor deze voorstelling de traditie van ontregeling en de mythologische wezens die in verschillende culturen symbool staan voor ontregeling, zoals onze eigen Zwarte Piet. De performance zelf is een beeldend en fascinerend ritueel maar is ook een beetje onnavolgbaar. Maar zijn slotmonoloog, waarin hij als in een manifest oproept tot vrijheid, creativiteit en ruimte, en dus die tuinman, maakt indruk. ‘No seed we plant will ever be undone.’

De ruimte is op het steriele af sober ingericht in Thinking no longer means anymore than checking at each moment whether you can indeed think. Een violist speelt sfeervolle klassieke muziek bij binnenkomst. Twee dames met witte blouses, keurige hakken en ronde brilletjes (Erika Cederqvist en Julie Solberg) nemen het filosofische woord. Tegelijkertijd baren de instrumenten die op tafel liggen toch wat zorgen: een barbecuetang, een hakmes, een hamer. ‘War, what is it about?’ vragen ze zich hardop af. ‘The vagina, what is it about? Existence, what is it about?Thinking… is een humoristisch en filosofisch onderzoek naar wat het betekent mens te zijn en wat ieders aanwezigheid op aarde voorstelt. Vooral door die laatste vraag, vervat in een mooie monoloog door Cederqvist, schuilt ook in deze performance een verlangen om echt iets te betekenen.

Hoe anders van toon is dan de performance #revelation van Johannes Bellinkx. Zijn kunstinstallatie bestaat uit zestien ijsfiguren in de vorm van menselijke lichaamsdelen. Een gezicht, een hand, een been, ze zijn allemaal verbonden met draden aan een stoel die  hoog in de lucht hangt met daarin performer Johannes en zijn iPhone. Het publiek kan in- en uitlopen, in een hoekje of juist in het midden zitten of liggen en kijken naar het smeltende ijs. Het ritmische druppen van het water vormt een eigen soundscape. Naarmate de tijd vordert en het ijs verder smelt en dus lichter wordt, zakt de stoel langzaam naar beneden.

Terwijl de meeste afstuderende mimers zich inhoudelijk lijken te willen bezighouden met manifesten, revolutie en de donkere kant van de mens grijpen zij in vorm over het algemeen terug op bijna brave voorstellingen. In publieksopstellingen, scène-opbouw of vormgeving vindt nauwelijks revolutie plaats. Vergeleken met de rest van zijn lichting spreekt Bellinkx zich het minst expliciet inhoudelijk uit, maar kiest hij wel voor een meer conceptuele performance in een afwijkende opstelling, waarin hij het publiek vrijheid geeft. Met die opvallende en gedurfde keuze maakt hij dan ook de meeste indruk.