Recensie: Till the fat lady sings

(eerder verschenen in Theater!, nr. 1-2011)

Als vertegenwoordigers van de nieuwe generatie zouden broer en zus Walter en Jesse Elders moeten bruisen van energie, positiviteit en ondernemingszin. Jesse heeft zich echter na een instorting op de bank geïnstalleerd met een deken en weigert de kippensoep van haar moeder te eten. Walter probeert haar uit haar moedeloosheid te praten, maar lijkt daar – met al zijn eigen bitterheid –niet de meest geschikte persoon voor. Till the fat lady sings van Toneelgroep Oostpool is een indringende schets van een opgroeiende generatie in het Amerika van de jaren vijftig. Een historisch universeel verhaal over een generatie die de wereld wel wil veranderen, maar tegelijkertijd de zinloosheid daarvan inziet.

Till the fat lady sings wordt gespeeld in een decor dat bestaat uit een laag podium met twee wanden, die samen een eilandje vormen op de speelvloer. Alles in een vale mintgroene kleur, licht, maar toch benauwend. Hierin spelen Sanne den Hartogh en Maria Kraakman met een prachtige ingetogen inleving en aangename lichte vlotheid de broer en zus. Zij weten de machteloosheid van hun personages indringend invoelbaar te maken, zonder toe te geven aan een deprimerende zwaarte.

Want deprimerend is het thema zeker. Regisseur Erik Whien en dramaturg/tekstschrijver Casper Vandeputte lieten zich onder andere inspireren door The Beat Generation, de naoorlogse generatie die zich vragen stelde bij het zogenaamd ideale Amerikaanse leven en zich afzette tegen of onttrok aan die maatschappij. Zo ook Jesse en Walter Jesse weet dat haar eigen poging tot zingeving en spiritualiteit zinloos en nep is. Walter weet dat hij geen enkele autoriteit heeft die zijn neiging tot preken rechtvaardigt. Ze weten dat ze deel uit maken van het systeem waar ze op afgeven. Wat kun je in dat geval anders dan met een deken op de bank liggen en prevelen ‘Here Jezus Christus, ontferm u over mij’?

In het laatste deel van de voorstelling worden de mintgroene wanden helemaal naar de zijkant geschoven en brengen daarmee een donkerhouten bureau in beeld. Vanuit deze kamer belt Walter met Jesse. Er ontstaat een gesprek waarin hij vertelt over ‘de dikke mevrouw’, waar hun oudere broer Billy het altijd over had. De dikke mevrouw is degene waar je je schoenen voor poetst ook al denk je dat ze het niet ziet. Iedereen is iemands ‘dikke mevrouw’, zegt Walter. De gedachte dat er voor iedereen iemand is die je ziet, is troostend. Dat het uitgerekend de verbitterde Walter is die zijn zus aanspoort te blijven proberen en te blijven bidden als ze dat wil, is ontroerend. 

Na het zien van Till the fat lady zou je misschien het liefste naast Jesse op de bank gaan liggen en een deken over je heen trekken. Dat er theater gemaakt wordt dat zó kan raken, maakt tegelijkertijd intens gelukkig.

Till the fat lady sings
Toneelgroep Oostpool
www.toneelgroepoostpool.nl