Sarah Vanhee: De kronkelwegen van het denken

(eerder verschenen in TM, september 2012)

In haar voorstellingen speelt Sarah Vanhee vaak een spel met taal en verbeelding. Zo ook in Turning Turning (a choreography of thoughts), waarvoor ze kans maakt op de VSCD Mimeprijs 2012.

‘Op elk moment van de dag spoken honderden gedachten door ons hoofd,’ is de openingszin van de trailer van Turning Turning (a choreography of thoughts), waarmee Sarah Vanhee genomineerd is voor de VSCD Mimeprijs 2012. In deze performance proberen de drie performers Ragna Aurich, Thomas Kasebacher en Sarah Vanhee die gedachten uit te spreken. Zonder censuur, zonder vooropgezet plan, zonder logica benoemen ze wat er op dat moment in hun hoofd omgaat.

In haar voorstellingen speelt Vanhee vaak een spel met taal en verbeelding. In Turning Turning is de taal vooral een middel om voorbij te gaan aan logica en de aandacht te richten op het lichaam en de beweeglijkheid van het denken. En met succes. Volgens de VSCD Mimejury is Vanhee ‘erin geslaagd een voorstelling te maken die het intellectuele met het spectaculaire verenigt, die tegelijk conceptueel en uiterst persoonlijk en intiem is. Vanhee maakt de beweging van onze gedachten tastbaar, ze brengt de kronkelwegen van het denken aan het licht.’

Sarah Vanhee (België, 1980) studeerde in 2007 af aan de Mimeopleiding aan de Amsterdamse Hogeschool voor de Kunsten. Sindsdien maakte ze verschillende voorstellingen, zoals How they disappeared (2008), Me and my stranger (2009) en WeUsAll (2009). Daarnaast realiseerde ze ook een aantal andere projecten, zoals een veiling van artistieke ideeën, een boek met 33 onvertaalbare woorden uit verschillende culturen en de roman Het Wonderbaarlijke Leven van Claire C, die tot stand kwam via ontmoetingen met allerlei mensen. Sinds 2011 is ze artist in residence bij Campo in Gent.

Zonder censuur
Het gegeven van Turning Turning is op het eerste gezicht vrij eenvoudig. Drie performers gaan een voor een voor het publiek staan en
beginnen te praten tot de kookwekker afloopt. Ze zeggen alles wat in hen opkomt. Zonder plan. Zonder censuur. Vanhee: ‘Het is iets waar ik al langer mee bezig ben. Ik gebruik het in repetities om bewustzijn en aanwezigheid te trainen. Gaandeweg blijkt er op een dieper niveau meer in je om te gaan dan je denkt. Terwijl je praat voel je een verkoudheid of denk je aan een vriend. Ik was heel benieuwd naar wat er nu eigenlijk gebeurt tijdens het denken en het spreken. En of je echt kunt zeggen wat je denkt. Om zonder censuur te kunnen spreken, moet je met je praten je denken vóór zijn.’

Met de twee andere performers werkte ze aan een techniek die het steeds makkelijker maakte van bewustzijnsniveau te veranderen en steeds te blijven zoeken naar een authentieke aanwezigheid. Natuurlijk is er de valkuil om de veilige terreinen op te zoeken en terug te vallen op vertrouwde thema’s. De regel is dan te ‘springen’; de performer moet zichzelf dan dwingen het vertrouwde spoor los te laten en een zwart gat in te duiken. Vanhee: ‘Wij zijn daar inmiddels, paradoxaal genoeg, vrij virtuoos in geworden. Soms lijkt het alsof je letterlijk niet meer in controle bent. Alsof je bezeten bent. Dat maakt het voor de toeschouwer ook tot een intense ervaring. Je bent gewend dat mensen zich logisch uiten, hun zinnen afmaken en een boodschap overbrengen. Dat is in deze voorstelling niet aan de orde. In plaats daarvan kijk je naar een precaire staat van menszijn. En van het lichaam. Je ziet de beweging, de energie van de performer. Bovendien geeft het inzicht in hoe mensen gevormd zijn door reclame, gemeenplaatsen, ouders of politiek. Het is bijna beangstigend om te zien hoeveel er in je onbewuste zit wat je niet zelf hebt bedacht.’

Taalspel
Zoals gezegd speelt het spel met taal en verbeelding een rode draad in het werk van Vanhee. In haar afstudeervoorstelling 4000 trees, a red dress and an apple (possible story), vertelt een man, gespeeld door Fabián Santarciel de la Quintana, het publiek een verhaal. Het lijkt alsof
hij het verhaal ter plekke verzint, alsof hij het voor zich ziet. Hij corrigeert zichzelf soms, twijfelt, past zijn creatie aan. Zijn verbeelding komt tot leven in de vorm van drie andere spelers die zijn fantasie spelen, maar soms ook proberen het verhaal en de verteller te manipuleren.

De twee spelers van How they disappeared (2008) nemen ook via hun woorden het publiek mee. In de lege ruimte van de theaterzaal kijken ze het publiek glimlachend aan en zetten een heupwiegende beweging in, die ze gedurende de eerste helft van de voorstelling volhouden. De tekst begint met eenvoudige zinnen, die de spelers afwisselend uitspreken. ‘Good evening. It’s the 29th of March 2008. It’s Saturday and it’s springtime. The night is falling. And it’s getting cold outside. But here, here it’s warm. We’re at the Gasthuis, in the southwest of Amsterdam.
In Western-Europe. On a planet called earth.’

