Rob List: ‘Ik wil zelf kunnen bepalen wat ik doe’

(eerder verschenen in TM, september 2009)

Dit jaar hebben ze hem netjes gebeld. In 1997, bij zijn vorige nominatie voor de mimeprijs, was de organisatie glad vergeten Rob List te laten weten dat hij de prijs had gewonnen. Nu is Rob List opnieuw genomineerd, met de duetten Greffe en Injerto uit de serie Words fail me. Hij is blij, maar ook verbaasd.  ‘Ik weet dat ik niet zo in de smaak val bij Nederlanders.’

Rob List, geboren en getogen in de Verenigde Staten, maakt verstilde performances. Met zijn vertraagde manier van bewegen en zijn minimalistische stijl begeeft hij zich doorgaans in de marge. Wie niet de geduldige concentratie kan opbrengen die zijn voorstellingen vergen, zal zich snel vervelen of zich zelfs ergeren aan het elitaire karakter van Lists theaterwerk. Maar kun je je overgeven aan het verstilde ritme, vind je de rust om te focussen op kleine details in het bewegende lichaam, dan vind je in zijn werk, naar zijn eigen zeggen, een ‘aangenaam moment van concentratie’.

List is zich bewust van de uiteenlopende perceptie van zijn performances. ‘Ik weet dat ik niet zo in de smaak val bij de Nederlanders. Dat geeft niets. Ik heb inmiddels een groep fans opgebouwd, de laatste jaren voornamelijk van jonge dansers en mimers. Zij zijn geïnteresseerd in deze vorm van theater.’

Geen subsidie

List heeft een indrukwekkende staat van dienst. In de jaren tachtig reisde hij door Europa met voorstellingen van Ping Chong en Meredith Monk en met zijn eigen werk. Van 1985 tot 1990 was hij artistiek leider van de mimeopleiding in Amsterdam. Daarna zette hij zijn eigen solowerk voort, waarbij hij een heel karakteristieke theatertaal ontwikkelde in onder andere de Figure series, Double series, Still life series en Folly series. Tegenwoordig brengt hij als onafhankelijk theatermaker met regelmaat performances vanuit studio OZU. Zijn onafhankelijkheid is een bewuste keuze. In het vorige kunstenplan werd OZU nog structureel gesubsidieerd, tegenwoordig ontvangt de studio geen subsidies meer. List:  ‘Ik wil zelf kunnen bepalen wat ik doe en hoe ik het doe. Ik heb een studio en mensen die me steunen. Meer heb ik niet nodig.’

Ondanks zijn jarenlange ervaring als choreograaf en performer is List zijn onderzoek nog lang niet beu. Hij zoekt naar ontroering, naar een gedeelde ervaring, naar een geconcentreerde manier van kijken. ‘De inhoud interesseert mij niet. Inhoud in de zin dat de toeschouwer zich moet afvragen of hij wel goed heeft begrepen wat de kunstenaar bedoelt. Vergelijk het met klassieke muziek. Zodra een muziekstuk begint, ben je niet bezig met de noten of de betekenis. Muziek kan je ontroeren zonder dat daar een woord aan te pas komt. Theater kan dat ook bereiken.

Zeker in deze tijd, waarin we opereren temidden van zoveel andere media, moeten we ons realiseren wat het theater heeft dat andere media ontberen: het live aspect. Die live aanwezigheid wil ik verder onderzoeken.

Vertraging

Foregrounding van de actualiteit noemt hij het; ervoor zorgen dat de toeschouwer zich in hetzelfde (emotionele) moment bevindt als de performer. Dat is niet iets vanzelfsprekends. List demonstreert: hij kijkt naar een glas dat op tafel staat en strekt zijn hand uit om het te pakken. ‘Zodra je mijn blik naar het glas zag gaan en mijn hand zag bewegen, wist je wat ik ging doen. De toeschouwer loopt vaak voor op de performer. Ik probeer manieren te vinden om dat te voorkomen; ervoor te zorgen dat toeschouwer en performer in hetzelfde moment zijn.’ Vertraging is een manier om de focus van de toeschouwer op de beweging zelf te leggen, in plaats van zijn verwachting te sturen naar het toekomstige handelen: het grijpen van het glas.

‘In het verleden kon ik die live aanwezigheid alleen benadrukken door langzaam te bewegen,’ vertelt List. De minimalistische, verstilde theatertaal die dat opleverde is al jaren zijn handelsmerk. Maar zijn onderzoek staat niet stil. List: ‘Nu ben ik op zoek naar manieren om te versnellen.’ Daarvoor ging hij de samenwerking aan met jonge performers en choreografen. In Greffe zijn dat Constance Neuenschwander, al jaren een van zijn vaste spelers, en Tjebbe Roelofs. Injerto kwam tot stand met David Weber-Krebs en Diego Gil. In beide duetten houden de performers continu elkaars handen vast. Ze zijn met elkaar verbonden, maar bewegen ieder op hun eigen manier, zowel vertraagd als versneld. Injerto begon met een verrassende en humoristische bewegingssequentie, gebaseerd op handshakes uit Amerikaanse YouTube-filmpjes. In die zin vormden Greffe en Injerto een doorbraak voor List. De VSCD-mimejury noemde de twee duetten zelfs ‘een hoogtepunt binnen de unieke theatertaal die Rob List in zijn carrière als bewegingskunstenaar heeft ontwikkeld’.

Een terugkerende vraag in zijn onderzoek is hoe hij de toeschouwer ervan kan weerhouden bewegingen en gebeurtenissen te interpreteren. Dat doet hij bijvoorbeeld door het vermijden van symmetrie. List demonstreert opnieuw wat hij bedoelt: midden in het café staat hij op. Met zijn armen gestrekt langs zijn lichaam vormt hij een rechte, verticale lijn. Die, licht List toe, impliceert meteen een horizontale lijn en doet denken aan de mens van Da Vinci als voorbeeld van symmetrie en ordelijkheid. Het lichaam in de ruimte roept hier onherroepelijk lijnen en structuren op, en daardoor ook een stilzwijgende ideologie. Een van de principes in Lists bewegingstaal is daarom dat de performer nooit helemaal rechtop staat. Voor simultaniteit en frasering geldt hetzelfde. Twee armen die naar elkaar toe bewegen, twee handen die tegelijkertijd naar de tafel reiken of een beweging die begint en eindigt vanuit stilstand, suggereren een plan, een choreografie. En roepen daardoor interpretatie op. ‘Ik zoek naar de mogelijkheid iets te creëren waarin het publiek gelijk opgaat met de performer. We leven in een wereld van interpretatie. Niets is wat het is. Alles heeft een onderliggende betekenis. Ik kijk liever naar de werkelijkheid zoals die is. En naar kunst die op zichzelf staat.’

Clever art

Daarmee zet List zich af tegen de idee dat kunst zich zou moeten verhouden tot een bepaalde kwestie; tegen kunst die niet op zichzelf staat maar refereert aan allerlei contexten die in woorden worden uitgedrukt. Dan krijg je clever art die je aan het denken zet, die oproept tot analyseren. List: ‘In die zin ben ik een traditionele mimer. Ik geloof nog steeds dat mime begint waar woorden eindigen. Ik zie graag een performance die op zichzelf staat. Ik wil creatieve toeschouwers die bereid zijn zich open te stellen voor een aangenaam moment van concentratie.’

www.ozu.nl