William Dashwood: Wat het betekent om mens te zijn

eerder verschenen in Theatermaker, november 2013

Hij wordt dit jaar 65 en moet daarom stoppen als docent mime corporel aan de Mimeopleiding in Amsterdam. Het pensioen van William Dashwood betekent het vertrek van een van de laatste mimers in Nederland die les heeft gehad van grondlegger Etienne Decroux. Voor Dashwood een uitgelezen moment om zijn ervaringen en gedachten op schrift te stellen in This precious jewel (ondertitel: Mime, the body as instrument) dat in november verschijnt.

William Dashwood werd geboren in 1948 in Groot-Brittanië. Na school begon hij, op aangeven van zijn moeder, aan een opleiding tot boekhouder. Hoewel dat een garantie was tot een goede baan lag daar niet zijn geluk. Al snel stopte Dashwood met zijn opleiding en volgde zijn hart; hij ging de muziek in. Om een betere performer te worden volgde hij in Londen twee jaar lang mimelessen bij een leerling van Decroux, grondlegger van de mime corporel. In 1979 nam hij de stap naar de meester zelf. Hij schreef een brief en mocht komen. Zelf dacht hij dat hij een maand zou blijven. Het werden twee jaren.

Rozentuin

‘Decroux was als een tweede vader voor mij,’ blikt Dashwood terug. ‘Hij was een grote inspiratie en mijn belangrijkste leermeester. “Hier studeren wij schoonheid,” zei hij. Voor mij was dat een enorme opluchting: ik hoefde niet grappig te zijn of een complex verhaal te maken. Ik kon alles loslaten.’

De lessen vonden plaats bij Decroux thuis. Aan de drukke Avenue Edouard Vaillant in Parijs, verscholen achter een groot gebouw, lag een kleine rozentuin. In die bijna sprookjesachtige omgeving stond de woning van Decroux, met zijn studio in de kelder. De lessen begonnen stipt op tijd en bestonden uit herhalingen van technische oefeningen, figuren en improvisaties. ‘Maar soms was hij ook alleen maar aan het praten. Decroux sprak dan over leven, theater, schoonheid en mens zijn.’

Voor Dashwood vormt die menselijkheid de kern van de mimetechniek. ‘De mime corporel is een bewegingskunst waarin het menselijk lichaam centraal staat. Je kunt andere elementen erbij halen: stem, rekwisieten, decor. Maar het lichaam staat centraal. En het feit dat we mensen zijn. Dat betekent dat je jezelf moet afvragen wat het betekent om mens te zijn. Wat zijn de kwaliteiten van de mens? Wat zijn de slechte kanten van de mens? Mens zijn is niet een kwestie van “zomaar iets doen”. Wat je doet heeft een effect, een consequentie.’

‘De mimetechniek is een training om controle te krijgen over je lichaam. Om kwaliteit van beweging te hebben in plaats van kwantiteit. Die kwaliteit zit in de precisie waarmee je beweegt. Het is interessant om te weten hoe ver je hoofd kan gaan voordat je nek meegaat en hoever je nek kan gaan voordat je borst meegaat. Mime corporel maakt ons bewust daarvan en biedt ons keuzes. Hoe je loopt, hoe je zit, wat je houding is, maar ook wie je wilt zijn. Maar vaak maken we die keuzes onbewust. De mimetechniek maakt je bewust van alle mogelijkheden van het lichaam. Decroux zei, bij wijze van eed aan de mime: “I swear to do the possible, only the possible, but all of the possible.” Je probeert alle mogelijkheden van het lichaam te vinden. Als je alle mogelijkheden kent, kun je je keuzes bewust maken.’

Gereedschap

Dashwood stopte in 1981 bij Decroux. Zijn studiegenoot Anja Pronk, met wie hij had samengewerkt aan Duo amoureux songe, vroeg hem naar Nederland te komen om een voorstelling te maken. Eenmaal in Nederland benaderde Tom Jansen, toentertijd directeur van de Mimeopleiding, hem om les te komen geven. Daarnaast gaf hij ook les aan het Nederlands Instituut voor Animatie Film en de Hogeschool voor de Kunsten.

