Recensie: Van de ene muur naar de andere

(eerder verschenen in TM, juni 2010)

De Bannelingen door Sarah Ringoet
Waar: De Melkweg Amsterdam
Wanneer: 11 april 2010

Geen hulp, geen vangnet. Geen troostend woord, geen arm om je schouder. Uitgekotst door de gemeenschap en genegeerd alsof je niet bestaat. Het sociale isolement maakt verbanning tot een hel op aarde. In De Bannelingen van Sarah Ringoet bevinden vijf individuen zich in een lege ruimte. Door iedereen verstoten proberen ze uit hun isolement te breken.

Elk van de vijf personages, gespeeld door Elsa May Averill, Giulio D’Anna, Melih Gençboyaci, Hedwig Koers en Sarah Ringoet, doet verwoede pogingen tot contact met anderen. Door zich op elkaars schoot te werpen, elkaar op te zoeken in een omhelzing of tegen elkaar aan te leunen, dwingen ze aanraking en geborgenheid af. Tegelijkertijd maken ze dat contact onmogelijk door zich af te zonderen, een ander van de schoot af te schudden of iemand herhaaldelijk hardhandig tegen een muur aan te duwen. Het zijn krachtige en aandoenlijke personages die, ondanks hun pogingen, niet in staat zijn nader tot elkaar te komen en echt contact aan te gaan. Zo ziet Giulio D’Anna niet hoe Hedwig Koers met steeds een truitje minder steeds meer in zijn gezichtsveld gaat zitten. Hij is te druk bezig met het vertellen over het Italiaanse liefdesliedje waarop hij vroeger zo dol was. Zijn Italiaans is voor veel Nederlandse oren onverstaanbaar, maar de boodschap is duidelijk. Het gevoel en enthousiasme waarmee hij vertelt, meezingt en danst is aanstekelijk.

Van een doodgewone spijkerbroek via een extreme gothic look naar een tuttig lila jurkje. In steeds een nieuwe outfit probeert Elsa May Averill zich te presenteren als een ander om zo te voldoen aan de verwachting van de geliefde die haar heeft verlaten. Meestentijds zwijgend kijkt ze naar de andere spelers en naar het publiek, alsof ze iets wil zeggen maar niet weet waar te beginnen. Uiteindelijk komt de aap uit de mouw. ‘Halloooo!’ roept ze hard door de ruimte in de richting van het publiek. ‘Waarom heb je niet gezegd dat je wegging! Dan had ik me daar wat beter op kunnen voorbereiden!’ Om uiteindelijk grote vellen papier te laten zien met daarop teksten als: ‘Je bent me niets verschuldigd. Niets. Niets. Rien. Niets.’ Haar blik van verlatenheid met het ruwe rafelige randje van een schreeuwende gothic girl maakt haar kwetsbaarheid mooi en krachtig.

Melih Gençboyaci is steeds druk bezig met het verleiden van het publiek. Gekleed in een bijzonder kort afgeknipte spijkerbroek, een net niet doorschijnende tanktop en zwarte kistjes zet hij keer op keer een seksueel geladen draaiende heupbeweging in. Het publiek weet zich bijna geen raad met het geoliede lichaam dat steeds dichterbij komt. Als hij dan ten slotte de toeschouwers toespreekt met ‘hallo, hoe is het,’ komt daarop geen enkele respons. Een keiharde afwijzing voor iemand die liefde zocht.

Uiteindelijk trekken de personages zich terug in hun eigen wereld. Gençboyaci doet dat in kleine bewegingen alsof hij iets van zijn lichaam probeert weg te wrijven en Koers door als zwerver apathisch in een hoekje te gaan liggen. Aan het eind van de voorstelling komen de vijf bannelingen dan toch samen. Ieder in een eigen ritme lopen ze van de ene muur naar de andere om daar in een handstand tegenaan te gaan staan. Eindelijk een harmonieus slotakkoord van vijf individuen die dan toch een gezamenlijkheid vinden in deze lege ruimte.

Geen fratsen

De lege ruimte is een terugkerend verschijnsel in de voorstellingen van Ringoet. In haar werk is de theaterzaal ontdaan van alle illusies. Geen decor, hooguit een barkruk of een stoel en zo nu en dan een verandering in licht. Muziek wordt door de spelers zelf gestart, vaak met een iPod die is aangesloten op het geluidssysteem. Deze vorm van geen-fratsentheater legt de nadruk op de personages en daarmee op de mens en de menselijkheid. In haar meeste voorstellingen is het individu onderworpen aan iets groters, zoals een vrouw die zich door haar liefdesverdriet heen worstelt (Reprise), de drie personages die zich in een spel van manipulatie staande moeten zien te houden (Simon Says) of een vrouw die worstelt met haar eigen dwingende gedachtegang (Er schuilt een Hooligan in mij). Deze spanningen tussen het individu en zijn omgeving worden in het werk van Ringoet vormgegeven op een poëtisch-abstracte manier, zonder de humor en relativering uit het oog te verliezen.

Zo ook in Bannelingen. Dankzij de kracht van haar spelers presenteert Ringoet met Bannelingen een voorstelling die bij vlagen ongrijpbaar is, maar die eveneens ontroering en humor teweegbrengt.

http://sarahringoet.wordpress.com/