Ro Theater: Geluk als daad van verzet

eerder verschenen in TM, april 2012

Voor Alize Zandwijk, artistiek leider van het Ro Theater, is het de normaalste zaak van de wereld dat je als stadsgezelschap nu en dan samenwerkt met de bewoners van je stad. In het Ro Festival, binnenkort in de Rotterdamse Schouwburg, zien we veel Rotterdammers op de planken. In Allemaal Afrikanen van Yahya Gaier staan zestien Rotterdamse jongeren op het toneel, Jetse Batelaan organiseert een Bonte Avond van Bodybuilders met negen kickboksers en ook Reuzen wordt hernomen, waarin Batelaan samenwerkte met een koor van Rotterdamse kinderen.

Sinds de voorstelling Moeders van Alize Zandwijk in 2007 heeft het Ro Theater de goede gewoonte opgepikt geregeld voorstellingen te maken waarin bewoners uit de stad meespelen. Voor Zandwijk, regisseur én artistiek leider van het Ro, maken dergelijke projecten vanzelfsprekend deel uit van een stadsgezelschap. Zandwijk: ‘Theater heeft per definitie iets te maken met de maatschappij waarin je leeft. Daarover wil je iets vertellen. Een groot deel van de Rotterdammers komt uit een andere cultuur. Wij willen die mensen ook bereiken. Theater is in Nederland heel
blank, terwijl ons land – en zeker Rotterdam – veel inwoners heeft uit andere culturen. Met eigen verhalen.’

Blije moeders

In Moeders ontvangen elf vrouwen uit verscheidene culturen het publiek in een grote keuken. Ze koken een maaltijd en in de tussentijd vertellen ze; over favoriete gerechten, misplaatste lichaamsbeharing en kinderen krijgen. Maar ook over hun eigen moeder en de dood. Zandwijk: ‘Tijdens het koken komen vaak de grootste en mooiste verhalen naar boven. Dat wilde ik ook met Moeders. Mij leek de keuken de ultieme omgeving om verhalen uit die andere culturen over te brengen.’

De opzet is relatief eenvoudig. De vrouwen koken en vertellen, en als ze zich vergissen roept Zandwijk vanuit het publiek: ‘Mahnaz, harder!’ of ‘Clara, jij bent!’ De vrouwen vertellen vanuit hun hart en het plezier waarmee ze dat doen is net zo echt als de vergissingen die ze maken. Ze delen hun recepten, hun herinneringen en hun tranen. Ze dansen, zingen en lachen in de hartelijke setting van die keuken. Het maakproces verliep al even soepel. Zandwijk: ‘Ik bofte met deze fijne groep vrouwen. Een avond per week kwamen we bij elkaar en praatten we over van alles en nog wat. Samen met mijn dramaturg Liet Lenshoek heb ik een selectie uit de verhalen gemaakt en daar een
volgorde in aangebracht.’

Naïviteit
Dat was wel anders bij Wij zijn Blij van Jetse Batelaan, dat afgelopen maand in première ging. Die ode aan vrolijkheid wordt gespeeld door drie professionele acteurs, Herman Gilis, Bart Slegers en Hannah van Lunteren, en een wisselende groep amateurs van zestig tot negentig mensen. Rotterdammers van de korfbalvereniging, de jeu de boules-vereniging, de boksschool en de dansclub geven demonstraties en dansen en musiceren mee in de Grote Zaal van de Rotterdamse Schouwburg, die voor de gelegenheid volledig is afgehangen met knalgele doeken.

Wij zijn blij komt voort uit Batelaans sterke onbehagen over de maatschappij. Hoe te reageren op dit kabinet? Wat te doen met de mensen die alleen maar ruzie willen maken met kunstenaars? Hoe in te gaan op de negatieve grondhouding van mensen? Batelaan: ‘Ik wilde daar iets tegenover stellen. Geluk als daad van verzet tegen het chagrijn. De voorstelling is bedoeld als een omarmende beweging, in alle genante naïviteit, in een tijd waarin de maatschappij in twee kampen is verdeeld. Ik had meteen het idee dat daar een grote groep mensen bij moest. Iedereen moest kunnen meedoen aan deze voorstelling, dat was de regel die ik mezelf oplegde.’

