Recensie: De paradoxen van de vreemdeling

(eerder verschenen in TM, april 2010)

 Me and my stranger door Sarah Vanhee
Waar: Frascati Amsterdam
Wanneer: 12 maart 2010

Van granaatwerpende baby’s tot donorhart, van de erotische vreemdeling van Pasolini tot de nobele wilde van Gauguin. Vreemdelingen zijn er in alle soorten. In de lecture-performance Me and my stranger die Sarah Vanhee presenteerde in Frascati WG komen ze allemaal voorbij.

De vreemdeling is een indringer, stelt de Franse filosoof Nancy in zijn essay L’Intrus. Hij schrijft: ‘Er moet iets van een indringer in de vreemdeling aanwezig blijven, anders zou de vreemdeling zijn vreemd-zijn verliezen.’ De vreemdeling gastvrij verwelkomen maakt dat hij niet langer een vreemdeling is. De gast past zich aan aan zijn gastheer en de gastheer aan de gast. Daarmee verliezen beide partijen iets van hun eigen identiteit.

Het is een van de gedachtegangen in het onderzoek van Sarah Vanhee naar het fenomeen ‘vreemdeling’. Met niets dan twee projectieschermen, een stoel en een stapeltje boeken maakt ze het publiek deelgenoot van een reeks inspiratiebronnen en ideeën. Van de vreemdeling in Pasolini’s Teorema, het lichaamsvreemde donorhart van Nancy en angst voor Vietnamese baby’s tot straatinterviews met Amsterdammers, de superieure houding van het Westen en de Europese grensbewaking.

Charlie Chaplin

Me and my stranger is de derde theaterproductie die Vanhee sinds haar afstuderen aan de Mimeopleiding in 2007 maakte bij Frascati. In How they disappeared (2008) benoemen twee jonge vrouwen in een lege ruimte de situatie. Wij, spelers en publiek, zijn het hier en nu. In een hypnotiserende cadans van een continue heupwiegende beweging en met simpele, heldere constateringen benoemen de spelers vervolgens alles wat er niet is. Er zijn geen leeuwen bijvoorbeeld. Er is geen beamer, geen Charlie Chaplin of Iggy Pop, geen Boeddha, geen slechte ideeën, geen conflicten en geen piña colada. Elk item dat ze noemen prikkelt de verbeelding van de toeschouwer. Even zie je Charlie Chaplin voor je en proef je de smaak van een piña colada.

In het meer politiek gekleurde WeUsAll (2009) speelde Vanhee eveneens met woorden in een lege ruimte. Op een groot scherm worden teksten in witte letters geprojecteerd tegen een zwarte achtergrond. Deze teksten zijn opgesteld in de wij-vorm en spreken het publiek als collectief aan. Als individuele toeschouwer word je aangesproken op kenmerken van de groep waarin je je geenszins herkent en de woorden die je leest vullen je identiteit in. Dat is confronterend en ongemakkelijk.

Voice-over

Het is een veelheid aan uiteenlopend materiaal die in een sobere setting wordt gepresenteerd. Oppervlakkigheid ligt op de loer. Vanhee toont, denkt, bespreekt. Ze refereert zo nu en dan aan de politieke connotaties die tegenwoordig aan het begrip ‘vreemdeling’ kleven, zonder daarbij echt stelling te nemen. Toch weet Vanhee in Me & My Stranger de eenvormigheid van een lecture-performance te vermijden door een interessante theatrale ingreep toe te passen. Via een voice-over spreekt een mannelijke stem het publiek toe. ‘We zien een blanke West-Europese vrouw,’ meldt hij al vroeg in de voorstelling. ‘Stilte. We zien Sarah op de rug. We vragen ons af wat ze denkt.’ De voice-overstem levert commentaar op wat er op de vloer te zien is en stuurt daarmee het kijken en het denken van de toeschouwer. Net als in WeUsAll wordt het publiek door de voice-over tot een collectief gemaakt. In dit geval is de performer het individu dat zich onderscheidt van de groep. Het publiek kijkt vanaf een afstand naar die ‘ander’.

De ‘ander’ confronteert je met wie je zelf bent, zo stelt Nancy. Een vreemdeling verandert je waardoor je jezelf niet meer bent. Zo ver gaat de avond niet. De gemoedelijke sfeer van de avond en de genuanceerde inhoud van het verhaal van Vanhee maken van Me and My Stranger juist een aangename uitnodiging mee te gaan in haar bespiegelingen over de vreemdeling.