Door de jaren heen heeft hij de techniek een eigen interpretatie kunnen geven. Dashwood: ‘De techniek is een hulpmiddel, een gereedschap. Het gaat om wat ík wil maken. Decroux wilde de precisie van een klok. De timing stond vast en dat was wat je deed. Het publiek kijkt ernaar. Ik denk dat het goed is om ruimte in te bouwen om het publiek te voelen. Ik heb daar een ander gevoel over. Ik denk dat het contact met het publiek heel belangrijk is. Het is niet alleen “wij spelen en jullie kijken”, maar “wij zijn hier samen en bouwen een relatie op”. Die veranderingen zijn ook gezond. Het is als met muziek: er zijn akkoorden en toonladders, maar wat je daarmee doet verandert continu. Als de mime corporel blijft bij wat Decroux heeft gedaan, sterft ze. Maar als de mime corporel kan worden uitgebreid met interpretaties van andere mensen blijft ze leven.’

Dashwood heeft een groot vertrouwen in Dwayne Toemere en Fleur van den Berg, die zijn lessen gaan overnemen. Dashwood: ‘Ik zie bij hen een grote toewijding. Zij zullen niet snel opgeven om aan de mimetechniek te blijven werken. Het is goed om plaats te maken voor andere mensen op school. En bij die twee is de mime in goede handen.’

Zekerheid

Dat de techniek los komt van de leermeester wil nog niet zeggen dat de techniek zelf minder waardevol is. ‘Iedereen wil geliefd zijn, gewoon om wie we zijn,’ licht Dashwood toe. ‘Dat is de basis van mens-zijn. En het is de reden waarom we theater maken. Als we willen dat mensen van ons houden, moeten we ze iets geven. En om iets te kunnen geven, moeten we heel goed en heel precies naar onszelf kijken. De mimetechniek biedt ons de mogelijkheid dat te doen.’

Vandaag net zo goed als vroeger. De basis blijft immers hetzelfde. Dashwood: ‘We werken met ons lijf. En ons lijf bestaat uit een romp (hoofd, nek, schouders, middel, bekken), uit twee armen en twee benen. We hebben spieren die hard of zacht kunnen zijn en die snel of langzaam kunnen bewegen. Met de techniek van de mime corporel kun je altijd terugvallen op je eigen lijf. Ongeacht de situatie. Dat geeft je zekerheid. Natuurlijk kun je theater maken zonder mime corporel. Maar je bent sterker als je het wel doet.’

Die tijdloosheid van de mime corporel kwam de afgelopen jaren op een mooie manier naar voren in twee voorstellingen. In Les enfants du paradis (2012), met Dashwood zelf in de rol die in de film vertolkt werd door, jawel, Etienne Decroux. In de enscenering van Ingejan Lighthart Schenk waren ‘ouderwetse’ mimenummers verwerkt, pareltjes vol verbeeldingskracht. In Germanisch depressief (2011) van Roy Peters waren originele nummers van Decroux verwerkt, met Dashwood als repetitor. Les arbres, Le duo amoureux en Le combat antique bewezen de zeggingskracht door de oprechte en ontroerende uitvoering van de vijf spelers. Ouderwets bleek tijdloos. Dashwood: ‘Ik had tranen in mijn ogen toen ik het zag. Ik had niet gedacht die stukken ooit nog eens te zien.’

Nooit stoppen

‘Ik ben Decroux later nog eens gaan opzoeken,’ vertelt Dashwood. ‘Hij herkende me niet. Aan de ene kant kwetste dat me meer dan het moment waarop mijn vader me niet herkende. Aan de andere kant begrijp ik het ook. Ik stond onaangekondigd voor zijn deur terwijl hij een boek aan het schrijven was. Hij was in een andere wereld. Ik merk dat nu soms ook aan mezelf.’

‘Door het jarenlange lesgeven ga ik dieper en dieper in de materie. Je kunt bijvoorbeeld op verschillende manieren een beweging inzetten. Met de kracht van je spieren natuurlijk, of met de articulatie van de botten en gewrichten. Maar bewegingen kunnen ook tot stand komen door je energie te sturen. Ik beweeg mijn energie en mijn lichaam volgt. Hoe kan ik die energie sturen? En welk effect heeft dat ten opzichte van werken vanuit spierkracht? Dat is een heel interessant gebied dat ik nog steeds aan het ontdekken ben.’ Want stoppen met lesgeven betekent nog niet stoppen met de mime.

William Dashwood, This precious jewel. Mime, the body as instrument
www.back2basepublishing.com