Ingrid Kuijpers: ‘Maak van de subsidies een loterij’

(eerder verschenen in TM, december 2007)

In december gaat bij Golden Palace Dolores in première, in de regie van artistiek leider Ingrid Kuijpers. Het is de tiende voorstelling die Kuijpers met het gezelschap maakt. Na meer dan negen jaar heeft Golden Palace een stevige positie in de kleine zaal verworven en staat ze te trappelen om de grote zaal te veroveren.

Ingrid Kuijpers en haar groep Golden Palace dromen al enige tijd van een nieuwe stap. Maar zoals het gezegde luidt, tussen droom en daad staan wetten en praktische bezwaren.

Die praktische bezwaren hebben voornamelijk betrekking op geld en dan vooral het gebrek eraan. In hun zoektocht naar de verwezenlijking van hun droom (een voorstelling met veel spelers in de grote zaal) stortten Kuijpers en zakelijk leider Margreet Huizing zich enkele jaren geleden in het cultureel ondernemerschap. Ze namen deel aan een traject voor professionalisering van het VSB-fonds, waarbij een quickscan werd uitgevoerd door Bureau Berenschot. Uit het rapport van Berenschot kwam naar voren dat Golden Palace veel potentie heeft om door te groeien als Kuijpers en Huizing van Golden Palace een merknaam wisten te maken.

Ondanks de vele positieve geluiden, bleek de droom nog niet zo eenvoudig te verwezenlijken. De Raad voor Cultuur oordeelde positief over de plannen van Golden Palace om in grotere zalen te spelen, maar het geld dat Kuijpers en Huizing hadden aangevraagd om die plannen te kunnen uitvoeren kregen ze niet. ‘De positieve energie stolt waar je bij staat,’, vertelt Ingrid Kuijpers. ‘Ik wil heel graag de grote zaal in om daar groot gemonteerde voorstellingen te maken. Ik houd van de ruimte in een grote zaal die abstractie mogelijk maakt. Het lijsttoneel werkt als een enorme kijkdoos waarin de toeschouwer zich volledig kan verliezen.’

Golden Palace heeft een aardige positie verworven in het kleinezalencircuit en wil verder doorgroeien naar de midden- en grote zalen. Ze komt daarmee echter in een vicieuze cirkel terecht. De grote theaters durven een kleine groep niet te programmeren, omdat ze bang zijn dat er te weinig publiek op afkomt. Daardoor krijgt de groep geen kans een breder publiek aan te boren, laat staan om subsidiëring voor een grotere voorstelling rond te krijgen. Kuijpers: ‘Het frustreert me enorm dat de context waarbinnen je werkt zo onbeïnvloedbaar is. Als gezelschap heb je vrijwel geen invloed op de plek waar de voorstelling staat geprogrammeerd en hoe je je publiek bereikt. Het blijft een vreemd verschijnsel: je werkt zeer intens aan een voorstelling, om haar vervolgens uit handen geven als ze op tournee gaat. Vanaf dat moment moet je maar afwachten of bijvoorbeeld de schouwburg in Enschede genoeg publiek heeft kunnen werven. Je moet een product aan de man brengen dat veertig keer is te zien op veertig verschillende plaatsen en data. Het is de vraag of dat wel kan.’

Rad van fortuin

Wat betreft de op handen zijnde veranderingen in het subsidiestelsel, probeert Kuijpers vooral kalm te blijven. ‘Uiteindelijk komt het er toch op neer dat mensen op basis van wat zíj vinden beslissen over de verdeling van het geld. En of je dat dan Raad voor Cultuur of Nederlands Fonds voor de Podiumkunsten noemt, maakt weinig uit. Wat ik in het huidige stelsel opvallend vind, is dat er geen werkelijk contact bestaat tussen mij en de subsidiënt. Een keer in de vier jaar heb ik een gesprek met de Raad, de adviseurs bezoeken mijn voorstellingen, maar niemand weet precies wat ik uitspook. Het blijft onduidelijk totdat je een plan inlevert voor de volgende vier jaar. Dat is nogal oppervlakkig. Het voorstel van de Commissie Alons, waarin een meer persoonlijke betrokkenheid tussen de theatermaker en een speciale secretaris wordt bepleit, vind ik dan ook helemaal niet zo gek.’