Met alle heisa van dien. Zo meldde zich een uur voor de première nog een honkbalvereniging voor een plek in de voorstelling. Batelaan: ‘Ik heb met opzet een productioneel gekkenhuis over me afgeroepen door die controle uit handen te geven. Het gaf me de kans om even weg te gaan van het dichtgetimmerde, van de zekerheid. De kracht van kunst is dat ze buiten haar oevers treedt. Ik werk als maker niet met bestaande bronnen. Door dit soort projecten word ik weer geconfronteerd met nieuwe vragen.’ Zandwijk beaamt dat. ‘Het is echt inspirerend om met mensen uit de stad te werken. Je kunt dingen op een andere manier uitzoeken.’

Allemaal Afrikanen

Ook Yahya Gaiers nieuwe voorstelling Allemaal Afrikanen, die op 13 april in première gaat tijdens het Ro Festival, zet bewoners van de stad op het toneel. Als zoon van een Marokkaanse immigrant voelt Gaier zich door de huidige politieke en maatschappelijke ontwikkelingen steeds meer ontheemd. Toen hij op een documentaire stuitte over de eerste mens die vanuit Afrika de hele wereld bevolkte, besloot hij daar een voorstelling over te maken. Gaier: ‘Die documentaire gaf troost. We zijn allemaal Afrikanen. Al die mensen die hierheen zijn gekomen op zoek naar een beter leven, worden voortgedreven door diezelfde ontheemding die de eerste mens uit Afrika over de wereld deed trekken.’

Het idee om Allemaal Afrikanen met jongeren te maken vloeide voort uit een project dat Gaier vorig jaar voor het Ro Festival ontwikkelde; toen maakte hij met veertig Rotterdamse jongeren een indrukwekkende flashmob over de Arabische Lente. Gaier: ‘Ik vond dat een ongekende gebeurtenis die we niet aan ons voorbij mochten laten gaan. Via de sociale media wordt nieuws heel snel uitgewisseld en kunnen ontwikkelingen zich in een razend tempo over de hele wereld verspreiden, maar het is even makkelijk het van je te laten afglijden en door te gaan naar het volgende Youtube-filmpje. Dat is de tijdgeest.’

Bij Allemaal Afrikanen ging Gaier eerst met de jongeren in gesprek over ontheemding en hun morele geweten, geen thema’s die hen in het dagelijks leven bezig hielden. Gaier: ‘Ik wilde die jongeren wakker schudden, een betrokkenheid bij ze losmaken. Net als bij de theaterwereld. We hebben te lang naar navels gestaard. De wereld is groter dan onze huiskamer of de black box.’

Engagement

Zandwijk, Batelaan en Gaier worden bij het maken van hun voorstellingen gedreven door een zeer sterk maatschappelijk engagement. Alledrie vinden ze hun manier van werken vanzelfsprekend; ze komt niet voort uit een strategisch beleid waarin hippe termen als ‘draagvlak’ en ‘participatie’ de boventoon voeren. Evenmin leunen ze op het sentiment van de authenticiteit van hun deelnemers. Hun projecten komen enkel en alleen voort uit de sterk gevoelde behoefte om verhalen van stadsbewoners te vertellen en voorstellingen te maken met een zekere maatschappelijke relevantie. Om, kortom, in alle oprechtheid een band aan te gaan met de stad Rotterdam, haar  verhalen en haar bewoners. Zandwijk: ‘De drempel om naar theater te gaan is zó hoog in Nederland. Op deze manier kunnen we die drempel wegnemen.’ Batelaan: ‘Voor Reuzen (2011) werkte ik samen met een kinderkoor; tijdens de première op het Ro Festival zaten meteen alle opa’s en oma’s in de zaal. Ik maak best toegankelijke voorstellingen, maar die bereiken desondanks veel mensen niet. Op deze manier zitten ze ineens wel in het publiek. Dat is een mooi neveneffect.’ En het werkt. Deelnemers blijven betrokken en komen ook naar andere voorstellingen kijken. Het publiek van het Ro Theater wordt steeds diverser. Zandwijk: ‘We hebben op dat vlak echt een ongelooflijke stap gezet. Maar het kost tijd. Voor mij is het vanzelfsprekend om me op deze manier te wortelen in de stad. Ik heb dat engagement nu eenmaal in me.’