Met simpele, heldere constateringen wordt de theatrale situatie benoemd. Het theater, de blauwe stoelen en de mensen die op die stoelen zitten. Wij, spelers en publiek, zijn hier en nu. In de hypnotiserende cadans van een steeds doorgaande wiegende beweging benoemen de spelers vervolgens alles wat er niet is. Er zijn geen leeuwen bijvoorbeeld. Er is geen beamer, geen Charlie Chaplin of Iggy Pop, geen Boeddha, geen geld, geen slechte ideeën, geen internetverbinding, geen conflicten en geen piña colada. Elk item dat ze noemen  prikkelt de verbeelding van de toeschouwer. Even zie je Charlie Chaplin voor je en proef je de smaak van een piña colada. Door te benoemen dat al deze zaken níet aanwezig zijn wordt de ruimte nog leger. Zo speelt How they disappeared een spel met de verbeelding van de toeschouwer en de realiteit van de lege ruimte.

In het meer politiek gekleurde WeUsAll (2009) speelde Vanhee eveneens met woorden in een lege ruimte. Op een groot scherm worden
teksten in witte letters geprojecteerd tegen een zwarte achtergrond. Deze teksten zijn opgesteld in de wij-vorm en spreken het publiek als collectief aan. Als individuele toeschouwer word je aangesproken op kenmerken van de groep waarin je je geenszins herkent en de woorden die je leest vullen je identiteit in.

Laboratorium
Taal is een vingerafdruk. Het weerspiegelt een maatschappij, het vertegenwoordigt een identiteit, het is een uitdrukking van ons menszijn. Vanhee is er altijd al door gefascineerd. ‘Hoe op een bepaald moment in een bepaalde maatschappij wordt gesproken is heel veelzeggend. Je ziet dat in de Nederlandse samenleving en de Nederlandse politiek op dit moment alles maar kan worden gezegd, zonder enige restrictie of
etiquette. Tegelijkertijd heerst er een klimaat waarin hardop denken nauwelijks meer kan, omdat die oneliners zo belangrijk zijn. Taal is veel meer dan een betekenisdrager.’

De observatie dat taal voortdurend in beweging is nam Vanhee mee van de Mimeopleiding. Daar leerde ze dat door de vorm van buitenaf te veranderen inhoud en betekenis ook veranderden. ‘Ik vond het een verademing dat ik als speler niet iets moest gaan staan voelen of dat ik een tekst van buiten moest leren om daar iets mee uit te drukken. Door van buiten iets te veranderen gebeurt er iets wat je niet kunt voorzien. Je ziet iets bij iemand gebeuren waar je je vinger niet op kunt leggen. Die laboratoriumsituatie heb ik meegenomen in mijn werk. Al mijn
projecten beginnen als het ware met een onderzoeksvoorstel. “Als we nu eens…” Ik stel een aantal spelregels op en dan maar zien wat er gebeurt. Het is zoeken naar een balans tussen sturen en loslaten.’

Bewoners
Vanhee is inmiddels vijf jaar afgestudeerd aan de Mimeopleiding. En ze is een tevreden mens. ‘Ik heb tot nu toe alles kunnen doen en onderzoeken wat ik wilde. Na mijn afstuderen heb ik wel gaandeweg afgerekend met het idee dat elk project moet eindigen in een voorstelling. Dat is een verademing. Ik kan nu ook projecten doen in de beeldende kunst en boeken publiceren. Daar heb ik mijn eigen weg in kunnen vinden en ik heb ook steeds een plek gevonden voor mijn projecten.’

Direct na haar afstuderen was Frascati die plek. Ze maakte er haar eerste voorstellingen. In 2011 bood het Gentse Campo haar een plek als artist in residence. De samenwerking met Campo lijkt erg op die van een productiehuis. ‘Ik kan er terecht voor een studio, ik kan er mijn vooronderzoek doen, krijg artistiek en zakelijk advies en mijn voorstellingen worden van begin tot eind geproduceerd. Doordat ik er een aantal jaar kan werken ontstaat er veel onderling vertrouwen. Het is echt mijn huis.’

Voorlopig blijft Campo haar huis, en blijft Frascati haar daarnaast ondersteunen en presenteren. Volgend seizoen gaat ze verder met haar project Untitled, dat plaatsvindt in de huiskamers van bewoners in de buurt van kunstinstellingen. Eerder dit jaar voerde Vanhee Untitled al uit in Leuven, in samenwerking met STUK. Tijdens een grote tentoonstelling in STUK konden bezoekers een afspraak maken bij mensen in
de buurt. Tijdens het bezoek vertelde de bewoner over een object in huis dat voor hem of haar de waarde van een kunstwerk had. Die verhalen en gesprekken onthullen hoe mensen spreken over hun eigen kunstwerken, over kunst in het algemeen en over zichzelf. In september wordt Untitled uitgevoerd in Gent en in Frankfurt.

Daarna werkt Vanhee aan Lecture for Everyone, dat in première gaat tijdens Kunstenfestivaldesarts in Brussel als coproductie van Campo, het
Kunstenfestival en Frascati. Vanhee wil een lezing opstellen waarin ze met zoveel mogelijk mensen haar gedachten en vragen wil delen over hoe we in deze tijd kunnen samenleven, als individu en als collectief. Die lezing moet niet alleen terechtkomen bij de mensen die uit zichzelf naar haar toekomen, maar ook juist bij de mensen die dat niet doen. Daarom wil Vanhee aansluiting zoeken bij bijeenkomsten waar mensen toch al samenkomen, zoals een vergadering, een business-meeting of een hobbyclub, en daar haar lezing uitvoeren. Een ambitieus en spannend project, vindt Vanhee zelf ook. Maar soms moet je die sprong in het diepe wagen.

www.sarahvanhee.com