Al fantaserend en filosoferend over subsidiestelsels, stelt Kuijpers een loterij voor. ‘Elke beoordeling is subjectief. Wat de een goed of mooi vindt, kan door een ander negatief worden beoordeeld. Laten we uitgaan van een verzameling groepen met een bewezen kwaliteit. Groepen die voorstellingen maken waar publiek op afkomt, in theaters te zien zijn en met enige regelmaat positief worden beoordeeld. Deze voorwaarden zijn objectief meetbaar. Die groepen doe je vervolgens in een hoge hoed en dan trek je lootjes om te bepalen wie geld krijgt.’

Het idee van de subsidieverdeling als een Rad van Fortuin is misschien niet de ultieme oplossing voor de problemen in de theatersector. Bovendien maakt het Kuijpers niet veel uit welke subsidiesystematiek wordt gehanteerd, ze gaat toch wel door met het maken van voorstellingen waarin ze probeert met beeld, beweging en muziek een publiek te laten lachen en te ontroeren.

Dat lijkt in de nieuwste voorstelling Dolores, een voorstelling over een vader die zijn dochter niet kan loslaten, opnieuw te slagen. In de scène die wordt gerepeteerd betrapt een vader zijn dochter met de buurjongen. De buurjongen (Yahya Gaier) raapt voorzichtig zijn kleren bij elkaar en gaat ervandoor. De vader pakt in grote verwarring een blouse van de grond en kleedt zijn dochter aan, knoopje voor knoopje, zonder een woord te zeggen. De dochter (Suzanne Bakker) kijkt met een open blik naar haar vader (Mark Bellamy) die haar blik krampachtig probeert te ontwijken. Zelfs in een nog onafgewerkt decor en tl-licht zijn deze blikken ontroerend. Toch is het de vraag of deze scène de voorstelling haalt. Ingrid Kuijpers laat de spelers de scène verschillende keren herhalen, waarbij ze Bellamy uiteenlopende opdrachten geeft om afstand te nemen van het realistische sentiment en de psychologie van de situatie. Kuijpers: ‘Op het moment dat de acteur geen toestemming heeft om te zeggen: “Dolores, wat heb je nu gedaan”, moet hij iets gaan doen. Taal is vaak een schuilplaats, je kunt je achter woorden verbergen. Het is veel interessanter om te zien wat mensen doen als ze niet kunnen praten. Ik leg mijn personages een taalbarrière op, waardoor ze hun problemen niet met woorden kunnen oplossen. Dan ontstaan fysieke ontladingen.’

Angstaanjagend

Kuijpers’ werk bevindt zich op de grens van realisme en ‘iets anders’, noem het poëzie, magisch-realisme of absurdisme. Ze wil de concrete, alledaagse situaties waaruit ze vertrekt doorbreken. Zo verschijnt opeens een wonderlijk meisje uit een rooster in de muur of schiet een vader die zojuist zijn dochter heeft betrapt, in een soort ‘lesgeefmodus’.

Deze elementen ontstaan allemaal op de vloer. Kuijpers begint met een beeld, een idee, maar vooral met personages die ieder hun eigen kleur hebben. Uit de chemie tussen de spelers ontstaan de situaties en de scènes. Kuijpers: ‘Daardoor ontwikkelt de voorstelling zich op een manier die je van tevoren niet had kunnen bedenken. Zo heeft Suzanne Bakker een bijzondere manier van kijken, waardoor ze voor mij ook een angstaanjagende kant krijgt. Daardoor komt de focus in de voorstelling veel meer op Dolores dan op de vader. Dolores wordt een meisje dat allerlei verborgen krachten heeft. Dat is fantastisch aan deze manier van werken. Vanuit het onderbewustzijn ontstaan absurditeiten.’

Dolores van Golden Palace te zien van 14 december 2007 t/m 29 maart 2008.

www.goldenpalace.nl