Tag Archives: Bram Coopmans

Recensie: I See You (Naomi Velissariou)

Een one night stand, een vakantietrip, een opruimwoede. In I see you, de nieuwe voorstelling van Naomi Velissariou bij Frascati Producties, schilderen drie personages hun onthechte levens in een anonieme stad. Met het publiek langs drie zijden van het speelvlak schuiven de spelers in wit gekleed langzaam heen en weer op hun rolschaatsen over een rood, rechthoekig vlak. Een voorstelling waarin alle ingrediënten prima lijken te kloppen, maar het geheel toch niet de beoogde beklemming weet op te roepen.

Het uitgangspunt van I see you was Huis clos van Jean-Paul Sartre. Een toneeltekst uit 1943 waarin drie mensen in een afgesloten ruimte van de hel tot elkaar veroordeeld zijn tot in de eeuwigheid. Als Velissariou met een repertoiretekst aan de slag gaat, zijn dat geen bewerkingen maar deconstructies. Ze graaft en ontbindt het origineel tot ze bij de kern van het stuk uitkomt. Of misschien beter gezegd: bij de mentaliteit ervan. Ze deed dat eerder al onder andere met A tragedy (simplified) en Kwartet: een powerballad (met performance-collectief Urland). Ook in het geval van I see you valt er weinig te herkennen van de anekdote of de personages uit het oorspronkelijke Huis clos, maar richt ze zich op die thematische mentaliteit: de intermenselijke hel.

Een man (Bram Coopmans) van 41 met een vrouw en een dochter die er ‘even tussenuit zijn’ loopt door een regenachtige stad. Hij komt een jonge, mooie maar beschadigde vrouw (Naomi Velissariou) tegen. Een one night stand volgt. Ondertussen is haar broer (Sadettin Kirmiziyüz) terechtgekomen in een feestweek op een feesteiland waar hij helemaal niet wil zijn.

Alledrie zijn ze ontheemd en uit balans. De vrouw eindigt bij de stortkoker, waarin ze haar complete huisraad weggooit. De broer eindigt in een omhelzing met zijn in plastic gewikkelde rolkoffer. En de man vliegt in een visioen weg met eigen engelenvleugels nadat hij dochter en vrouw (met verwijtende blik) heeft opgehaald van Schiphol.

In de gefragmenteerde tekst van Rik van den Bos en de regie van Eric de Vroedt balanceren de drie spelers tussen personage en verteller. Als vertellende personages proberen ze het verhaal samen te reconstrueren, te herbeleven of aan te vullen met jeugdherinneringen. En alles wat ze doen wordt continu gezien door een ander. Net als de personages van Sartres Huis clos zijn ze veroordeeld tot elkaar. Maar niet alleen de aanwezigheid van de ander of de blik van de ander, ook de eigen blik vormt de hel in I see you. Alsof ze uit zichzelf getreden zijn lijken de personages hun eigen leven als een film te bekijken. Ze zijn niet alleen onthecht van de stad waarin ze leven en de mensen met wie ze leven, maar ook onthecht van zichzelf.

Dat zou heel beklemmend kunnen zijn. Maar dat is het in de uitvoering van Naomi Velissariou niet. Hoe zorgvuldig alle ingrediënten ook zijn uitgedacht, I see you is een bewegend schilderij waar je van een afstandje naar kijkt. Een schilderij over een beklemming die je wel begrijpt, zonder haar ook echt te voelen. Het mooie spel, de intieme opstelling, de dreigende soundscape, de treffende tekst en het kille licht ten spijt. En dat is jammer, want de gelaagde thematiek en de fascinerende vormkeuzes smaken naar meer.

gezien: 7 juni 2014
deze recensie is eerder verschenen op http://www.theaterkrant.nl/recensie/i-see-you/

foto: Anna van Kooij

Recensie: Bug (Jakop Ahlbom)

Er zitten beestjes in de motelkamer van Agnes (Tamar van den Dop). Je kunt ze bíjna niet zien, maar haar nieuwe liefje Peter (Bram Coopmans) weet het zeker. Continu kriebelt en krabbelt hij in de psychologische thriller Bug van Jakop Ahlbom aan zijn been, achter zijn oor, op zijn hoofd. Je zou er zelf haast jeuk van krijgen.

De Amerikaanse toneelschrijver en acteur Tracy Letts (1965) schreef Bug in 1996. In 2006 werd het toneelstuk verfilmd met Michael Shannon in de hoofdrol. Het vertelt het verhaal van Agnes, een gescheiden vrouw in een motelkamer die ’s nachts droomt van haar zoekgeraakte zoon en bang is voor haar onlangs vrijgelaten ex-man. Dan ontmoet ze Peter. Een op het eerste gezicht volkomen ongevaarlijke, zelfs een beetje sullige man. Terwijl er tussen die twee iets moois opbloeit, kruipen de eerste beestjes, en daarmee de waanzin, langzaam maar zeker hun leven in.

Het is niet de eerste keer dat theatermaker Jakop Ahlbom zich laat inspireren door een filmisch gegeven. In Lebensraum bracht hij de zwart-witte slapstick à la Buster Keaton naar het theater en in Innenschau creëerde hij een David Lynch-achtige wereld. Daarbij maakt hij steeds gebruik van ingenieuze visuele effecten die raakvlakken hebben met goochelen, illusionisme en acrobatiek. Ook in Bug zien we die effecten. Er is plots een derde hand die het hoofd van Peter streelt, er wordt een kies getrokken in een scène waarbij je je handen voor je ogen houdt en een uit zichzelf draaiende tol herinnert aan het verloren kind. De muziek (opnieuw van Alamo Race Track) en de videoprojecties voegen daar een dromerige en surreële laag aan toe. Dat is een van de krachten in het werk van Ahlbom: het creëren van verwarrende en ongrijpbare werelden waarin niets is wat het lijkt.

Bug is dan ook het spannendst als er alleen nog het vermoeden van beestjes is. Naarmate het verhaal vordert, sleurt Peter Agnes mee in zijn wanen over een grootschalig complot en blijft er steeds minder te raden over. Aan het eind is er maar één waarheid: die man is volkomen knetter. Misschien is dat vooral te wijten aan de Amerikaanse oorsprong, maar wat meer ruimte voor andere waarheden was best welkom geweest.

Gezien: 8 februari 2014
www.jakopahlbom.nl
foto: Sanne Peper

Deze recensie is eerder verschenen op www.theaterkrant.nl